En op één plek in Barcelona bleef het stil

In Madrid was een troepje lokale intellectuelen rond een fontein samengeklonterd. Ze zongen er een liedje uit de Franco-tijd en staken hun rechterhand schuin de hoogte in. Een paar honderd kilometer oostelijker in Barcelona sloeg de oproerpolitie de stembiljetten met wapenstokken uit Catalaanse klauwen.

De wedstrijd van Barcelona ging ondertussen gewoon door. Als je de beelden mocht geloven werden overal in de stad oude dametjes met tirannieke hand uit stemlokalen verwijderd, maar Barcelona moest voetballen. Desnoods zonder supporters. Zo niet, dan zou tegenstander Las Palmas reglementair met 0-3 winnen, dat had de Spaanse bond bepaald en één keer per dag gekoeioneerd worden door het gezag in Madrid is voor de gemiddelde Barcelonees wel voldoende.

Barcelona
Het lege Camp Nou. Beeld: ANP/AFP Foto/Jose Jordan

Dus ging de wedstrijd door, in een leeg stadion. Nou ja, leeg, 22 spelers, wat clubofficials, een scheidsrechter en Sierd de Vos mochten wel naar binnen. Dat kon nog net. Op Twitter plaatste de Britse journalist Andy Mitten foto’s van mensen die er niet bij mochten: er was een Australisch gezin dat vier maanden geleden een ticket had geboekt om Neymar te komen bekijken, een Brits stel dat speciaal voor Barcelona’s rechtsback Sergi Roberto kwam (vergelijk dit met uren in de rij staan voor het Rijksmuseum omdat je benieuwd bent naar de brandblussers daar) en twee marsmannetjes die bijtijds van huis vertrokken waren omdat ze zo benieuwd waren naar Barcelona’s nieuwste aankoop Bernd Schuster.

Vlaggetje

Er bestaan weinig naargeestiger geluiden dan het weergalmen van keepersgeschreeuw in een leeg voetbalstadion. Alsof er allemaal koelkastmagneetjes door een reusachtige badkuip schuiven. In normale omstandigheden ben ik dol op voetbalgeluiden: het schrille fluitje, de doffe klap van een schoen tegen een bal, de geschreeuwde aanwijzingen; een symfonie waar je ieder weekend op duizenden plaatsen in Nederland voor nop naar kan gaan luisteren. Maar dan zonder echo. En zonder Messi.

Beeld: ANP/AFP Foto/Jose Jordan

Barcelona nam het dus gistermiddag ondanks alles op tegen Las Palmas, de club die voor de wedstrijd het clubembleem op de borst eenmalig had vervangen door Spaanse vlaggetjes. Een statement zo min dat het je deed verlangen naar een comeback van Bassie en Adriaan om hen daar op Gran Canaria de laatste schatten uit de grond te laten bikken. Maar ja, de B&A-boys zijn ook alweer een tijdje voorbij hun beste vorm.

Protestant

Een paar dagen eerder stond Las Palmas trouwens nog onder leiding van een Catalaan, Manolo Marquez, maar die was er na een zoveelste nederlaag uitgegooid. Ik vond een artikel in GQ Magazine, ook weer van Andy Mitten. Marquez en hij bleken al jaren goede vrienden, en Marquez was, na een nogal stroperige trainerscarrière, eindelijk beland bij een club op het hoogste niveau, toen hij in juli werd aangesteld. Nu, een paar maanden en een handvol wedstrijden, werd hij alweer afgevoerd, vijf dagen voor de wedstrijd tegen de club uit zijn stad.

De wedstrijd vorderde. Ik keek naar Oussama Tannane, van wie ik het bestaan glad vergeten was. Messi kwam vrij voor de Canarische keeper, die op zijn knieën zeeg en naar de bal grabbelde zoals je bij de reling van een schip naar een weg dwarrelend briefje van honderd grabbelt. Na dat doelpunt holde er iemand het veld op.

Sierd: “Een protestant. Met een pamflet.”

Oleguer

Het was een vreemd gezicht, een losgebroken toeschouwer in een verder leeg stadion. De spelers keken een beetje onnozel toe. Ik dacht aan de ex-Barcelona-speler Oleguer, een fanatieke pleitbezorger voor Cataloniës onafhankelijkheid, en aan Cruijff, die zijn zoon een verboden Catalaanse naam schonk en vroeg me af of een van de vijf Catalanen van Barcelona gestemd zou hebben. Si, omdat je als sportman nu eenmaal altijd wil winnen? Of No, omdat een vierjaarlijkse Clasico tegen Sporting Club Canet de Mar net wat minder aansprekend is dan die tegen een willekeurig team uit Madrid?

Aan het slot van de wedstrijd miste Suárez een kans. Daarna scheurde hij zijn shirt kapot en liep het veld uit. De wedstrijd ging door. Niemand schreeuwde dat hij terug moest komen, niemand leek zijn gemis werkelijk op te merken. Buiten het stadion zwiepten de wapenstokken en binnen klonk, zacht maar helder, de echo van tienduizenden stemmen.