Winnende Max Verstappen stevig aangepakt door verslaggever

“En als het goed is hebben we nu Max Verstappen bij de camera staan. Max, aan de andere kant van de wereld! We gaan luisteren naar het interview met onze verslaggever.”

Verslaggever: “Klopt, Max Verstappen staat hier naast me. Max, eerste vraag: kun jij over water lopen?”
Max Verstappen: “Ha, nou, ik heb het nooit geprobeerd. Hoezo?”
V: “Omdat ik het idee heb dat wat jij doet vele malen moeilijker is.”
M: “Dat denk ik ook ja, haha.”
V: “Ja Max, jezus man. Wauw! Wauw!”
M: “Ja.”
V: “Dit is geweldig, toch, allemachtig wat geweldig! Hahahaha!”
M: “Het ging wel lekker, ja. Goeie race.”
V: “Goeie race? Goeie race?! Wij werden helemaal gek hier op de perstribune. En dat is dan nog het objectieve deel van de mensen.”
M: “Ja, het gaat op dit moment gewoon goed, de auto is snel, het team weet-…”
V: “Team?! Niks team! Jij, en jij alleen! Wat een held ben jij, jongen, dat is echt niet normaal, hoor.”
M: “Nee. Ik ben niet normaal.”
V: “Jij bent helemaal gek.”
M: “Dat moeten andere mensen maar zeggen.”
V: “Dat snap ik dat snap ik datsnapik datsnapik.”
M: “Belangrijk is denk ik dat ik gewoon lekker kan rijden.”
V: “Natuurlijk is dat het belangrijkste. Maar wát een race weer, joh. Ongelofelijk. Mag ik even met je terug naar die start? Die superstart? Tjongejongejongejonge.”
M: “Ik was wel lekker weg, ja.”
V: “En dan die eerste bocht… Voelde je de touché?”
M: “Nee.”
V: “Nou, mijn hart stond stil hoor, en ik denk het hart van Nederland ook. Wat ben jij toch goed.”
M: “Dat zijn jouw woorden.”
V: “Als ik dan toch heel even kritisch mag worden: in de tweede ronde rijd je Vettel de grindbak in. Wat deed je dat super trouwens.”
M: “Als Vettel de grindbak in wil rijden, moet hij dat weten.”
V: “Kijk, dat is goed, dat je dat zegt. En je rijdt met softbanden – dat was ook weer een superslimme keuze, denk ik?”
M: “Als je naar de uitslag kijkt, denk ik van wel, ja.”
V: “Datisookzodatisookzodatisookzo. Realiseer je je dat iedereen in Nederland gek aan het worden is?”
M: “Ik krijg daar niet zo veel van mee, maar het is leuk om te horen.”
V: “We houden van je, Max. Wij gunnen jou alles. Wij begrijpen jou, dat weet je wel toch?”
M: “Ja.”
V: “En als we dan even teruggaan naar de race: goeie bandenkeuze, perfecte pit-stops, ge-ni-ale bochten… Ik denk dat je daar niet anders dan fucking blij mee kunt zijn, of niet?”
M: “Wat ik zeg: ik denk dat ik tevreden mag zijn.”
V: “Op de boordcomputer hoorden we dat je ‘Yes’ zei. Kwam dat spontaan in je op?”
M: “Yes.”
V: “Hahahahahahahahaha! Oh, wat heerlijk, wat goed man, en ongelofelijk dat je na al die pech van dit seizoen er dit nog uit haalt. Sta je niet ook een beetje van jezelf te kijken?”
M: “Ik weet dat ik het kan. En aan mij heeft het niet gelegen, volgens mij.”
V: “Als je nou terugkijkt op de laatste races: welke briljante actie van al je briljante acties vond je het allerbriljantst?”
M: “Dat is moeilijk kiezen…”
V: “Datisookzodatisookzodatisookzo. Maar vandaag doe je in de derde ronde iets volkomen magistraals, als je onderlangs gaat bij Bottas. Wat denk je dan?”
M: “Dan denk je niet echt.”
V: “Je wilt zeggen dat je dat allemaal op gevoel doet?”
M: “Ja.”
V: “On-ge-lo-fe-lijk… Kom jij soms van Mars of zo?”
M: “Nee. Uit Hasselt.”
V: “Hahahahahaha. Oh, man, geweldig dit, heerlijk joch ben je ook. Ik sta net tijdens de race naast een man en weet je wat die zegt?”
M: “Nee.”
V: “Dat jij God bent.”
M: “Dat ga ik niet over mezelf zeggen.”
V: “Tuurlijkniettuurlijkniettuurlijkniet. Daar zijn wij voor. Oh, wat mooi man. Hé, je moet weg, je moet naar het podium, je moet gaan feesten en iedereen gunt het je zo ontzettend. Laatste vraagje: de vorige keer dat ik je voeten kuste, deed je je schoenen niet uit. Zat daar een plan achter?”
M: “Geen commentaar.”

“En dat was Max Verstappen, all the way from een circuit van de andere kant van de wereld, flink aangepakt door onze verslaggever ter plaatse. Maar jongens, even ter relativering: wauw. Wauw wauw wauw.”