Spring naar de content

Elastiek lichaam

Sinds anderhalf jaar wordt door een bont gezelschap aan de poten van zijn stoel gezaagd. Wat is er mis met de boekhouder der Vaderlandse Letteren? Portret van Carel Peeters, de tovenaarsleerling van Ter Braak.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:

De boekbespreker is de afgelopen anderhalf jaar zelf het onderwerp van bespreking geweest. Zoiets duidt op een positie, en de positie van Carel Peeters is op het eerste gezicht een comfortabele. Niet alleen zwaait hij de scepter over Vrij Nederlands 'Republiek der Letteren' en bepaalt hij welke auteurs een bespreking ten deel valt, hij maakt daarnaast in hoge mate uit of een recensie positief dan wel negatief uitpakt, doordat hij de recensent aanwijst. Dit alles maakt Carel Peeters tot een belangrijk man in de vaderlandse letteren. Sinds anderhalf jaar echter wordt er door een bont gezelschap aan de poten van Peeters' stoel gezaagd. In een keur van bladen vechten voormalige VN-medewerkers Boudewijn Büch en Maarten 't Hart hun brouille met Peeters uit, en in eigen blad werd hij, in een serie die enige weken aanhield, aan de schandpaal genageld door collega Hugo Brandt Corstius. Wie is deze man die steeds vaker het onderwerp van discussie is, hoe is hij aan zijn centrale positie gekomen, en hoe heeft hij die plaats op het pluche al die jaren kunnen vasthouden? Vragen waarop weinigen het antwoord weten, want over Carel Peeters is niet veel bekend en dat lijkt hij zelf graag zo te willen houden. 

Vast staat dat Carolus Gijsbertus Hendricus Antonius Arnoldus Maria Peeters op 5 juni 1944 werd geboren in 'een conventioneel katholiek gezin', zoals het Kritisch Literair Lexicon stelt. Toen hij veertien jaar was, verhuisde het gezin naar Amsterdam. Het afscheid van Nijmegen viel de jonge HBS-er zwaar. „Ik was een jongen met veel vriendjes en die waren in één klap weg," zo zou hij verklaren in een van zijn zeldzame interviews. „Ik was in Amsterdam buitengewoon ongelukkig en als het enigszins kon ging ik in het weekend terug naar Nijmegen. Vanaf die tijd heb ik mezelf opgevoed." Deze autodidactie ging spoedig gepaard met het afzweren van het katholicisme, een daad die werd bezegeld met het extraheren van zijn laatste, vrouwelijke initiaal. Het katholicisme verliest zijn begaafdste zonen het snelst. Zijn wedergeboorte, zoals hij het zelf later herhaaldelijk zou noemen, was aangebroken. In 1964 ging de jonge Peeters Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daar viel hij al spoedig op door zijn literaire ambities. Al in zijn eerste studiejaar richtte hij met enkele vrienden Musa op, een 'tijdschrift voor letteren'. Het omslag was van een stijlvolle eenvoud, het binnenwerk was gestencild. Acht nummers zouden er verschijnen, waarvan Peeters het grootste deel eigenhandig vulde, als het even kon over zijn grote literaire liefde Menno ter Braak. Hij gebruikte hiervoor, behalve zijn eigen naam, de mallotig aandoende pseudoniemen Lord Arsenal of the Three Castles, Richard van Maerlant, Olle Petterson en Lysander van Seggelen. Een medestudent herinnert zich dat Peeters altijd op het instituut rondhing. „Alle Neerlandici zaten bij elkaar op één groot instituut, zo'n tweehonderd mensen voor de MO-opleiding en nog een stuk of vijftig voor de doctoraalopleiding, en dat waren alleen nog maar de eerstejaars. Er liepen nogal wat mensen met schrijversambitie rond. Ton Anbeek, Georges Groot, die later bij Don Quishocking terechtkwam, Hans Plomp en nog wel anderen. Dat waren de actieve mensen, die ook in de studentenraad plaatsnamen. Peeters niet, die was voor zover ik weet altijd bezig met literatuur. Hij hield op z'n tweeëntwintigste al lezingen op literaire dagen. En dan dat tijdschrift natuurlijk, waarin hij zijn best deed ernstige en gedegen artikelen te schrijven. Inderdaad, imitatio, de eerste stap, zijn eigen gedachten toetsen aan het Terbraakse erfgoed." 

Paywall

Wilt u dit artikel lezen? Word abonnee, vanaf slechts 5 euro per maand.

Lees onbeperkt premium artikelen met een digitaal abonnement.

Kies een lidmaatschap