Leider van de apenrots

Joost Niemöller 13 nov 2009 Cultuur

Schrijvend columnist, voetbalcommentator, tv-performer – nooit te beroerd voor vurig uitgesproken meningen, die echter volkomen willekeurig zijn. En nog vrouwenversierder ook. Portret van Jan Mulder, anno 2000.

Mijn vriendin wilde weten of het soms weer ‘zo’n afzeikstuk’ zou gaan worden over Jan Mulder. Hoezo? Had ik dat soms aangekondigd dan? Nee, maar ze kende me wel en trouwens, wat was er nou helemaal mis met die Jan Mulder? Dat was toch gewoon een leuke, nou ja, ontwapenende man op de tv? Hier zitten we er meteen middenin. Jan Mulder en de vrouwen. Wat heeft hij (dat ik niet heb)? Aanvankelijk dacht ik dat alle vrouwen vielen op Jan Mulder. Vriendinnen gaven dat, na enig aandringen, ook wel een beetje beschaamd toe. Ja, nee, leuk ja, die Jan Mulder op tv, ook om zijn aandoenlijke lelijkheid, dat je dwars door hem heen keek, het is lief aan een man dat hij zich laat zien, emotioneel gesproken. En toch weer onverwacht, want niet zonder sexy agressiviteit. Van die dingen.

In de AKO stond ik voor een enorme stapel Jan Mulders. Overwinningen & nederlagen, het eerste deel van zijn verzameld sportwerk. Naast me een vrouw van de leeftijd van Johanna, de veelbesproken vrouw van Jan Mulder (over wie later meer). De vrouw had een boek ter hand genomen. Ze keek naar het omslag met daarop dat zo leuk ironisch lachende gezicht van Jan Mulder. Dat trok haar aan. Maar binnen in het boek ging het alleen maar over voetbal. Daar stond ze; inhoud-omslag-inhoud-omslag. Ze wist het niet. Ik stond al halverwege in de rij voor de kassa met mijn exemplaar, toen zij eindelijk besloot. Ze kocht het toch.

Maar niet alle vrouwen houden van Jan Mulder. Via via hoorde ik over jonge vrouwen die hem ‘te oud’ vonden. Ook hoorde ik gruwelverhalen uit het Amsterdamse caféleven. Kun je dat hier wel vertellen? Het zijn van die verhalen die maar in Amsterdam blijven rondcirkelen, net zoals al die verhalen over Ischa Meijer en de vrouwen. Dat ze met een groepje uitgingen, onder wie een inderdaad heel mooie vrouw, en dat Jan Mulder daar toen ook was en direct focuste op die vrouw, nou ja, echt van dat zeer obligate versiergedoe. Die vrouw had daar geen zin in en toen werd Jan Mulder heel erg vervelend. Zogenaamd per ongeluk drankjes over die vrouw uitgooien, tegen haar aan lopen, ruzie maken, weglopen, weer terugkomen. Kortom, alles moest ineens om die beroemde Jan Mulder draaien, je had gewoon geen rust meer in dat café, wat een verschrikkelijke eikel met een veel te groot ego.


Zelf heb ik Jan Mulder weleens bezig gezien met een vrouw. Moet ik dat opschrijven? Is het niet privé? Nou, het was helemaal niet privé. Het gebeurde op het Boekenbal. Er liepen daar cameraploegen rond, columnisten, dichters, noem maar op. Ook de columnistenvrienden van Jan Mulder waren aanwezig, maar die bemoeiden zich er even niet mee, want Jan Mulder was bezig met een vrouw. Dat is een typisch mechanisme: soms, in een hele club van mannen, dient zich ineens een mooie, jonge vrouw aan. De vrouw gaat staan in de buurt van de leider en iedereen weet wat er aan de hand is. Daar wordt verder geen woord aan verspild. Mannen vechten de hiërarchie nooit aan. Ik stel me voor dat het ook zo toegaat, na afloop bij Villa BvD, met Barend en Van Dorp. Maar daarover later meer.

Ik heb het weleens gezien met Harry Mulisch. De vrouw zei niks. Ze stelde zich beschikbaar. Harry Mulisch keek haar niet eens aan. Hij was aan het woord tegen zijn mannenclub. Tot hij klaar was en met een subtiel gebaar de vrouw te verstaan gaf dat ze even mee mocht naar de hotelkamer.

Zo ver was Jan Mulder nog lang niet gestegen op dat Boekenbal. Hij moest er echt voor werken, of hij vond dat van zichzelf. Hij sleepte glazen wijn aan, maakte grapjes met die mooie, jonge vrouw en stond haar omstandig te tongzoenen.

Aan de ene kant ging het me niks aan. Ik zag het toevallig. Aan de andere kant vond ik het niet deugen. Zoiets doe je niet in het openbaar met al je loyale vrienden die later weer tegen Johanna moeten doen alsof er niks aan de hand is (en dan achter haar rug om: enzovoort). Ook al heb je nog zo een in het openbaar zelfverklaard ‘vrij huwelijk’. Ik vind: zo hoor je je eigen vrouw niet te vernederen. Dat heeft ze niet verdiend. Doe het dan stiekem. Desnoods dat zij het wel weet, maar die vrienden niet.


Dit stuk begint wel een heel vreemde draai te krijgen. Het lijkt wel of ik het niet meer zelf in de hand heb. Opnieuw maar.

Twee weken geleden zat ik op een moeizaam op gang komende maandagochtend me een weg door de Volkskrant te lezen en ineens moest ik gniffelen. Dat kwam door de sportcolumn van Jan Mulder. Het ging over ‘die surrealistische taal, die vloeit en zichzelf steeds weer opnieuw uitvindt’ van de Grand Prix-commentatoren Olav Mol en Allard Kalff. Heel precies zette Jan Mulder iets neer. Een sfeer. Een gevoel voor het absurde. Waarschijnlijk had hij de citaten net iets verdraaid, net iets aangezet, en daarmee werden ze zo mal dat je zelf ook in die aangename stemming kwam waarin alles een beetje absurd en mallotig wordt. Bevrijdend is dat. Je bent ineens wakker en kunt overal om lachen.

Het knappe aan de column was dat Jan Mulder in het midden wist te houden of hij de genoemde Mol en Kalff belachelijk vond om hun doorgedraaide jargon, of dat de creativiteit in de zinsbouw hem werkelijk fascineerde. Waarschijnlijk allebei. Want bij Jan Mulder weet je nooit of het ironisch bedoeld is, of dat er ook echt passie uitgesproken moet worden. Dan schrijft hij: “De hele middag kan ik over zoiets nadenken, puzzelen en piekeren. Maar het genot overheerst, altijd.”

Je weet heus wel dat een drukbezet man als Jan Mulder niet een hele middag heeft lopen puzzelen en piekeren. Geen seconde zelfs. Hij hoorde het materiaal en gebruikte het direct.

Maar toch. Hij zou de surrealistische taal van Mol en Kalff kunnen bewonderen, als hij dat gewild had. Het was er idioot genoeg voor, vooral na de overdaad aan voorbeelden die hij gaf. En dat van dat genot dat altijd overheerst, dat moet vast ergens ook wel weer waar zijn. Of het had waar geweest kúnnen zijn.


Iets zeggen om te proeven hoe het voelt als je dat zegt, het vervolgens voor de volle honderd procent gaan menen en achteraf de relativiteit inzien van wat je zegt en bij wijze van spreken net zo goed het omgekeerd kunnen verdedigen. Dat is Jan Mulder als columnist en als becommentariërend mediapersonage.

Het zat er altijd al in. Vorig jaar verscheen een nummer van het intellectuele voetbalblad Hard gras over ‘Jan Mulder, de speler’. Daarin werd een interview opgenomen dat Herman de Coninck in 1970 voor Humo had met Jan Mulder toen hij nog voor Anderlecht voetbalde. Rücksichtslos wandelt Mulder naar aanleiding van een wat al te bombastisch aangezette voorzet van de interviewer obstinaat de andere kant uit, overdrijft zichzelf daarin en ironiseert zijn standpunt onderweg, voor de goede verstaander, om waar uit te komen? Puur uit gevoeligheid voor de toon waarop iets door de interviewer gezegd wordt, reageert Mulder en draait zich in een vreemde spagaat. De inhoud doet er niet toe. Jaren later, als tv-personality, zal hij net zo goed voor als tegen bombardementen op Kosovo kunnen zijn, voor of tegen het koningshuis; met veel passie beleefde meningen, die volkomen willekeurig zijn. Tijdverdrijf.

Vind je het niet een beetje onzindelijk dat vooral Zuid-Amerikaanse landen – Mexico, Brazilië – de voetbalsport gebruiken als camouflage voor hun buitenlandse politiek? Pele bijvoorbeeld maakt de beste reclame voor de Braziliaanse dictatuur.

Mulder: “Ja, zo zijn er veel landen, het Oostblok doet dat ook, Roemenië, Oost-Duitsland, Rusland. Dat zijn de problemen waar ik me niet mee bezighoud. ‘t Is niet goed te keuren, natuurlijk, maar er is niks aan te veranderen. De hele wereld is toch corrupt, daar heb ik me allang bij neergelegd hoor.” (Lacht.)


Je zou het als voetballer in Brazilië niet akelig vinden dat je voor politieke doeleinden gebruikt wordt?

Mulder: “Als je maar genoeg verdient, dan denk je daar niet aan.”

Ja, hoor. Natuurlijk vond hij dat niet echt. Daarom dat (Lacht.).

De interviewer begreep het best wel en hield zijn verontwaardigde engagement alleen nog maar even voor de vorm in stand. Jan Mulder zette het nog een stukje vetter aan. Hadden we dat ook weer gehad.

De relativering met als uiteindelijk doel de zelfrelativering, zo ging Jan Mulder op stap als columnist. Worstelend eerst nog. Vanaf 1976 schreef hij een column voor het weekblad De Tijd, en helemaal als het dan niet over voetbal ging, maar bijvoorbeeld over een lezing over het conservatisme van J.J. Heldring in Paradiso, raakte hij zo verstrikt in zijn eigen warboel van iets te willen zeggen en ook eigenlijk juist het omgekeerde net zo goed, dat het onnavolgbaar stug werd; een gekrioel aan lange zinnen en opgeklopte effecten met losse alinea’s die ruim mislukten. Maar Mulder werd voor flink geld opgekocht door Elsevier en ontwikkelde zich tot een heel goede columnist. Misschien wel de beste. Hij overwon het eeuwige columnistentoontje en maakte een toon. Ik lees hem altijd.

Daarnaast (het leek wel een plan) begon Jan Mulder, samen met Remco Campert, te performen. Zes jaar lang het land door met voorgelezen stukjes, dialogen en grapjes, alles in het teken van de relativering. Jan Mulder was toen natuurlijk al een bekende Nederlander, maar hij was nog niet met zijn tv-carrière begonnen. Hij moest nog oefenen.

Ik zag een paar voorstellingen. Mulder had toen al die quasigalmende toon, die het, net als bij zijn grote voorbeeld Gerard Reve, mogelijk maakt iets bombastisch te zeggen en het tegelijk te ondergraven (en ook weer nooit helemaal). Daarbij concentreerde hij zich op rare woordjes, zoals het lekkere ‘tuten’, wat Fries is voor kussen, van Erica Terpstra, en liet hij zijn soepele zinnen exploderen in ironische verkenningen van de lust bij beschrijvingen van Lady Di. Allemaal uiteindelijk hartstikke onschuldig en dramaloos. Waarin ook de zwakte lag. Want waar een column geniaal kan zijn, zo tussen neus en lippen door, daar wordt een hele avond relativeren een beetje erg lang niks.


Om die reden werd de eerste novelle van Jan Mulder, Spreek en vergissing, een virtuoze taalherkenning omtrent een romance, uiteindelijk ook geen succes. Voor de langere adem, zelfs al was het nog maar honderd bladzijden, moet je de diepte in. Het lijkt wel of het Jan Mulder altijd ontbroken heeft aan contact met de donkere kant van het leven. In elk geval kan of wil hij daar niet over schrijven. Of spreken. Het absurdisme is zijn fort. Toen ik hem ooit eens interviewde, ging hij er eens lekker voor zitten om uit te leggen dat al dat zwaarmoedige gemier over de Holocaust hem de neus uit kwam. Doe toch iets leuks, vond hij. Tja. Zo kun je er ook over denken. Of niet.

Zo gezien is het talkshowformat op tv zijn ideale vehikel. Want daarin wordt het drama, in een niet aflatende vloed van gebabbel, altijd weer klein gemaakt en weggehoond. Drama is pijnlijk. En pijnlijk betekent zappen. Dus je draait wat. En je flirt wat. Je doet helemaal waar je zelf zin in hebt.

Zo zag ik Jan Mulder een maand of wat geleden in BvD met Tineke Netelenbos in de weer. Zomaar uit het niets begon hij over de geluidsoverlast op Schiphol. Net of het hem interesseerde. “Ja, maar die mensen dreunen uit hun bed! Het is niet te harden!” Tineke Netelenbos probeerde nog wat, over de geluidsvoorschriften. “Er wordt oprecht niet gesjoemeld.” Ja, en Jan Mulder had natuurlijk ook geen feiten achter de hand, zoals een echte journalist. Hij zat de minister maar aan te kijken en te lachen erbij, en zij deed dat terug. Jan Mulder: “Kijk me recht in de ogen!” Alsof ze zat te liegen, nou ja, zogenaamd dan. Leuke tv. Iets met emoties.


Er zaten ook nog een Turkse stand-up comedian en een rapper aan tafel. Zij werden volledig door Jan Mulder genegeerd. Na afloop stond hij hartelijk de hand van Tineke Netelenbos te schudden; heel intiem zag het eruit, leuk natuurlijk om te zien. De rapper en de comedian kregen zelfs geen hand. Dat was ronduit onbeschoft om te zien, maar ja, het hoort erbij, bij de apenrots: vrouwen worden opgegeild, jongere mannen zijn bedreigend, je ontwijkt ze.

Bij een volgende uitzending papte hij aan met actrice Annet Malherbe, de vrouw van Alex van Warmerdam, die hij goed kent uit het grachtengordelcircuit. “Ik had je graag in een haaienpak gezien, Annet.” Het ging over zwemmen. Er zat ook een jonge zwemmer bij. Werd genegeerd. Mannen met macht, zoals Dick Benschop, krijgen natuurlijk weer wel alle aandacht. Een beetje brutaal: “Nederland heeft een imagoprobleem, vindt u niet?” Of Nederland heeft helemaal geen imagoprobleem. Ook goed. Bij Barend & Van Dorp zei Jan Mulder op het laatst helemaal niets meer. Geen zin. Ook goed. Het wachten was op het voetbal.

Nu eist hij weer ruim baan over ideale opstellingen, mooi voetbal, enzovoort. En het is helemaal leuk als er een mooie vrouw aanschuift. Zoals laatst Ageeth Boomgaardt, van hockeyclub Den Bosch. Het hele mannengezelschap zat te kwijlen bij die eigenwijze, beetje bekakte en zo mooie en jonge Ageeth Boomgaardt. Maar Jan Mulder nam het initiatief tot vragen stellen, grapjes maken, aankijken, lachen, het hele repertoire. De leider. Hoe gaat dat na afloop van de uitzending? De andere mannen zullen zich discreet terugtrekken. Ageeth is voor Jan. Laatst verscheen hij met lippenstift op de wang in de uitzending. Dat vond Van Dorp toch wel te gortig worden. Enzovoort. Tijdverdrijf.


Onlangs stond er een interview met Johanna Mulder in De Groene Amsterdammer. Een echte voetbalvrouw. Een levenslang dienend bestaan. Veel geld om naar de kapper te gaan. Altijd op de tribune. Zorgen dat Jan goed te eten krijgt. Zijn narrige buien opvangen. Het geheim van haar huwelijk was, zei ze, dat ze het allemaal maar verdraagt, ja, ook dat tijdverdrijf met die vrouwen.

Het leven van Johanna gaat over de gewone menselijke verhoudingen, de echte liefde. Een simpel leven. Een echt leven. Geen carrière. Geen meningen over Kosovo. Ja, nu heeft ze dan een jonge minnaar, zegt ze. Je moet toch wat. Ik stel me die jonge minnaar voor. Hij moet zich heel stil houden. Gaat hij Jan Mulder vermoorden? Welnee, joh.

Jan Mulder is regelmatig te gast in de talkshow De Wereld Draait Door. Onlangs sprak hij zich uit tegen de arrestatie van filmmaker Roman Polanski, beschuldigd van verkrachting van een dertienjarig meisje. Ter verdediging voerde Mulder aan dat het slachtoffer eruitzag of ze achttien was. Mulder is nog steeds populair bij vrouwen.

Reageer op artikel:
Leider van de apenrots
Sluiten