‘Ik ben mijn woede spuugzat’

Ze schokte de wereld met Baise-moi, een boek – en later een film – vol seks en geweld. De nieuwe roman van Virginie Despentes, Apocalyps Baby, is al even explosief. Een gesprek over boosheid, extreme ervaringen en erkenning.

Ze ziet er vermoeid uit en komt tamelijk schuchter over – iets wat je niet direct zou verwachten op grond van haar uitgesproken romans of van een vrouw die werkzaam is geweest in de prostitutie en in de pornowereld. Hoe heftig en expliciet haar boeken ook zijn, Virginie Despentes (1969) zelf is ‘rustig en verlegen’, zegt ze, en blijft liever onopvallend op de achtergrond.

Maar dat zit er tegenwoordig niet meer in voor de Franse schrijfster, zeker niet sinds haar roman Apocalyps Baby eind vorig jaar werd bekroond met de Prix Renaudot, de tegenhanger van de Prix Goncourt. Die ging naar Michel Houellebecq, een generatiegenoot van Despentes en ook al zo’n heftige, boze Franse auteur. Het is Despentes’ eerste literaire prijs. “En ook nog eens een heel belangrijke, ontdekte ik. Wist ik veel; ik had nog nooit zelfs ook maar een longlist gehaald. Het voelt als een erkenning voor een bepaald slag Franse auteurs. Michel Houellebecq en ik debuteerden ongeveer op hetzelfde moment, ruim vijftien jaar geleden, en hebben sindsdien allebei zo’n zeven à acht boeken gepubliceerd. Het is alsof we nu voor vol worden aangezien.”

Virginie Despentes debuteerde op 24-jarige leeftijd met Baise-moi (vertaald als Genaaid), een boek over twee vrouwen die moordend en neukend door Frankrijk trekken, op de vlucht voor hun lege, uitzichtloze bestaan. Vooral de verfilming door Despentes en Coralie Trinh Thi deed veel stof opwaaien; de seks in de film was echt en in volle glorie te volgen, het geweld was extreem, en een verkrachtingsscène zoals in het begin van de film was nog nooit op het witte doek vertoond. De film werd bestempeld als pornografie en uiteindelijk zelfs verboden.


Zo heftig is haar nieuwste roman, Apocalyps Baby, niet, maar het werk van de Française is nog altijd zeer expliciet; aan (extreme) seks, grof taalgebruik, drank en drugs geen gebrek. Het boek is een mengeling van een detective, een roadtrip en een maatschappelijk portret. De hoofdpersoon is Valentine, een meisje dat eenzaam opgroeit in een rijk maar tamelijk liefdeloos gezin en zich buiten schooltijd vermaakt met drinken en seksuele uitspattingen. Privédetective Lucie, die Valentine een tijdje schaduwt, verliest haar even uit het oog en net op dat moment smeert zij ‘m. Lucie moet haar opsporen en wordt daarbij geassisteerd door de Hyena, wier naam boekdelen spreekt. De zoektocht leidt hen van Parijs naar Barcelona en dwars door alle sociale lagen van de bevolking. Ze vinden Valentine en brengen haar terug naar huis.

Maar Valentine wil niet worden zoals de volwassenen om haar heen, die allemaal leugenachtig en onwaarachtig zijn en geen van allen een duidelijke richting in hun leven hebben. Zij maakt wél een duidelijke maar drastische keuze, die inslaat als een bom.

Van de Prix Renaudot bestaat geen juryrapport. Wat is, denkt u, de reden van de bekroning?

“Ik vermoed dat ik de prijs heb gekregen omdat het in zekere zin een typisch Franse, klassieke roman is, echter met contemporaine thema’s. In Frankrijk houden we van onze oude auteurs, zoals Gustave Flaubert en Guy de Maupassant. Ik schrijf natuurlijk niet zoals zij, maar de blauwdruk van dit boek is die van een roman uit begin twintigste eeuw, met verschillende perspectieven en stemmen, en eentje die ze allemaal verbindt. Er zitten ook klassieke personages in, zoals de schrijver en zijn vrouw. Tegelijk bevat het vertrouwde Despentes-elementen als seks en geweld. Het lijkt op een detectiveverhaal, maar de detective, Lucie, is lui en depressief en niet opgewassen tegen haar werk. De hele maatschappij komt voorbij: van rijk tot arm, van autochtoon tot allochtoon. In Frankrijk zijn er meer dan tweehonderdduizend exemplaren van verkocht. Dat is volstrekt nieuw voor mij.”


U bent plots een mainstream auteur.

“Ja. Ik voel me ineens oud. Het was altijd zo: ik was jong en wat ik ook deed, het veroorzaakte overal wel een schandaal. Nu schreeuwt niemand meer tegen me, iedereen is blij me te zien. Dat voelt oud en gezapig.” (Ze lacht.)

Apocalyps Baby gaat over uw eigen generatie, maar ook over jongeren. Zij lijken geen toekomst te hebben, ongeacht hun maatschappelijke klasse of achtergrond.

“Dit boek is inderdaad nogal nihilistisch. Alle personages zijn negatief. Sommige mogen dan grappige of aardige figuren zijn, maar ze weten geen van allen hoe ze hun problemen moeten oplossen, hoe ze een ander moeten helpen – zelfs als ze dat wel willen – of hoe ze een betere wereld voor zichzelf kunnen scheppen. Hun geest en gedrag zijn vergiftigd.”

Vanwaar die negativiteit?

“Ik ben inmiddels 42 en heb op diverse maatschappelijke gebieden – onderwijs, gezondsheidszorg, noem maar op – vooral afbraak meegemaakt. In de jaren tachtig en negentig bestond er een bloeiende culturele underground; enorme netwerken die bruisten van de energie en creativiteit. Die netwerken zijn vernietigd, de ontmoetingsplekken gesloten, de creativiteit heeft plaatsgemaakt voor obsessief geld verdienen en bezig zijn met moderne media. Ook de middenklasse waartoe mijn ouders behoorden is verdwenen. Zij kwamen nog zonder diploma’s in dienst van een bedrijf en bleven daar hun hele leven werken, terwijl ze tree voor tree opklommen. Ze werkten hard en verwierven daarmee een bepaalde zekerheid. Dat bestaat allemaal niet meer. Liberalisme heeft overwonnen en heeft onderweg veel kapotgemaakt. Daar is weinig goeds voor in de plaats gekomen, vind ik.


“Het uitgangspunt voor dit boek was dat niet alleen onze productiemaatschappij vervuiling veroorzaakt, maar dat ook ons gedrag, ons denken en onze reacties vervuilend kunnen zijn. We gaan niet op een goede manier om met onze eigen en maatschappelijke problemen, doen weinig moeite om ze op te lossen en investeren nauwelijks in onze relaties met anderen. De zucht naar geld en succes is allesoverheersend aanwezig, evenals angst: de angst om te verliezen wat we hebben, angst voor ziekte, armoede, ouderdom. Ook ik voel me erdoor besmet. En het helpt de jeugd om zeep.”

Komt die boodschap überhaupt aan bij jongeren?

“Mijn werk wordt in elk geval veel door jongeren gelezen. Maar het is natuurlijk wel een oudewijvenstandpunt. Als ik jonger was en mezelf zou horen, zou ik denken: fuck you.”

Uw stijl zal jonge mensen vermoedelijk wel aanspreken.

“Ja, en veel van mijn onderwerpen ook. Voor hen is het zelfs normaal om over homo- en biseksualiteit te lezen. De negativiteit in mijn werk heeft ook iets romantisch dat aantrekkelijk wordt gevonden. Ze zijn vermoedelijk gewend dat mensen van mijn leeftijd negatief zijn, misschien verveelt het ze zelfs wel. Het zou mij beslist ook verveeld hebben.”

Seks louter als lust, eenzaamheid, een totaal gebrek aan liefde, veel geweld – u schetst een koude en harde wereld.

“Dat klopt, maar mijn personages ontmoeten ook altijd iemand met wie ze een bepaalde band krijgen. Het zijn eenzame mensen die een lichtpuntje in de duisternis vinden in de vorm van vriendschap. Er zit bovendien ook humor in mijn werk, die het hopelijk verteerbaar maakt. In Apocalyps Baby leggen de meeste personages zich er niet bij neer, ze zoeken allemaal naar iets méér. Maar ze vinden het niet, dat is waar.”


Toen Virginie Despentes zelf jong was, lag een carrière als schrijfster beslist niet voor de hand. Veel schrijvers in Frankrijk, zegt ze, hebben een academische opleiding. Voor Despentes liep het allemaal wat anders. Op haar zeventiende werd ze verkracht, ze kwam in de prostitutie en porno-industrie terecht en verdoofde zichzelf met drank en softdrugs.

Baise-moi bleek haar ontsnappingsroute. Ze schreef het boek in drie weken, meer als grap, en verwachtte dan ook niet echt dat het zou worden uitgegeven, laat staan dat het internationaal zo veel aandacht zou krijgen. “De Franse literatuur bestaat voornamelijk uit welgemanierde schrijvers die schrijven voor welgemanierde lezers. Men wist niet eens wie The Sex Pistols waren, of dat er zoiets als een punkbeweging bestond. In Frankrijk sloeg mijn boek in als een bom.”

En in uw leven ook?

“Ja, het heeft alles op z’n kop gezet. Om eerlijk te zijn was ik in het begin vooral heel blij dat ik wat geld kon verdienen op een andere manier dan met kleine baantjes of in de prostitutie. Ik zat enorm in geldnood en was het zat om geld te verdienen met… extreme ervaringen. Ik dacht dat ik hooguit twee of drie jaar onder de pannen zou zijn, niet dat ik er na vijftien jaar nog mijn brood mee zou kunnen verdienen. Op een gegeven moment kwam het besef dat ik lezers had, en dat ik dus kon blijven schrijven. Maar ook dat ik daarvoor ruimte en tijd nodig had, en een heldere kop. Ik stopte met drinken – ik dronk heel veel – en met hasj. Dus ja, het heeft veel veranderd.”


Baise-moi riep hevige reacties op – de film werd zelfs uit de bioscopen geweerd. Had u dat verwacht?

“Bij het boek beslist niet; ik had geen idee wat het inhield om een boek te publiceren, had me ook nooit beziggehouden met recensies of media. De vijandigheid verraste me, maar de reacties bij het uitkomen van de film verrasten me nog meer. Positieve reacties kunnen trouwens net zo vijandig en agressief zijn. In het begin was ik geschokt. Maar it comes with the job. Wat ik nu vooral lastig vind, is dat ik in Frankrijk niet meer anoniem ben. Ik kan niet meer zo makkelijk ongestoord in een café zitten observeren of zomaar een praatje maken. Ik heb een paar jaar in Barcelona gewoond, en daar voelde ik me veel meer op mijn gemak. Daar zal het ze worst wezen. Ze weten niet eens wie ik ben.”

Een van de actrices uit de film pleegde een paar jaar later zelfmoord, de ander werd depressief. Hoe kijkt u terug op Baise-moi?

“Het is als met mijn eerste tatoeage: ik hou van dat boek en ben blij met wat het heeft betekend in mijn leven. De film heeft voor mij een nog grotere emotionele lading, omdat het heel intens was om die met z’n vieren te maken, en natuurlijk vanwege de zelfmoord van Karen Lancaume. Ik denk niet dat haar dood iets te maken had met de film. Het is overigens ook niet eens zeker dat het zelfmoord was, want ze heeft geen brief achtergelaten; de cocktail van drugs, reguliere medicijnen en alcohol kan haar ook onbedoeld fataal zijn geworden. We hadden – en hebben – alle vier last van depressies. Baise-moi is geen blije film. Maar een mens komt ook niet in de porno of prostitutie terecht als er niet iets aan de hand is. Als je achttien bent en alles is goed, dan peins je daar niet over; dan maak je geen film als Baise-moi. Maar ik ben er nog steeds trots op.”


Het gaf u het imago van een boze vrouw.

“Het is ook een boze film. Mijn vorige boek, King Kong Theorie, was een woedend essay. Apocalyps Baby is zwaarmoedig en kwaad tegelijk. Ik heb veel woede in me. Ik zou mezelf graag leren kennen zonder die woede, ik zou wel willen weten wie er dan overblijft. Maar zover ben ik nog niet.”

U gaat nog steeds gebukt onder woede?

“Jazeker. Het maakt me razend dat wij mensen maar niet van onze fouten leren, dat we ook maar doorgaan met oorlogvoeren en niet tot bezinning komen. Het feit dat ik een vrouw ben en dat dit me in van alles belemmert, ook dat maakt me furieus. Het stimuleert het schrijven, en dat vind ik er goed aan, maar ik ben mijn woede wel zat. Spúúgzat. Ik ben verdomme 42, laat me met rust!”

U wilt er vanaf?

“Ja, want het is een destructieve emotie. Woede en geweld brengen niets goeds voort. Al die politieke bewegingen die indruk maakten toen ik jong was, zoals de ETA, IRA of RAF, zijn er niet in geslaagd om werkelijke verandering te brengen. De bewegingen die dat wel is gelukt – die bijvoorbeeld rechten voor vrouwen, zwarten en homoseksuelen tot stand hebben gebracht – deden dat zonder bloedvergieten. Die zijn allemaal niet-gewelddadig. Woede mag dan nuttig zijn om verhalen als Baise-moi te creëren, als ik eraan weet te ontstijgen, kan ik misschien nog iets veel interessanters gaan maken.”

Virginie Despentes: Apocalyps Baby.

Vertaling: Kiki Coumans. De Geus, €19,90. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Vivian de Gier