Google topman Schmidt: virtuele persoonlijkheid wordt belangrijker dan fysieke

Het zal geen tien jaar duren of je virtuele persoonlijkheid, je amalgaam van e-mails, Facebookposts, Tweets en Whatsappberichten, is belangrijker geworden dan je echte fysieke persoon.

Die virtuele persoon hoef je dan gelukkig niet te bedienen vanachter een toetsenbord of smartphone: je hebt die virtuele extra persoon altijd bij je in de vorm van kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence) waarvan de Google internetbril (Google Glass) nog maar het allereerste beginnetje is.

Technologische revolutie
Dat is althans de toekomstvisie voor de komende tien jaar van Eric Schmidt, voormalig topman van Google. Hij schreef er een boek over dat op 23 april verschijnt en dat The New Digital Age heet. Enkele stukken van het boek zijn, zoals dat hoort op het internet, uitgelekt.

Zo voorziet Schmidt dat de komende jaren miljarden extra aardbewoners gaan meedoen aan de technologische revolutie omdat machines en toepassingen goedkoper worden. Omdat die miljarden vooral wonen in landen waar het niet zo goed is gesteld met de vrijheid van meningsuiting kon dat nog wel eens een verrassend effect hebben op de manier waarop we onze planeet besturen. Dat hebben we in het Midden-Oosten de afgelopen jaren inderdaad gezien.

Identiteitsroof
Pregnanter is dat Schmidt voorziet dat die virtuele persoonlijkheden een grote waarde gaan vertegenwoordigen. En dat het niet alleen gaat komen tot roof van je identiteit maar ook tot virtuele ontvoeringen, want ook in de toekomst blijven misdadigers uiteraard actief. We zullen onze kinderen dus moeten leren om hun virtuele fiets op slot te zetten. Met andere woorden: op scholen zal ‘digitale veiligheid’ een deel van het lesprogramma zijn. En overmijdelijk zal de overheid een nog grotere rol moeten gaan spelen in de bewaking van onze vrijheid, onze grondrechten en veiligheid online.

Nu lijkt het wel gepast om voorzichtig om te gaan met Schmidt toekomstvisie: niet omdat zijn beweringen te ver zouden gaan, nee, integendeel, omdat ze waarschijnlijk nog niet ver genoeg gaan. Wie had tien jaar geleden de opkomst van Facebook of Twitter kunnen voorzien? Wie had er tien jaar geleden wel eens iets online gekocht? Wie las er tien jaar geleden e-books? Wie deed er tien jaar geleden aan Whatsapp?

Toekomstvoorspellingen komen niet uit
De digitale wereld verandert tekens weer sneller dan de vertegenwoordigers van de ‘oude’ generatie (waartoe we nu ook de voormalige Google-topman moeten rekenen) in hun stoutste dromen kunnen bevroeden. Wie weet wat de volgende killer-app of de volgende virtuele machine wordt? In de jaren ‘70 en ‘80 waren in de wereld zogenoemde futurologen actief. Van wat zij voorspelden is werkelijk helemaal niets uitgekomen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook