Seedorf, Ronaldo en hoe je het uiteindelijk toch allemaal voor je ouders doet

Het was een goede avond, gisteren, voor de liefhebbers van bovenmatig zelfbewuste stervoetballers. Eentje werd trainer van AC Milan, de ander kreeg de titel van Beste Voetballer ter Wereld – een eerbewijs waarvan hij zelf vond dat hij het al veel vaker had moeten krijgen.

Dat kenmerkt de echte zelfbewuste voetballer, om zelfs in het Messi-tijdperk jezelf de beste voetballer ter wereld te vinden. Alsof Arthur Japin zich afvraagt waarom de Nobelprijs voor Literatuur dit jaar weer niet naar hem gaat.

Persoonlijk houd ik niet zo van bovenmatig zelfbewuste voetballers.
Om eerlijk te zijn kan ik ze niet uitstaan.
Tot gisteren.

Het huppeltje van Youp
Nu Clarence Seedorf trainer is geworden, zal hij vermoedelijk nooit meer profvoetbal spelen. Met het stoppen van Clarence Seedorf brokkelt er een stukje van mijn jeugd af. Clarence voetbalt al zolang ik me kan herinneren, hij is meer dan twintig jaar een constante ergernis geweest. Dat door Bernini gebeeldhouwde lichaam, dat hij met een irritante nonchalance met zich mee torste. Dat loopje, dat me altijd deed denken aan het amechtige huppeltje van Youp van ’t Hek die nog een keer opkomt om een open doekje van een vol Carré te incasseren. Die ernstige blik, de blik van de man die het leven doorgrond denkt te hebben en daaronder lijdt. En dan dat trage, zachte praten, op de toon van mensen die het gewend zijn dat iedereen toch wel naar ze luistert… Ik luisterde liever naar het gestamel van Kluivert, het te kort gedane geneuzel van de De Boertjes, het bitse gemonkel van Overmars of het omineuze zwijgen van Davids en Bogarde.

O man, Seedorf…

Hoe meer hij zich ontwikkelde tot een intelligente, succesvolle weldoener, hoe liever ik keek naar de imperfectie van heetgebakerde, matig tot niet begiftigde middenvelders met een psychopatenblik en de zwoegende tred van de gemiddelde honkballer.
Nu hij gestopt is, merk ik pas met hoeveel genoegen ik me al die jaren aan Clarence Seedorf heb geërgerd. Hoe zijn zelfbewustzijn mijn eigen onzekerheden blootlegde.
Nooit meer hatelijk lachen om een volkomen mislukt steekballetje – het zal verdorie wennen worden.

Cristiano Ronaldo is op een geheel andere wijze dan Seedorf een bovenmatig getalenteerde voetballer, maar ook aan hem kon ik me tot gisteren heerlijk ontspannen ergeren.
Zijn kinderachtige gedrag heeft me al door menige Champions League-avond gesleept.
Ook al verleden tijd.

Het winnen van een ongelijke strijd
Het ziekelijk ambitieuze kereltje van Madeira werd een weergaloze voetballer met een ego ter grootte van een, ja, Heel Groot Ego. Cristiano Ronaldo zwalkt in zijn leven tussen twee emoties: trots en verongelijktheid. Dat kun je kinderachtig vinden – vind ik bijvoorbeeld behoorlijk kinderachtig – maar het maakt hem menselijker dan de man die hem in puur talent altijd voor zal blijven. Messi. Cristiano Ronaldo is de werker, hij is briljant, maar niet bovennatuurlijk. Hij traint zich een ongeluk, hij gooit lijf, leden, emotie en een attitude om op te schieten in de strijd.

Jaren was Cristiano Ronaldo bezig die ongelijke strijd in zijn voordeel te beslechten. Gisteravond gebeurde dat. Op het podium, zijn prijsje voor hem op het katheder, begon hij hartverscheurend te snikken.
Iedere zorgvuldig geboetseerde spier in zijn lichaam sidderde.
De camera toonde de kijker moeder Ronaldo, die haar tranen wegveegde met een zwarte omslagdoek uit de duurdere prijsklassen.

Uiteindelijk doe je het allemaal voor je ouders
Ik herinnerde me het fraaie artikel dat ik enkele maanden geleden in wijlen het prachttijdschrift NuSport las. Daan Dekker verhaalde daarin over de jeugd van ’s werelds beste voetballer, en over de dood van diens vader.
Verslagen door de fles, daar kwam het goed en wel op neer.

Weer een beeld van moeder Ronaldo, die het nu onbekommerd liet lopen, en ik dacht aan de woorden van Bert Wagendorp. Ooit uitgesproken in een radio-interview, misschien wel op een onbewaakt moment, wie weet niet eens helemaal gemeend, maar ik ben ze nooit vergeten.
“Al die mensen die zo vreselijk hard werken, die doen dat toch eerst en vooral om hun ouders trots te maken.”
Misschien heb ik die woorden altijd onthouden omdat ik er zo in geloof.
En, kijkend naar Cristiano Ronaldo, begreep ik dat je de beste kunt worden, de rijkste, de mooiste en de succesvolste. Dat je alles kunt bereiken waarvan je droomt.
Dat je het ondoenbare kunt doen. Dat je Messi kunt verslaan. Maar dat je het uiteindelijk allemaal doet opdat je vader en moeder trots op je zijn.

Cristiano Ronaldo huilde, en ik begreep dat ik me nooit meer zo verrukkelijk aan hem kunnen ergeren. Toch jammer.

Meer leuke content? Like ons op Facebook