Bob Fosko: ‘Terugkeren met Hakkûhbar lijkt me erg leuk’

Bij het opruimen van mijn cd-kastje werd ik plotseling overvallen door een nostalgische bui. De reden was een stapeltje gabber-cd’s dat ik aantrof van onder meer Hakkûhbar en Supergabber. Als twaalfjarige draaide ik ze grijs.

Voor de gein zette ik even een nummertje op van de artiest Gabberclown, en terwijl de hysterische deuntjes klonken, gingen mijn gedachten onmiddellijk terug naar 1999. Als twaalfjarige stond ik regelmatig in mijn slaapkamer spastisch te bewegen op deze muziek. Ik trok tijdens het hakken altijd een gekke bek, en grijpen naar het hoofd hoorde er ook bij. Wat nostalgische beats later viel me de tekst van een aantal nummers op, zoals die van Arie en Bastiaan, de gabberparodie op Bassie en Adriaan, en het nummer Daar is Gabbertje. Die zijn eigenlijk best wel heftig voor een twaalfjarige, besefte ik.

Arie en Bastiaan, Arie en Bastiaan die lopen maar te gillen: kom op met al die pillen.
Elk weekend gaan ze samen hevig uit hun dak. Wie staat er zo te trippen? Dat is Bastiaan. Kijk eens naar zijn pupillen. En dat is echt niet alleen van de slagroomtaartjes, hoor. Hieperdepiep daar wordt er alweer een afgevoerd. 

Tering. Kriebels. (–) Daar is Gabbertje, daar is Gabbertje, daar is Gabber met zijn ingevallen kop. Zo te zien heeft hij al honderd pillen op.

Als twaalfjarige wist ik nog niet precies wat xtc was en wat er met pillen bedoeld werd. Ik snapte ook nooit wat mijn moeder zo vervelend vond aan Gabbertje, maar inmiddels is het kwartje gevallen. Al die tijd hakte en zong ik mee op plaatjes waarin drugsgebruik verheerlijkt werd.

Wist ik veel. Gekke bekken trekken en naar je hoofd grijpen zagen wij als leuke danspasjes. Gabbertje was gewoon cool en werd zelfs gretig nagedaan tijdens playbackshows.

Dat er een hoop gedoe is geweest om die teksten over drugs en dat de meester niet van Gabbertje op de playbackshow gediend was; ik kan me er inmiddels wat bij voorstellen.

Wie waren eigenlijk verantwoordelijk voor de gabberhype? Ik belde met Bob Fosko, met zijn stem een van de mannen achter de razend populaire gabberparodieën. Samen met Ruben van de Meer, Bart Vleming en Ad de Feyter vormde hij het succesvolle Hakkûhbar.

Hoe is dat Hakkûhbar vroeger ontstaan?
“Ik had een rolletje in een kinderprogramma van de VPRO over De Nieuwe Aussie van de Gabber, een moderne versie van het sprookje De Nieuwe Kleren van de Keizer. Vervolgens bedacht ik met onder meer regisseur Benjamin Landshoff om een liedje te maken; ik kwam op het idee om de tekst van Daar komt Swiebertje om te vormen naar Daar is Gabbertje. We stonden maar liefst vijf weken lang op nummer 1.”

Creatief. Vooral ook de thema’s om Gabbertje heen.
“Ik signaleerde toen al vrij snel dat gabbers echt een groot ding waren, en dat het er vrij heftig aan toe ging. Ik was altijd bezig met trends en hypes, en daar deden we dan iets mee. Op een gegeven moment hebben we zelfs een gabberparodie over dino’s gemaakt omdat Jurrasic Park zo populair was.”

De teksten gingen vooral over wreed uit je dak gaan. Hoe bedacht u die?
“Tja, ik weet het niet precies meer. We haakten gewoon op trends in en bedachten wat grappen eromheen. De platenmaatschappij was er niet blij mee toen ze hoorden dat we over pillen zongen. We begonnen een nummer bijvoorbeeld ook met ‘Teringkriebel’, volgens mij was het toen nog niet zo normaal om te schelden. Bij Telekids werden we dan ook geweerd, terwijl veel kinderen het fantastisch vonden. Maar ook uit andere hoek was er kritiek. Dj Paul Elstak vond onze teksten over drugs maar niks. Hij is van de hardcore scene en wilde juist af van dat imago. Maar dat vond ik nogal hypocriet. De drugsproblemen zijn er tegenwoordig trouwens niet minder om.”

Komt Hakkûhbar ooit nog terug?
“Dat wordt moeilijk. Het draaide natuurlijk heel erg om de persoon Ruben van de Meer, die Gabbertje speelde. Maar Ruben heeft nu een heel andere carrière. Ik denk dus dat het erg lastig word. Bovendien: een van de betrokkenen is er uiteindelijk met de financiële voorschotten vandoor gegaan. De samenwerking eindigde in een slagveld en een hoop ellende. Met die persoon wil ik nooit meer samenwerken.”

Wat een vervelend einde.
“Maar terugkeren met Hakkûhbar lijkt mij erg leuk. Ik sta er zeker voor open om het nog eens op te pakken met wat mensen. Al zal het lastig worden.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook