Spring naar de content
bron: Matthias Giesen

De werking van antidepressiva: een broodnodig tegengeluid van een gebruiker

Antidepressiva werken niet en hebben bovendien gevaarlijke bijverschijnselen, betogen kritische onderzoekers al jaren. Tijd om alle pillen te vernietigen? Toch niet – heel veel depressieve patiënten hebben er baat bij. Een broodnodig tegengeluid van een gebruiker.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: De Redactie

Mensen met een depressie hebben het al niet gemakkelijk. In die zwarte dagen, maanden, jaren soms, is de wereld een bedreiging, kun je denken dat de wereld en jij beter af zijn zonder elkaar. In heel verdrietige gevallen voegen door een depressie getroffenen de onomkeerbare daad bij de gedachte. Maar ook zonder fatale afloop is een depressie een tranendal, voor patiënten en hun omgeving.

Alsof dat dal niet diep genoeg is, krijgen patiënten die proberen om er met antidepressiva weer bovenop te komen, de laatste jaren een negatieve pers. Zij zijn verkeerd bezig, is de teneur. Niet alleen werken de pillen niet – gebruikers houden zichzelf voor de gek –, ook zijn ze (in een redenering die met zichzelf in tegenspraak lijkt) de weg van de minste weerstand.

 

[blendlebutton]

Sterkere depressieven gaan hun demonen te lijf met therapie, regelmatig leven en hardlopen – depressiebestrijding zoals het hoort. Het klopt dat critici ‘het systeem’ beschuldigen en niet zozeer de patiënten, maar ze geven patiënten hiermee onbedoeld een trap na. Want die zijn, in hun wanhoop, compleet verkeerd bezig met deze pillen.

Antidepressiva zijn zelfs gevaarlijk: ze leiden tot zelfmoord, in plaats van die te voorkomen, en tot moord en doodslag. Dat is de boodschap van schandaaldocumentaires en een lange lijst krantenberichten: ‘Bewijs maar eens dat het de pillen waren – antidepressiva en geweld’, ‘Co-piloot Germanwings gebruikte antidepressiva’, ‘Zij doodde haar kinderen. Waren het antidepressiva?’, ‘Een diepe, zwarte woede en een groot vleesmes’. Dit is een kleine greep uit artikelen van de Volkskrant, opgewekt vertolker van een progressief gedachtegoed.

De Groningse hoogleraar wetenschapstheorie Trudy Dehue zei het al in haar bestseller De depressie-epidemie uit 2008 en een veelbesproken optreden in Zomergasten van een jaar later: in onze prestatiemaatschappij wordt het niet meer geaccepteerd als je tijdelijk wat minder functioneert; we labelen naar hartelust met een waaier van stoornissen. De farmaceutische industrie levert graag de bijpassende oplossingen, in grote hoeveelheden.

Dehue legde de basis voor een verhit debat tussen voor- en tegenstanders van antidepressiva, waarbij de laatsten de bovenliggende partij lijken. De meest radicale exponenten van de strijd tegen antidepressiva zijn de Deense analyticus Peter Gøtzsche en de Nederlandse oud-hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin Dick Bijl, de schrijver van het voorwoord bij Gøtzsches boek Dodelijke psychiatrie en stelselmatige ontkenning.

“Antidepressiva zijn vrijwel altijd nutteloos en schadelijk,” zei Bijl in december vorig jaar in Trouw. In 98 procent van de gevallen hadden de pillen beter in de prullenbak kunnen verdwijnen dan in depressieve kelen. Een depressie is niet onoverkomelijk, zei Bijl. “Zelfs een echte depressie kent in de regel geen ernstig beloop.” De klachten rechtvaardigen in geen geval ‘drastische ingrepen’ met antidepressiva, spul met ernstige bijwerkingen zoals ‘suïcide, agressie en moorddadig gedrag’.

“Het kan tegenzitten in het leven,” schrijft Bijl in een e-mail. “Het gaat erom daar zo goed mogelijk mee om te gaan en recidive te voorkomen. Pillen zijn inderdaad de weg van de minste weerstand. Een belangrijke levensgebeurtenis vraagt om een intensieve behandeling (of een tijdje vakantie of niet werken) door een psycholoog of huisarts. Daarvan leer je en voorkom je erger. Met antidepressiva lukt dat niet.”

Het zijn wetenschappelijk beargumenteerde en – daar mag je van uitgaan – goedbedoelde boodschappen, die antidepressivagebruikers recht tussen de droeve ogen raken. Ik kan het weten – ik gebruik ze zelf. Venlafaxine, af en aan sinds 2001, en sinds een jaar of vier steeds aan, zonder voornemen er nog af te gaan. Ik voel me er prima bij, dank u wel, behalve als ik deskundigen over antidepressiva hoor. Dit gaat over mij, denk ik, maar ‘ik herken mij er totaal niet in’. Maar de spreker is deskundig en ik ben een patiënt. Een mens komt aan het twijfelen. Het klamme zweet breekt je uit – wat ook een van de bijwerkingen is.

Ik was dan ook verbaasd, verheugd, toen Christiaan Vinkers, psychiater van het Hersencentrum van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en apotheker Roeland Vis eind september in Nieuwsuur vertelden dat gebruikers van antidepressiva misschien toch niet zo achterlijk zijn als we denken. In hun boek Even slikken proberen ze het taboe op het gebruik te slechten. Medicatie, bepleiten ze, is een legitieme en werkzame optie als onderdeel van de behandeling van een depressie. Voor veel gebruikers zijn pillen niet zozeer the easy way out maar bittere noodzaak, en niet zelden levensreddend.

Hoe depressies ontstaan, wat ze aanrichten in het brein, hoe antidepressiva werken – we weten het eigenlijk niet, zeggen Vinkers en Vis op een maandag in oktober, in een kamer in het UMC Utrecht. We weten niet hoe de pillen werken, wel dát ze werken, zegt Vinkers. Depressiepatiënten kunnen niet wachten tot we het beter weten. We kunnen niet pas gaan behandelen als het laatste woord over de behandeling is gesproken. Zo werkt geneeskunde niet.

Veruit de meeste antidepressiva zijn zogeheten SSRI’s, serotonine-heropnameremmers. Er blijft meer serotonine actief in ons brein, waardoor we ons wat beter voelen. Zoiets. Maar volgens de stand van de wetenschap is een serotoninetekort in de hersenen een veel te simpele verklaring voor het ontstaan van een depressie, en het aanvullen ervan een veel te simpele oplos- sing. Serotonine speelt een rol, denken we, maar hooguit binnen een complex samenspel van factoren.

Het probleem met de psyche is dat iedereen er een heeft en zodoende meent verstand ervan te hebben. Iedereen is ook weleens somber geweest. Nou, toen hebben de meesten zich dus vermand of vervrouwd, ze zijn sterk geweest en kwamen er snel weer bovenop. Waarom kunnen die depressieven dat dan niet? Klagen hoort niet, joh, kop op!

Juist het onontgonnen gebied in de kennis over depressies en de behandeling ervan biedt ruimte aan meningen, emoties en gut feeling. De argumentatie pro en contra antidepressiva lijkt soms meer op gedweep dan debat, waarbij contra het beter doet in de media. “Weten we nu pas dat ze niet werken of is dat al langer bekend?” vraagt Trouw aan Dick Bijl, in een vraaggesprek dat soms meer weg heeft van een rode loper dan van een interview. Het begin van de volgende vraag: “Nu vaststaat dat psychofarmaca niet werken...”

Vinkers en Vis willen ‘de nuchtere feiten’ over antidepressiva vertellen, zeggen ze. Maar over wat de feiten zijn, verschillen de meningen. Uit ‘gezaghebbende’ studies over de werking van antidepressiva halen voor- en tegenstanders van medicatie wat in hun straatje past. “Zo werkt wetenschap natuurlijk niet,” aldus de schrijvers.

Kernvragen in het antidepressivaonderzoek zijn of en zo ja, in welke mate de pillen beter werken dan placebo’s (niet beter, een beetje beter, significant beter), bij welke groepen patiënten en in welke mate de eventuele werking optreedt. Aan de hand van een puntensysteem onderscheiden we patiënten met een milde, matige dan wel ernstige depressie. De overgangen tussen deze categorieën zijn lastig vast te stellen (stel je een matig depressief persoon voor die na een ochtend in de zon zitten net de grens naar een milde depressie passeert: gefeliciteerd!), maar toch: de groepen bestaan en ze reageren elk anders op antidepressiva.

Tot voor kort leek er consensus te zijn over het ‘feit’ dat antidepressiva bij ernstige depressies in voldoende mate hun werk doen, bij matige depressies wat minder en bij milde hoegenaamd niet. Maar datzelfde geldt voor therapie. Alle behandelingen werken beter bij ernstige depressies, waarschijnlijk omdat er bij ernstige depressies gewoon meer te winnen valt. Bij lichte depressies is het placebo-effect groter: doordat gebruikers denken dat ze beter worden, voelen ze zich ook beter.

Nog een complicerende factor is dat de werking van antidepressiva zich lastig laat isoleren in het complex van factoren dat het verloop van een depressie beïnvloedt. Misschien was iemand ook vanzelf wel opgeknapt. Medicatie is meestal onderdeel van een behandeling met psycho- of gedragstherapie, handvatten voor verstandig leven, sporten et cetera. Hoeveel procentpunt er door welk therapieonderdeel van je depressie af gaat, is niet goed te zeggen. Alle beetjes helpen, waarschijnlijk.

“De literatuur is ondubbelzinnig,” zegt Vinkers. “Antidepressiva werken beter dan placebo’s, ongeveer even goed als psychotherapie, en ze zetten niet massaal aan tot moord of zelfmoord.” Een erg klein deel van de gebruikers vertoont na aanvang van het gebruik extreem gewelddadig en soms fataal gedrag. Komt dat door de pillen? Depressiepatiënten zijn al niet de meest stabiele personen en in de eerste weken na de start van medicatie lijken de klachten te verergeren in plaats van te verbeteren. Vrijwel iedereen vindt dat deze weken niet zonder intensieve begeleiding van een arts kunnen. Desondanks blijft die vaak uit.

Ter relativering van de twijfels over de werkzaamheid van antidepressiva vergelijken Vinkers en Vis die in Even slikken met de werkzaamheid van veel minder ter discussie staande medicijnen als pijnstillers, bloeddrukverlagers, antibiotica en chemotherapie. “Duitse onderzoekers onder leiding van Stephan Leucht zochten het uit en vonden dat psychiatrische medicatie niet slechter werkt dan niet-psychiatrische medicatie. Sterker nog: antidepressiva scoorden erg goed, en waren bijvoorbeeld een stuk effectiever dan bloeddruk- en cholesterolverlagers.”

Ook schrijven Vinkers en Vis dat van een depressie-epidemie geen sprake is. “Psychisch lijden is van alle tijden.” Ook meer recent zijn wij niet depressiever geworden, volgens twee aangehaalde NEMESIS-onderzoeken (Netherlands Mental Health Survey and Incidence Studies): “Het aantal personen dat in het voorgaande jaar een depressie had gehad daalde van 5,8 procent in 1996 naar 5,2 procent in 2009. Zowel in 1996 als in 2009 had ongeveer twintig procent van de ondervraagden ooit in het leven een depressie gehad.”

Met het tellen van verstrekte recepten kom je tot 1,1 miljoen antidepressivagebruikers in Nederland, een veel aangehaald getal in argumentaties dat het de spuigaten uitloopt met de ‘gelukspillen’. Maar slechts de helft slikt ze vanwege een depressie – de andere helft vanwege angsten of andere klachten. Een deel stopt na een tijdje of haalt maar één keer een doosje op. Buiten deze groepen blijft een harde kern over van 150 duizend mensen die omwille van een depressie langere tijd antidepressiva gebruiken.

We gebruiken te veel antidepressiva, hoor je, vaak met de toevoeging ‘in een welvarend land als het onze’. Met 800.000 Nederlanders die jaarlijks onder een depressie lijden, en een naar schatting aanzienlijke groep depressieven die buiten de radar van de hulpverlening blijft, kun je ook beweren dat we te weinig antidepressiva gebruiken.

Volgens iedereen die een depressie heeft gehad is het geen somberheid, maar iets oneindig veel diepers. Als somberheid de maan is, dan is een depressie de Melkweg, en verder. “Het is een afschuwelijke ziekte,” zegt prof. dr. Robert Schoevers, hoofd van de afdeling psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. “Een chronische depressie is een soort kanker. Je stelt niks voor, kunt niks, bent niks. Het is een hel.”

Je schaamt je dood over wat voor saai persoon je bent geworden. Je persoonlijkheid is weg, alle lenigheid van geest. Je aardigheid, humor, ironie, alles wat jou een leuk persoon maakte. Je hoort jezelf praten, met afgrijzen over je grauwe woorden.

Als het lukt om jezelf naar de supermarkt te slepen – ook depressief moet je af en toe een moeizaam hapje eten – duik je bij iedere bekende weg. Je bent iemand die ze niet meer kennen. Aan de dagen komt geen eind, ’s nachts lig je doodmoe wakker. Elke verlichting van het lijden is welkom: therapie, pillen, een fles jenever. Je bent in de positie noch in staat om al te kritisch te zijn.

Critici van antidepressiva hebben tal van voorbeelden van patiënten die plompverloren begonnen met antidepressiva en toen nogal raar werden in hun hoofd. Toen ze er net zo abrupt weer mee ophielden, werd het nog gekker. Dat klopt: beginnen met antidepressiva is geen pretje en als je stopt, krijg je een goeie slinger na. Het is mogelijk dat het medicijn niet aanslaat, het is zoeken en proberen. Gaat het goed, dan worden de bijwerkingen na een paar weken minder en krijgen de positieve effecten de overhand. Het gevolg voor het libido is wat hardnekkiger – vergelijk het, bij mannen, met een duik in een erg frisse zee.

In Even slikken komen patiënten aan het woord die baat hebben bij antidepressiva. Anoniem. Het is niet makkelijk om over depressies of antidepressivagebruik te beginnen, zeker niet en plein public. Je staat er zo op, als depressivo, terwijl je nog een hele hoop andere dingen bent. Je houdt van voetbal, tennis, muziek, je werk, je kinderen, allemaal dingen die je mede dankzij antidepressiva weer kunt doen en waar je van kunt genieten. Om nou net met een minder flatteuze kant in de krant te komen: liever niet.

Rianne Spit zat gewoon als zichzelf in een thema-uitzending van het televisieprogramma Kassa! Misselijk van de zenuwen vertelde ze over haar depressies. Rianne is journalist, ze werkt bij EenVandaag op de radio. Ze is 33, bijna 34. De depressies begonnen op haar veertiende. Ze at heel veel of niets, woog heel weinig, dacht aan zelfmoord. In slechte tijden kon ze niet meer praten, alleen maar huilen. Haar vader sliep op een luchtbedje naast haar bed. Toen ze vijftien was, werd ze opgenomen in een kliniek in Alkmaar.

Ze werkte als reporter in Zuid-Afrika en later bij Pauw en Witteman, toen ze opnieuw instortte. Ze kreeg therapie, ze kreeg antidepressiva, duloxetine, krabbelde op, stopte weer, ‘flikkerde weer in elkaar’. Ze sliep een hal aar niet. “Alles is windkracht 10 tegen. Naar de wc gaan voelt als de Kilimanjaro beklimmen. Je waarneming verandert, kleuren worden anders.” Ze stopte toen het weer goed ging: weg met die troep. Toen ging het opnieuw mis. “Nu heb ik met mezelf afgesproken dat ik niet meer mag stoppen.”

“Mensen denken dat je er een pilletje in gooit als je je even niet goed voelt,” zei Spit. “Ik heb er zó mee geworsteld, heb het tegen alle adviezen in zo lang afgehouden. Het is een zegen. In een depressie zit je in een stolp, je kunt nergens meer bij. Ik weet dat een ijsje lekker is, maar proef het niet. Ik weet dat ik van mijn ouders houd, maar voel het niet. Als je zo diep in het moeras zit, zijn hardlopen of yoga ver weg. Door de medicijnen kan ik die adviezen toepassen. Het is echt een wonder. Ik ben er nog.”

Rianne is een van de gezichten op het ‘platform’ Allesgoed.org (website, Facebook en meer). Daarop staan depressieve patiënten zoals ze zijn: jong, wat ouder, vrolijk, knap. En depressief dus, bij lange of kortere vlagen. Ze vertellen er openhartig over, met foto’s, op filmpjes, met naam en toenaam: de studenten Frederike en Elwin, presentatrice Naeeda, schrijver Josha Zwaan.

Het verhaal van Josha lijkt in de verte op dat van Rianne: een lange geschiedenis van pieken en dalen. Ze heeft zich lang verzet tegen medicijngebruik. “Ik ben van de school ‘je moet het zelf doen’.” Zelf is: met psychotherapie. Ze ‘bevroor’ toen haar oudste zoon zeven jaar geleden erg ziek werd. Zwaan kreeg fluoxetine (Prozac). “Het voelde als falen.” Maar na de eerste vijf weken gingen, ‘de gordijnen open’.

“Ik heb blijkbaar aanleg. Ik kan wakker worden en alles is weer zwart.” Mensen zonder ervaring met antidepressiva hebben gehoord dat ze je emoties dempen, dat alles vlak wordt. Dat valt mee. “Ik vind het wel prettig dat alles wat gedempter is. Ik kan gewoon nog huilen en lachen.” Vergeleken met een depressie is de ‘afvlakking’ door pillen er een om om te lachen, en dat kun je dan gelukkig ook weer.

Zwaan is 53. Pas twee jaar geleden, bij het verschijnen van haar roman Dwaallicht, kwam ze uit de kast als gebruiker van antidepressiva. Mensen die haar kenden, konden zich er niets bij voorstellen, zo vrolijk als ze was. “Maar ik verstopte me ook. In zo’n periode zegde ik alles af.” Nog steeds vragen vriendinnen of ze er toch wel een keer mee stopt. Maar dat is niet voor iedereen een goed idee. Als je vaker een depressie hebt gehad, is de kans zeer groot dat je er nog een krijgt.

Ze was zó boos over het interview met Dick Bijl in Trouw. De strijd tegen het stigma van antidepressiva is een moeizame. Zwaan schreef een stuk op de opiniepagina, over zichzelf en ‘alle mensen die ik ken, die eindelijk mede functioneren dankzij medicatie’. “Onze pogingen om open te zijn daarover lijken onnozel nu er in de krant staat dat we ons hebben laten bedotten door de farmaceutische industrie en onze verblinde psychiaters.”

De voorbeelden van Rianne Spit en Josha Zwaan zeggen Dick Bijl weinig. “Het is zeer onwetenschappelijk om een aantal mensen aan te halen dat zegt er baat bij te hebben als bewijs van de werkzaamheid van deze middelen,” mailt hij. Waar het om gaat, is de ‘klinische relevantie’ afgezet tegen de ‘statistische significantie’ van de medicijnen. Gelet hierop hadden antidepressiva niet mogen worden toegelaten.

“Wat ik duidelijk probeer te maken is dat de ernst van de bijwerkingen niet opweegt tegen het mogelijke voordeel. Er kunnen ernstige bijwerkingen optreden, zoals gewichtstoename, seksuele stoornissen, suïcidaliteit, agressie, moorddadig gedrag, persoonlijkheidsveranderingen en ga maar door. Zoals Gøtzsche in zijn boek laat zien, kan het binnen een paar uur fataal aflopen.”

We moeten van de pillen af, vindt Bijl. “Gesprekstherapie kan een patiënt duidelijk maken wat de aanleiding was van de stemmingsstoornis en hem weerbaar maken tegen terugkeer ervan. Als mensen een antidepressivum gebruiken, zullen ze hun genezing ten onrechte toeschrijven aan dat middel.” Leer met de klachten om te gaan, zegt Bijl, en leer het clean. Leer ermee leven.

Sinds de verschijning van De depressie- epidemie moet Trudy Dehue zich verdedigen tegen de beschuldiging dat ze tegen antidepressiva is. Erover beginnen haalt oude wonden open. “Hoe kun je me er in godsnaam van beschuldigen te hebben gezegd dat pillen slikken de makkelijke weg is? Ik heb steeds betoogd dat het helemaal niet makkelijk is en dat mensen zich er nog schuldig om voelen ook.”

De vraag was of ze destijds de boodschap had willen overbrengen dat ik als antidepressivagebruiker de weg van de minste weerstand koos, beter af was met gesprekstherapie, gezond leven en hardlopen. “Kan het zijn dat jij je zelfverwijten op mij projecteerde?” zegt ze. Psychiaters en farmaceutische bedrijven riepen ook steeds dat ze niet wist wat een depressie was. Dehue voerde toen – tegen haar zin – in Zomergasten aan dat ze vijftig jaar met een depressieve moeder had geleefd, om de kritiek te pareren.

Ook rond de publicatie van Even slikken wordt ze weer neergezet als kwalijk mens. Terwijl ze slechts wilde waarschuwen voor de bijwerkingen en de farmaceuten, die de bijwerkingen wegmoffelden. Nu staan ze netjes op de bijsluiter: van in de eerste weken mogelijk toenemende gedachten aan zelfmoord tot jeuk en slapende ledematen. Zonder er lichtvaardig over te willen doen, plaatst de in Even slikken opgenomen lijst met bijwerkingen van paracetamol ze een beetje in perspectief: malaise, hallucinaties, maagdarmbloedingen, leverfalen en nierfunctiestoornissen, naast interstitiële nefritis, hematurie en tachycardie – dingen waarvan je blij bent dat je niet weet wat ze zijn.

Depressie is een ziekte van het denken, wat het anders maakt dan andere ziektes. Heb je jezelf in een depressie gedacht, dan kom je er niet gemakkelijk meer uit. Een steuntje in de rug is welkom, van een bericht, een boek of medicijnen. Die worden geleverd door de farmaceutische industrie, die perverse elementen heeft.

Antidepressivagebruikers kunnen helaas niet kiezen voor een ethischer leverancier. “Ik hoef me niet meer aangevallen te voelen als er negatief geschreven wordt over antidepressiva,” mailde Tineke uit Hengelo naar Christiaan Vinkers. Ze is zelf arts, 66 jaar, en gebruikt sinds twintig jaar paroxetine. Een andere ‘jarenlange slikker van een antidepressief geneesmiddel’: “Het leven kan prima zijn, geen problemen of trauma’s of wat dan ook, maar toch leef je met een onverklaarbare donkere wolk bo- ven je hoofd. De keuze is dan tussen wel of geen antidepressiva, en niet tussen antidepressiva en praten. Voor sommige patiënten, waartoe ikzelf behoor, is praten geen optie omdat er niets is om over te praten.”

In het boek is een passage opgenomen uit het dagboek dat ‘Eveline’, nu 65, bijhield over de depressie van haar zoon ‘Jeroen’, nu 31. Ze beschrijft hoe ze hem door de kamer zag ‘schuiven’, van de stoel naar de bank en weer terug, hoe ze hem vond toen hij te veel slaappillen had genomen, ‘omdat hij dit niet altijd wilde voelen’. Na een lijdensweg werd Jeroen opgenomen en kreeg hij een antidepressivum.

Na een paar weken veranderde er iets, schrijft Eveline. “Als we op bezoek kwamen, gingen we lopen, de natuur in, de wind voelen. Het fijne gevoel als hij een grapje maakte. Er kwam weer wat energie en plezier terug. Zijn suïcidale gedachten waren er niet meer. Het is jammer dat er zo negatief naar antidepressiva wordt gekeken. Hopelijk komt er een tijd dat mensen die ze gebruiken dat openlijk kunnen zeggen. En dat degenen om hen heen daar gewoon en begripvol op reageren.”

[/blendlebutton]

Onderwerpen