Emoticons voor Dummies: hoe gedraag ik me online

De sociale etiquette is zo helder als wat. Zo drink je een dure fles wijn die je cadeau geeft op een housewarming niet zelf op, en begin je niet over het nieuwe azc als je de verjaardag van je vader niet wil vergallen. En ontsnap je ternauwernood aan een botsing met een automobilist – dan heb je een eenmalige vrijbrief voor een middelvinger. Online is de grens tussen het acceptabele en het vreemde niet altijd zichtbaar. In de zee van symbolen, badges en emoticons is het makkelijk verdrinken.

Op Facebook uit je waardering met een omhoogstaande, blauwe duim (en afgunst binnenkort met eentje die naar beneden wijst), op Twitter kan dat sinds gisteren middels een hartje, en in berichtendienst WhatsApp met een dansende tweeling – overigens ook met een lachende drol, maar dan weer niet met lachende maan. Oh, en in de berichtenfunctie Facebook kun je eveneens de geanimeerde badges van de obese kat Pusheen opteren. (Ze verkleedt zich in die serie plaatjes onder meer als regenboogeenhoorn, eet een bord sushi leeg en rijdt op een brommer.)

Intermenselijke communicatie heeft er alweer even een nieuwe, sociaal geaccepteerde vorm bij. Als Twitter en Facebook nieuwe symbooltjes introduceren en WhatsApp een multicultibeleid doorvoert, haalt dat de krant. En op een : en ) in een zakelijk e-mail rust allang geen taboe meer.

De symbolengekte sijpelt zelfs door naar de oudere lagen van communicatie. In de MSN-tijd (het schoolplein tussen 2000 en 2005) was het niet vreemd om kalverliefde aan te duiden met ‘Mick hartje Sarah’. En tegenwoordig vaak in het wild gespot: ‘Vindikleuk’. In principe klik je verbaal op het blauwe duimpje.

Het gebruik van emoticons, zoals de afbeeldinkjes die onze emoties uitdrukken worden genoemd, is daarbij net als spreek- en schrijftaal aan mode onderhevig. o_0 (‘Meen je niet!’) en XD (‘Ik moest súperhard lachen!’) kunnen echt niet meer, ook al is vintage hot. De lachende drol op WhatsApp is erg geliegd, al lijkt hij momenteel wat aan populariteit in te boeten.

De vraag om symbolen neemt bovendien toe. Vorige maand nam het Japanse bedrijf emoji (dat WhatsAppers voorziet van emoticons) de middelvinger op in de catalogus. (‘Djiezus, eindelijk!’ klonk het in menig whatsappgroep) Het wachten is op de hangman en de swastika.

Ter leering ende vermaeck, hier vijf passages uit wat mogelijk binnenkort zal worden uitgegeven onder de titel Emoticons voor Dummies:

  1. Verschil zit ‘m in het kleine

In de wereld van emoticons, symbolen en badges is de scheidslijn dus flinterdun. Alleen al op WhatsApp kun je door het verkeerde gebruik van twee nagenoeg identieke emoji’s een spraakverwarring inluiden van Bijbelse omvang.

Bijvoorbeeld: een lachebekje met harten in plaats van ogen zegt zo veel als ‘Lief dat je op Minoes wil passen, ik sta voor eeuwig bij je in het krijt.’
Het tweede lachebekje kust een hartje de kant van de ontvanger op, en zegt daarmee: ‘De volgende sollicitatie beter’.

Een subtiel verschil met potentieel tragische gevolgen. Voor je het weet ben je een ondankbare trut, of erger: vind jij ook dat hij niet geschikt was voor die functie.

  1. Het ene hartje is het andere niet
De business fish.
De business fish.

Spreek de juiste taal. Een hartje op Facebook staat niet gelijk aan een hartje op Twitter, zoals ‘poepen’ in het Nederlands iets anders betekent dan in het Vlaams.

Op Twitter heeft het sterretje waarmee je berichten in je favorietenlijst plaatst deze week plaatsgemaakt voor een hartvormig symbooltje. Wie op het hartje klikt zegt: ‘Dit is een kwalitatief goede tweet, beslist het (her)lezen waard!’.
Op Facebook plaats je een hartje in een apart bericht onder een Facebookpost. ‘Prachtige foto! Je bent mooi.’

(Tip: realiseer je, niet iedereen spreekt jouw taal. Zo heeft een columniste op deze website een nogal eigenaardige obsessie voor de Business Fish, een geanimeerde karperachtige in pak, gratis te downloaden voor wie uitgekeken is op de obese kat. In de redactionele communicatie leidde dat ooit tot misverstand.)

  1. Geen plaatje, geen praatje

Toen een goede vriend recent het whatsappje ‘Zie je maandag dan!’ verstuurde, voorzien van een lachende emoji – was mijn directe reactie: ‘Is er iets?’. Deze vriend stuurde nooit emoticons – of dat nu op WhatsApp of Facebook was. Dat was gewoon zo, naar het daaraan ten grondslag liggende (onverwerkte) jeugdtrauma vroeg niemand.

Wat bleek? Zijn vriendin vond dat hij te kortaf overkwam in zijn whatsappjes. Je gedachten transcribeer je maar in je dagboek, moet zij gedacht hebben. Alles voor de relatie, moet hij vervolgens gedacht hebben, dus zette hij ferme stappen om in de toekomst digitaal attenter te zijn.

(Tip: je bent dankbaarder mét een blozend gezicht achter een ‘Dank je’ dan zonder. Slechts de lettercombinatie ‘Dank je’ – dat is de valse uiting van dank van een puberzoon naar zijn moeder, van wie hij nog nieuwe sneakers krijgt. Plak er twee blosjes achter en je klinkt als een kinderjuf.)

  1. Diversiteit is generositeit

Als iemand jarig is, dan volstaat een simpele ‘Van harte!’ niet. Op Facebook plaats je daar een hysterische hoeveelheid blije gezichtjes bij, op WhatsApp een balon, cadeaudoos, marsepeintaart, feesttoeter met confetti, bos bloemen of twee pullen bier. (Of een combinatie – dat verschilt per relatie.)

Bij ziekte is het ook mogelijk een fruitmand te sturen. Maar let op: WhatsApp heeft niet zoals de Ap aparte fruit- en groenteafdelingen. Een tomaat mag dan een fruit zijn, maar hij ligt daar raar tussen de banaan en appel.

  1. Besluiteloosheid is soms je beste vriend

De keuze is dus reuze – sinds dit jaar zijn alle emoji’s op WhatsApp verkrijgbaar in zes (huids)kleuren. Rozig wit, lichtbruin, poepbruin, chocoladebruin en een soort lei-achtig bruin. En okergeel. Een perfecte afspiegeling van de global village – met sociale dilemma’s als gevolg. (‘Verstuur ik een witte tangodanseres of een donkere? In Argentinië is de huidskleur eerder bruin dan zwart, maar ja – er zijn ook blanke tangodanseressen. En donkere. Straks denkt-ie dat ik een etnische voorkeur heb. Ik kies wel gewoon die gele. Dan lijkt het alsof ik niet heb gekozen.’)

Als we de trend volgen, communiceren we binnenkort weer ouderwets met hiëroglyfen. Of, zoals NRC-columniste Renske de Greef het ooit treffend omschreef: een rebus voor debielen. Schieten woorden tekort, dan is er altijd nog de duim.

Meer leuke content? Like ons op Facebook