De goudkoorts onder cryptofans is even mooi als zorgwekkend

Als stukjestikker over financiële zaken vind ik de cryptogekte fascinerend en prettig tegelijk.

Prettig, want tot voor kort kreeg ik op feestjes een meelijwekkende blik als ik mijn beroep prijs gaf. Een enkeling wilde nog wel eens weten of alle beweringen van Joris Luyendijk wel echt kloppen. Dat is verleden tijd. Sinds dit voorjaar zijn mensen namelijk bovenmatig geïnteresseerd in mijn eventuele cryptomuntbezit.

Ook willen ze weten of ze munten moeten kopen, soms gevolgd door een mistroostig ‘had ik twee jaar geleden maar bitcoins gekocht’. Beleggingsadviezen geven is niet mijn werk, dus op dat vlak houd ik het hoogstens bij een stoffig ‘investeer nooit meer geld dan je kunt missen’.

In de rij bij de bakker, in de trein, een weekendje met vrienden of op bezoek bij mijn 82-jarige grootmoeders — ontsnappen aan gesprekken over cryptomunten is onmogelijk geworden. Maar nergens wordt de goudkoorts zo mooi gevangen als in Facebookgroepen waar gediscussieerd wordt over de cryptomunten. Alhoewel, discussie is niet helemaal het juiste woord. De mannen (vrouwen zijn vrijwel volledig afwezig) spreiden vooral een ongebreideld optimisme ten toon.

Bitcoinpapegaaien

De bitcoin gaat nog in waarde verdubbelen en alle andere crypto’s gaan sowieso ‘to the moon’ (lees: stijgen eeuwig in waarde). Stort de waarde van de crypto’s in dan vindt iedereen dat een uitgelezen moment om meer munten in te slaan (‘buy the dip!) en die moet je dan tot in de eeuwigheid aanhouden (‘hodlen‘ in jargon). Nieuwkomers die vragen welke munt hun rijk gaat maken krijgen enthousiaste adviezen die alle kanten uitschieten. Inhoudelijke onderbouwing of verwijzingen naar artikelen die dat leveren zijn zeldzamer dan water in de woestijn.

Kritische vragen worden door weinigen op prijs gesteld. Een slechte crypto is simpelweg een ‘shitcoin’. Iemand die zich afvraagt hoe het kan dat er miljarden in crypto’s omgaan die (nog) niets hebben toegevoegd aan de wereld, wat er gebeurt als iedereen massaal zijn cryptomunten wil verkopen of voorzichtig oppert dat de huidige cryptogekte op hebberigheid is gestoeld valt hoon ten deel. Men papegaait dat de blockchain de wereld gaat veranderen, dat bankiers allemaal boeven zijn, dat de (r)overheid uw geld wil afpakken en dat belasting diefstal is. De toekomst is nu. En wie dat niet ziet is gek.

Verontrustend optimisme

Het onverbeterlijke optimisme heeft iets gezelligs, maar ook verontrustends. Want wat als de koersen keihard inpleuren, cryptoliefhebbers hun winsten toch willen omzetten in euro’s of dollars? Kunnen de cryptobeurzen een massasprint naar de uitgang behappen? Het antwoord moet ik u schuldig blijven.

Al het optimisme doet mij denken aan de uitspraak die Citibank-topman Chuck Prince in 2007, aan de vooravond van de crisis, deed tegenover Financial Times-verslaggever Michiyo Nakamoto. “When the music stops, in terms of liquidity, things will be complicated. But as long as the music is playing, you’ve got to get up and dance.” Vrij vertaald: “Zo lang het goed gaat doen we gezellig mee met de financiële gekte en met een doemscenario houden we simpelweg geen rekening.”

Voor al die crypto-enthousiastelingen is te hopen dat de muziek nog even doorspeelt.