Terwijl wij ons vermaken, gaan de Syrische wreedheden door

Paul Geraedts 23 feb 2018 Leven

Bijna zeven jaar. Zolang is het inmiddels geleden dat de eerste onrusten in het Midden-Oosten uitbraken. De Arabische Lente, zo noemden we het hoopvol, een democratische revolutie die een turbulente regio voor eens en voor altijd zou veranderen. Het liep allemaal anders. En zeven jaar later is het vuur van de Arabische Lente in de meeste betrokken hoofden alweer gedoofd, maar in Syrië gaat de strijd nog onverminderd wreed door.

En een einde is nog lang niet in zicht, terwijl het conflict steeds meer naar de achtergrond verschoven wordt en media-aandacht verslapt. Another Day, another war, zo zou je het kunnen zeggen. Een ver-van-ons-bed-show wordt zo nog verder van ons verwijderd. De humanitaire tragedies die zich dagelijks voltrekken blijven onbesproken, degenen die de trekkers overhalen onzichtbaar en de talloze slachtoffers kwijnen ongezien weg in een hel.

Syrië
Beeld: ANP/AFP Foto/Abdulmonam Eassa

Het zou ons tot op het bot moeten verontwaardigen dat de bombardementen, chemische aanvallen en wreedheden tegen de burgerbevolking nog steeds in alle vormen doorgaan. Het zou ons witheet van woede moeten maken dat de massamoord in Oost-Ghouta, een buitenwijk van Damascus, zich in volle hevigheid, maar onder onze internationale radar voltrekt.

Terwijl er al meer dan 300 burgers omgekomen zijn in een ‘absolute hel op aarde’, bericht van de grote landelijke kranten alleen Trouw en de Volkskrant hierover op haar voorpagina. De rest kopt over schaatskriebels, de Olympische Winterspelen of het proces tegen de tabaksindustrie.

Ik snap het, en misschien ben ik ook wel een onderdeel van het probleem.

Zorgelijke ontwikkeling

Het lijkt alsof we het met zijn allen opgegeven hebben, alsof we onze schouders ophalen bij dit geweld waarvan het einde verder weg dan ooit lijkt. We juichten even toen IS viel; die vormden immers een reële dreiging voor onze comfortabele leventjes. Wat zich nu voltrekt in Syrië is dat niet, de vatenbommen en gascylinders van Assad zullen ons niet raken. We lijken onze handen van Syrië af te hebben getrokken. Een zorgelijke ontwikkeling.

Want waar wreedheden ongedocumenteerd blijven, gaan daders vrijuit. In het kader van het aloude ‘wie zwijgt stemt toe’ zijn wij dus allemaal schuldig aan deze onverschillige houding. Voor de ongeveer 400.000 inwoners van Ghouta, waarvan de helft kind, is het nog niet te laat. Dan moet er wel heel snel iets veranderen in de internationale gemeenschap. Schouders ophalen en over tot de orde van de dag is niet langer een optie wanneer kinderen van de honger sterven, als ze daarvoor al niet door bommen uiteen gereten werden.

Toch is zelfs een druppel op een gloeiende plaat in dit geval beter dan niets.

Ik snap het, en misschien ben ik ook wel een onderdeel van het probleem. Nieuws mag best vermaken en niet iedere dag hoeven de voorpagina’s kommer en kwel te tonen. Het lijkt echter wel of we ergens in de afgelopen zeven jaar geen woorden meer konden vinden om dit ondraaglijke lijden te beschrijven. Misschien hebben we daarom de weg van de minste weerstand gekozen. In deze tijd, waarin een overvloed aan nieuws iedere dag onze timelines binnendringt is het belangrijker dan ooit dat onze verontwaardiging geuit wordt.

Of een grotere collectieve verontwaardiging, een gezamenlijke gebalde vuist tegen dit onmenselijke onrecht ook maar iets uit gaat maken voor de inwoners van Syrie, en Oost-Ghouta in het bijzonder is natuurlijk een volgende, sceptische vraag. Misschien wel, misschien niet. Toch is zelfs een druppel op een gloeiende plaat in dit geval beter dan niets. Want zolang er geen ruchtbaarheid aan deze zaak geschonken wordt zijn er slechts drie zekerheden in Oost-Ghouta: bommen vallen, mensen sterven en daders voelen zich onaantastbaar.

Reageer op artikel:
Terwijl wij ons vermaken, gaan de Syrische wreedheden door
Sluiten