Wachttijdproblematiek in de ggz: waar gaat het wél goed?

De lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) staan al tijden op de to-do list van zowel het ministerie van Volksgezondheid en de zorgaanbieders als de zorgverzekeraars. Maar wat blijkt: niet overal gaat het slecht.

In Nederland zijn ongeveer vier zorgregio’s waar de wachttijd ongeveer vier weken is, wat getolereerd wordt in de geestelijke gezondheidszorg. Zeker wanneer je nagaat dat er bij andere instellingen wachttijden tot twintig weken zijn. Amstelveen is één van deze goed scorende regio’s.

Bij de grootste ggz-instelling in Amstelveen, GGZInGeest, hebben ze het goed voor elkaar. Zo heeft de afdeling FACT (flexible assertive community treatment), ook wel de ggz voor cliënten tussen de 18 en 65 jaar, geen wachtlijst. Mits ze volledige arbeidscapaciteit hebben.

“Maar op dit moment loopt het een beetje stroperig, omdat er een verpleegkundige wordt vervangen,” erkent Margret Overdijk, directeur van de cluster FACT. “Al horen mensen direct van ons en kunnen ze binnen twee weken in behandeling.”

7 tot 11 weken wachttijd

De Nederlandse Zorgautoriteit maakte vorige maand bekend dat de wachttijden binnen de basis-ggz (voor mensen met lichte tot matige psychische problemen) gemiddeld rond de zeven weken ligt. In de specialistische ggz (voor mensen met ernstige, complexe of terugkerende klachten) is dit zelfs elf weken.

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid (ChristenUnie) stelde in een interview in de Volkskrant dat hij het ‘onbestaanbaar’ vindt dat mensen maanden op behandeling moeten wachten voor hun psychische problemen, ziekten of verslavingen. “Als iemand zo lang op behandeling moet wachten, kan het van kwaad tot erger gaan. Mensen raken in de schulden, verliezen hun baan, hun huwelijk loopt stuk,” stelde hij.

De tekst loopt hieronder door.

De pijnlijke spagaat van onze geestelijke gezondheidszorg

De succesformule

Wat doen ze in Amstelveen dan zo goed? Volgens Overdijk ligt dat aan drie aspecten.

Samenwerking

Overdijk: “Ik zie dat wanneer je een integrale benadering met de politie, gemeente, ggz-instellingen en alle andere betrokkenen dat dat zich dat aan alle kanten uitbetaald, voor zowel de cliënt als de zorg.”

Snelle hulp en goede doorstroom

“Daarnaast is het belangrijk dat de zorgaanbieder zelf de caseload in de gaten houden. Je moet niet langer behandelen dan nodig is en zorgen voor een goede uitstroom. Daardoor kunnen anderen weer goed instromen. Ik merk dat dit in Amstelveen heel vlot verloopt. Daar moet je als behandelaar gedurende de hele behandeling mee bezig zijn: de focus moet liggen op dat de mensen die behandeld worden hun eigen weg weer gaan, zonder de ggz.”

Capaciteit

“Een ander ding is de capaciteit van de instelling. Als je de capaciteit van zo’n team goed op orde weet te krijgen, en daarnaast het verzuim zo laag mogelijk probeert te houden en je vacatures op tijd ingevuld weet te krijgen, loopt het een stuk makkelijker. Nu moet ik zeggen dat dit laatste in Amstelveen veel makkelijker is dan in Groningen of in Friesland. We hebben geluk met de regio waar we zitten.”

Tekort aan hoogopgeleid personeel

De geestelijke gezondheidszorg kampt immers al tijden met een tekort aan vaklieden. Volgens GGZ Nederland heeft dat verschillende oorzaken: zo slaat de vergrijzing toe, maakt de administratieve lastendruk de sector minder aantrekkelijk en is er een groot tekort is naar hoogopgeleid personeel.

Volgens Huib van Dis, ad-interimvoorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gezondheidspsychologie, is dit laatste het grootste knelpunt: “Dit betekent dat minder goed opgeleide mensen het werk moeten gaan doen van iemand die hoogopgeleid is. Dan behandel je trager en maak je misschien zelfs meer fouten. Dat kán niet zo efficiënt werken als mensen die wel een behoorlijke opleiding hebben. We moeten onszelf de vraag stellen hoe het komt dat wij in Nederland onvoldoende hoog opleiden. De overheid zou daar ook een rol in kunnen spelen.”

De grote boosdoener in het verhaal? Volgens Van Dis is deze er niet: “Het is een collectief probleem, en moeten we zien te ontrafelen. Daarnaast zijn deze wachttijden niet morgen opgelost. Ik denk dat we moeten stoppen met elkaar de schuld geven, men is de bal van schuld heen en weer aan het schuiven en daar schieten we weinig mee op. We moeten met de hele sector in gesprek gaan en gewoon benoemen waar het probleem ligt. Alleen op deze manier zetten we stappen in de juiste richting.”

Overdijk beaamt het punt van Van Dis: “Kijk vooral naar waar je zelf invloed op hebt. Quick fixes zijn er in deze sector niet. Kijk naar de lange termijn, daar wordt de zorg ook beter van.”

Deadline

De door het ministerie en zorgaanbieders vastgestelde deadline van 1 juli om de wachttijden terug te dringen wordt door alle partijen als onhaalbaar bestempeld. Hoe er nu gehandeld gaat worden en wat de consequenties van de overschrijding van de deadline gaan zijn is nog niet duidelijk.

Er zijn in ieder geval vier regio’s die kunnen dienen als voorbeelden voor de rest.