Kunstenaar Jan Sierhuis: ‘Wie niet geïnteresseerd is in politiek is een domoor’

Kunstenaar Jan Sierhuis (89) groeide van Amsterdams straatschoffie uit tot een van ’s lands toonaangevende expressionisten. Tot en met 12 augustus is in Museum Jan van der Togt in Amstelveen de tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis te zien, waarin een weerslag van zijn meer dan zeventig jaar durende carrière wordt getoond. Reden voor HP/De Tijd om hem te onderwerpen aan een Zelfportret: een vaste serie vragen, gebaseerd op de vermaarde questionnaire van Marcel Proust.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Rustig. Ik woon nu in een woonzorgcentrum en dat heb ik min of meer geaccepteerd.

Wie zijn uw helden?
Rembrandt vind ik op drie manieren een meester: als tekenaar, als etser en als schilder. George Hendrik Breitner vind ik ook erg goed. En verder bewonder ik Kees van Dongen, met wie ik later bevriend ben geraakt, Picasso, die ik in Parijs heb ontmoet en natuurlijk Appel, Corneille, Constant, Lucebert, Martineau en al die anderen, met wie ik goed bevriend raakte en bij wie ik aansluiting vond.

Lijkt u op uw vader?
Mijn vader overleed toen ik twee was, dus die heb ik nooit gekend, maar mijn moeder heeft wel altijd gezegd dat ik op hem leek. Hij kon heel mooi tekenen en had een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Mijn moeder vertelde me eens het verhaal dat onze buurman failliet was verklaard. Die man was al niet rijk en toen werd ook nog eens al zijn meubilair op straat gezet. Mijn vader is toen woedend naar de sociale dienst gegaan, trok daar de buurtagent door het loket en zei: ‘Wil jij die man op straat zetten? Dan gaat jouw kop eraf!’ Uiteindelijk is er toen een regeling voor die buurman getroffen.

Lijkt u op uw moeder?
Ik lijk qua uiterlijk wel op mijn moeder en ik heb dat bijdehante ook wel van haar. Wat wil je: ik kom van twee kanten uit de Jordaan. Als je je mondje niet wist te roeren sneeuwde je gewoon onder.

Wat is uw grootste angst?
Mijn grootste angst is dat ik ernstig ziek word. Mijn Tientje (Tine, zijn inmiddels overleden vrouw, red.) kreeg op een gegeven moment te horen: u heeft Alzheimer. Dat was een verpletterende klap voor ons allebei. Zoiets wens je niemand toe.

Bidt u weleens?
Niet meer. Vroeger kwam er weleens een bevriende franciscaan op bezoek bij mijn moeder. Een mooie man om te zien. Hij nam altijd een cadeautje voor haar mee: dan gaf hij haar wat geld of liet hij een mandje met boodschappen bezorgen. Hij zorgde ervoor dat ik aangenomen werd bij De Boomkerk op de Admiraal de Ruijterweg. Ik moest daar mijn heilige communie doen. Dan kreeg je zo’n ouweltje in je mond, een beetje water over je kop en dan hoorde je erbij.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Nou, ik weet niet of je het een mystieke ervaring moet noemen, maar ik heb weleens zoiets meegemaakt in Spanje. Ik liep een gebouw binnen, het was volgens mij een kerk, nauwelijks in gebruik en daar hingen waanzinnige schilderijen. Er hing ook een heel groot schilderij van El Greco, zwartgeblakerd door de kaarsen die ervoor werden gebrand. Ik was verpletterd. Hoe is het mogelijk dat iemand zoiets kan maken. Later heb ik dat nog weleens gehad met Las Meninas van Velázquez, maar niet meer zo hevig als toen.

Bent u aantrekkelijk?
Ik heb toen ik jong was wel veel vriendinnetjes gehad, maar of ik aantrekkelijk ben: ik heb me daar nooit mee beziggehouden.

De tekst loopt hieronder door.

Wat is uw definitie van geluk?
Een goede gezondheid.

Waar schaamt u zich voor?
Ik schaam me nergens voor.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Gisteravond, toen ik in de lift stond en er een man met een karretje over mijn linkervoet reed. Die voet is nu stevig gekneusd. Verder ben ik niet zo huilerig.

Wat is uw grootste ondeugd?
Ik was vroeger als kind ondeugend, telt dat ook als antwoord? Ik haalde weleens kattenkwaad uit en dan moest ik naar het politiebureau om strafwerk te schrijven. Op een dag had ik er zo de pest in dat ik een doosje punaises heb gekocht en alle fietsbanden van de smerissen lek heb gestoken. Ik heb ook weleens een fietsband gevuld met zand. We hadden een buurman en die ging altijd dronken naar zijn werk. Op een dag heb ik toen zijn voorband leeg laten lopen en daarna met zo’n eau de cologne-trechtertje gevuld met heel fijn zand. Dus die vent dacht de volgende dag: godverdomme, wat fietst die fiets zwaar! Het duurde trouwens wel een paar uur voor die band helemaal vol was.

Hoe moedig bent u?
Ik woonde tijdens de bezetting in de Valkenburgerstraat, middenin de joodse buurt. Tijdens de razzia heb ik een leugentje opgehangen. Zo’n mof vroeg of er ook nog ergens joodse kinderen ondergedoken zaten. Die zaten er wel, maar ik heb toen gezegd dat dat niet zo was. Dat vind ik achteraf best moedig voor een kind.

Aan wie ergert u zich?
Aan Donald Trump. Ik vind dat hij heel verkeerde ideeën heeft en daardoor een ramp is voor Amerika. Ik snap ook niet dat hij erin is geslaagd om president te worden. Zijn voorouders komen trouwens uit Duitsland, hè. Dat verklaart wat mij betreft een hoop. Ik erger me ook aan mensen die zogenaamd niets met politiek hebben. Je kunt wel zeggen: ik ben niet geïnteresseerd in de politiek, maar de politiek is wel geïnteresseerd in jou. Daarom heb je de plicht om te kijken of er goede beslissingen genomen worden en zo niet, om je daar dan tegen te verzetten. Als je dat niet kunt omdat je er niets vanaf weet dan ben je een grote domoor.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Ik heb het meest geleerd van het kijken naar andere kunstenaars. In de oorlog had je veel kunstenaars die op straat stonden te schilderen. Dan schilderde iemand bijvoorbeeld het water in de Oudezijds Achterburgwal en dan dacht ik: aha, zo doet hij dat, en dan probeerde ik dat na te doen bij mijn eigen schilderijtjes. Zo ben ik begonnen met schilderen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Mijn Tine was de perfecte vrouw: ze hield van me, ze nam het altijd voor me op, geloofde in me en had een goed verstand. Ze deed ook een hoop voor me. Als mensen me niet betaalden, ging ze erachteraan. Soms vroegen ze weleens aan haar: wat zie je toch in die bietser? En dan zei ze: ‘In de eerste plaats hou ik van hem en in de tweede plaats vind ik het een goede kunstenaar.’ Dat vond ik prachtig.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Dat hij betrouwbaar is. Ik had eens een vriend, ook een kunstenaar, die uit zijn huis was gezet. Ik stond net op het punt om naar Corsica te vertrekken, dus ik zei tegen hem: je kunt wel een paar weken in mijn hokkie zitten. Die boef heeft toen gedacht: ik zit hier lekker, ik ga niet meer weg, dus die heeft al mijn foto’s en mijn tekeningen en mijn spullen bij het vuilnis gezet. Daar ben ik nog steeds heel boos over.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Niets. Daar ben ik onderhand ook te oud voor.

Hoe ontspant u zich?
Door het rustig aan te doen en een beetje m’n gemak te houden.

Van wie houdt u het meest?
Van mijn zoons Sandro en Cesar. De een is bouwingenieur en de ander is industrieel ingenieur en daar ben ik erg trots op.

De tekst loopt hieronder door. 

Gelooft u in God?
Nee. Ik geloof in de wetenschap. Ik heb een grote bewondering voor Albert Einstein. Zijn ideeën, zoals bijvoorbeeld de relativiteitstheorie, vind ik ongelooflijk. Die moffen begonnen daar in de jaren dertig natuurlijk meteen tegenaan te hakken: die hadden het over ‘de quasi-theorie van de jood Einstein.’ Moet je je voorstellen! Einstein kwam af en toe in de plantagebuurt in Amsterdam, als hij op bezoek ging bij zijn vriend Jan-Hendrik Oort, en toen heb ik hem een keer ontmoet. Heel bijzonder was dat.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan mijn kinderen en mijn kleinkinderen.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Ik heb weleens wat gejat. Bij ons in de buurt was een sigarenwinkel en daar heb ik als kind weleens een hand sigaren gejat. Die ruilde ik dan met de groenteboer voor aardappels en die ging ik dan piepen op het landje.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Ik heb weleens vrij snel een paar schilderijen geschilderd omdat ik dringend geld nodig had, maar die waren niet zo best. Op een gegeven moment zag ik dat ze op de veiling kwamen. Ik dacht: godverdomme, die dingen wil ik niet verkocht hebben. Ik kon maar een ding bedenken: een leugentje om bestwil. Dus ik heb die veilingmeester opgebeld en gezegd: ‘Ik zie dat jullie vier doekies van me veilen, maar die zijn vals.‘Weet u dat honderd procent zeker?’, vroeg hij aan de telefoon. ‘Honderd procent’, zei ik. En toen zijn ze vernietigd. Daar was ik dus mooi vanaf.

Wanneer was u het gelukkigst?
In de bijna zestig jaar dat ik met Tine samen ben geweest.

Wat is de beste plek om te wonen?
Amsterdam.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Die Duitser met dat snorretje. Maar nee, alle mensen die ik niet meer terug wil zien zijn er al lang niet meer.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Ongeluk kun je niet vermijden.

Wat is uw devies?
Wees optimistisch. Met een mopperende kankeraar schiet niemand wat op, maar als je niet naar de problemen kijkt maar naar de oplossingen dan kun je mensen raad geven of hulp bieden.

De tentoonstelling Het atelier van Jan Sierhuis is tot en met 12 augustus te zien in Museum Jan van der Togt in Amstelveen. Aanstaande zondag 1 juli is Jan Sierhuis vanaf 13:00 uur aanwezig in het museum om over zijn werk te vertellen.