Met Dogman maakt Garrone een ijzersterke psychologische studie van een haast Darwinistische samenleving. Het is een grimmig Italiaans sprookje over de getergde kleine man, symbolisch voor het huidige politieke klimaat. Met de recent gevormde coalitie van de Vijfsterrenbeweging en Lega zit het Italiaanse populisme stevig in het politieke zadel. Het lijkt de laatste strohalm waar de gewone man in Italië zich aan vast klampt. Tientallen kabinetten hebben de afgelopen decennia behalve voor meer bureaucratie en corruptie vooral voor een stuwmeer aan onvrede gezorgd. De Italiaanse regisseur Matteo Garrone – bekend van de maffiafilm Gomorra – laat in zijn nieuwe film Dogman zien waar deze opgekropte frustratie toe kan leiden: de afgrond.Het was groot nieuws eind jaren ’80 in Italië: de zaak ‘Er Canaro’ (de hondenman). Pietro de Negri, eigenaar van een hondentrimsalon in een kleine kustplaats in Zuid-Italië was het gewelddadige sarren van Giancarlo Ricci, een voormalig boxer uit een schimmig milieu, zo zat dat hij hem op brute wijze om het leven bracht. Pietro zou volgens eigen zeggen na urenlange martelingen Giancarlo’s schedel hebben opengezaagd om vervolgens zijn hersenen met hondenshampoo uit te hebben gewassen. Het bleken verzinsels te zijn van de ogenschijnlijke brave hondenman, die door zijn veelvuldige cocaïnegebruik fantasie en werkelijkheid steeds vaker door elkaar heen haalde. Maar het verhaal sprak tot de verbeelding. Wie is er niet zelf ooit getergd door een sterk iemand en fantaseert vervolgens over hoe wraak te nemen? Ook de symbolische waarde hiervan is zeker in Italië niet te onderschatten, waar de gewone man zich machteloos voelt tegenover het machtige overheidsapparaat, waar bureaucraten met grote privileges en dito salarissen er alles aan doen om zichzelf vooral niet overbodig te maken en zo een politieke en sociale klasse in stand hebben gehouden. De arme Italiaan mag het – zeker in het zuiden – vooral zelf uitzoeken, zo blijkt als je naar werkloosheids- en armoedecijfers kijkt.Matteo Garrone liet met zijn veelgeprezen maffiafilm Gomorra eerder al zien niet zozeer geïnteresseerd te zijn in het harde geweld dat Italië lang heeft geteisterd, maar vooral de psychologie achter de permanente onvrede in het land. Voor zijn nieuwste film Dogman, die dit voorjaar in Cannes met groot enthousiasme werd onthaald, nam Garrone de zaak ‘Er Canaro’ als uitgangspunt. Niet omdat hij gefascineerd was door de ophef en het gebruikte geweld, maar omdat hij een duidelijk parallel zag met de huidige tijd. Garrone maakt van de hondenman geen meedogenloze martelaar, maar een goedsul die met zijn hondenogen vooral medelijden oproept. Iemand die het beste probeert, maar niet op kan boksen tegen de harde wereld om hem heen.
Als we in de eerste scene van de film hondenman Marcello een agressief grommende hond met een paar truukjes zien temmen om hem te kunnen wassen, wordt meteen al veel duidelijk. Dit is iemand die een immens uithoudingsvermogen heeft, die weet dat ondanks alle dreiging van anderen zijn tijd uiteindelijk wel komt. Hij heeft zijn eigen kleine veilige wereld in de hondentrimsalon. Daarbuiten zien we vooral een asgrauwe omgeving, met een speeltuin die met half ingestorte apparaten een desolate indruk maakt. Een naastgelegen gokhal biedt nog wat troost, als je tenminste niet al teveel geld verliest. En vechtersbaas en coke-dealer Simone terroriseert de hele buurt en maakt misbruik van de goedheid en overlevingsdrang van Marcello.Regisseur Garrone weet op indrukwekkende wijze de neergaande geweldsspiraal voelbaar te maken. Simone vraagt steeds meer van Marcello en de hondenman stemt daar steeds vaker mee in, uit pure lijfsbehoud. Maar hij glijdt daarmee zelfs ook af van een brave voortploeterende burgerman naar een berekenende crimineel. Je voelt als kijker ook bij jezelf de frustratie over de hopeloze situatie toenemen. Precies dat heeft Garrone ook willen bereiken. “We denken dat we almaar vooruitgaan, maar eigenlijk zijn we volop aan het terugkeren naar de Middeleeuwen. De barbarij rukt weer op” zo zei Garrone eerder dit jaar in een interview met de Vlaamse krant De Morgen. “Het gebrek aan fundamenteel respect tussen mensen is een ziekte van onze tijd.”
De barbarij rukt weer op







