Professor Nuytinck en de trots van de voetbalvader

Frank Heinen 8 okt 2018 Sport

Twee weken geleden verscheen het volgende bericht op LinkedIn, met grote voorsprong de overbodigste halte op mijn route langs websites die mij van mijn werk houden: “Niet te geloven! Mijn jongste zoon Bram heeft zojuist met Udinese in een uitwedstrijd met 1-3pr gewonnen van koploper Inter Milan! Inter had dit seizoen nog niet één keer in de Serie A verloren! Wat een heerlijke onderbreking van de meest geestdodende bezigheid van een hoogleraar: de correctie van de drukproef van de 532 (!) pagina’s van deel 1 van de Studiereeks Burgerlijk Recht, die eind volgende week gereed moet zijn, maar mijn weekend kan niet meer stuk!”

Afzender: André Nuytinck. André Nuytinck is professor in het familierecht in Nijmegen en Rotterdam en vader van Bram Nuytinck, die 28 jaar is en voorstopper in Italië. Persoonlijk credo: luctor et emergo.

De betekenis van de komma in dit verband
De eerste tien jaar van mijn voetballeven stond mijn vader langs de zijlijn. Vaak alleen, soms met mijn moeder naast zich, met een koffiebekertje in de hand en een plastic tas weekendboodschappen tussen zijn voeten. Hij verhief nooit zijn stem. Wanneer ik in het veld iets goeds deed, zwenkte mijn blik als vanzelf in zijn richting. Meestal volgde er dan een klein knikje, soms – in het geval van een waanzinnige solo of een omhaal in de kruising of zo – een gebalde vuist of een opgestoken duim. Hij verhief nooit zijn stem, behalve als er iemand onderuit getrapt werd. Dan riep hij ‘Hé!’, zo hard dat alleen ik het kon horen.
Mijn vader was er, weer of geen weer, vroeg of belachelijk vroeg. Er is geen sportcomplex in de twilight zone tussen Amsterdam en Utrecht waar hij niet heeft staan wachten, schoenen in de dauw. Eerst tussen andere ouders, later tussen vriendinnen van medespelers en nog weer later tussen vrouwen en kinderen van medespelers. Toen ik stopte, op mijn achttiende, zei hij daar niks van. Misschien vond hij het jammer, en misschien was hij opgelucht.

Hoe anders ging het bij André Nuytinck, die zes jaar geleden in een ontroerend Volkskrant-verhaal van Iwan Tol vertelde dat hij het kijken naar voetbal altijd als tijdverspilling had beschouwd. Terwijl de zoon zich opwerkte richting de top, probeerde de vader de wijzers van zijn horloge vooruit te kijken. Ten tijde van het verschijnen van dat artikel speelde Bram inmiddels bij Anderlecht, in Brussel, en zijn vader de voetbalhater had een Sport1-abonnement afgesloten voor de wedstrijden die hij niet live kon komen bekijken.

“Ongevraagd tutoyeren is uit den boze”

Afgaand op wat ik zoal over hem heb kunnen vinden, is André Nuytinck een bijzondere man. Niet bepaald een voetbalvader in de Jiskefettiaanse betekenis van het woord. Zo schijnt André Nuytinck aan het begin van ieder collegejaar zijn studenten een mail te sturen, een soort disclaimer met betrekking tot hun taalgebruik. In die mail staan zinnen als “Ongevraagd tutoyeren is uit den boze” en “Een e-mailadres met een verwijzing naar sprookjesfiguren of dierennamen is leuk als u nog geen 12 jaar oud bent, maar is op oudere leeftijd echt onaanvaardbaar”. Zo’n man langs een voetbalveld, of op een tribune temidden van duizenden opgewonden Belgen of Italianen; het is niet eenvoudig om je daar een voorstelling van te maken. Het is de ene wereld die, via Bram Nuytinck, even de andere aantikt. Vorig weekend scoorde Bram Nuytinck voor Udinese in de uitwedstrijd tegen Lazio Roma. Een schitterend doelpunt, een soort driekwart-omhaal vanuit een lastige hoek. Bram, een kale kleerkast, rees op uit een zee van tegenstanders en vanbastende de bal in de hoek. De hele vorige week twitterde professor Nuytinck zijn vingers blauw. Hij schreef dingen als “Zou de bondscoach hebben gekeken naar deze Ronaldo-omhaal? Zelf krijg ik er geen genoeg van!.”

Wie André Nuytincks tweets leest, kan nauwelijks geloven dat dit dezelfde man is die niet zo lang geleden onder een artikel over het belang van de komma voor juristen reageerde met: “En dan hebben we het nog niet eens gehad over het verschil tussen de uitbreidende en de beperkende bijzin, welk verschil bijna niemand meer kent, en de betekenis van de komma in dit verband.”

Zodra het over zijn zoon gaat, neemt de trots het over. Ik moest denken aan dat ene zinnetje in dat Volkskrant-artikel van een paar jaar geleden, na de wedstrijd, in het spelershome. Hoogleraar privaatrecht tegen de centrale verdediger van Anderlecht: “Je was echt heel goed.”

Toen ze Bram Nuytinck een paar dagen geleden in FC Afkicken vroegen wat hij vond van al dat enthousiasme, antwoordde hij “Leuk.” Terwijl, Bram: het is meer dan leuk. Het is iets wat je zelden zo onverbloemd tegenkomt. Het is diepe trots van een vader op een zoon, een trots die bijna uit elkaar barst door de liefde die eronder zit.

Duim
Na mijn vroegtijdig gestrande voetballoopbaan (die niet verder reikte dan de Derde Klasse Zondag) begon ik aan een studie Rechten. Een faliekante misser, die ik bijtijds corrigeerde door er weer mee op te houden. Voetballen deed ik nog maar zelden, zeker niet voor publiek, en toen ik het een paar jaar geleden weer eens probeerde, op een veld, bij een echt team in Amsterdam, kwam mijn vader weer kijken. Na een half uur scoorde ik min of meer per ongeluk een fraaie goal. Direct keek ik naar waar ik hem verwachtte. Daar stond-ie, ter hoogte van de middenlijn. Hij stak zijn duim op en zwaaide.

Reageer op artikel:
Professor Nuytinck en de trots van de voetbalvader
Sluiten