Paul van Vliet: ‘Ik ben eigenlijk een debutant’

Kevin van Vliet 19 okt 2018 Cultuur

Paul van Vliet (Den Haag, 1935) heeft de grote theatershows na zestig jaar vaarwel gezegd. Des te meer tijd heeft hij nu om te schrijven. Deze week verschijnen 22 brieven van Van Vliet, aan onder andere God, de Dood, zijn vrouw Lidewij en zijn 21-jarige zelf. Hoe is dat nu, debuteren op je 83ste?

Waar gaat die brievenbundel eigenlijk over?
“Over de mensen aan wie ik weleens wat kwijt wou. En dat kon ik niet in het theater. In een brief kun je persoonlijker zijn dan in het theater. Ik heb geschreven aan mijn vader, mijn moeder, aan mijn pleegouders uit de Hongerwinter, en aan mijn oudste zuster over mijn depressie. Zij belde mij eens op vanuit Canada en vroeg hoe het met mij ging. Ze hoorde aan mijn stem dat het niet zo goed ging – ik zat in een soort burn-out, of een halve depressie – en ik zei: ‘Niet goed, maar dat schrijf ik je wel.’ Soms kun je beter iets schrijven dan iets vertellen. Privé overtuig ik bovendien minder dan in het theater, of als schrijver.”

Hoe snel schrijft u zo’n brief?
“Ik doe er lang over. Schrijven is handwerk, dat je bij moet houden. Als je lang niet geschreven hebt, dan gaat het stroef. Een schilder moet ook schetsen om het schilderen te onderhouden. Ik wacht in elk geval niet tot de heilige inspiratie over mij heen komt. Ik schrijf nu sinds m’n middelbareschooltijd. Je moet gewoon beginnen. Denken, een eindje lopen, wat veranderen in de tekst, en schrappen.”

Waar schrijft u mee?
“Met een vulpen, een Mont Blanc. En met zwarte inkt. Vroeger schreef ik met zwarte ballpoints op wit stencilpapier, dat schreef zo lekker. Die pen zakte dan een beetje in dat zachte papier, maar goed, dat stencilpapier bestaat niet meer.
“De heer Akkerman, dé vulpenman in Den Haag, weet alles, van geslacht op geslacht doorgegeven. Hij noemt mijn Mont Blanc de Rolls-Royce onder de pennen. Als je die pen koopt, krijg je er een boekje bij, waarin je wordt medegedeeld dat je toetreedt tot een soort heilig genootschap. De Mont Blanc-sekte.”

Als u op een onbewoond eiland zou moeten zitten met een van de ontvangers, wie zou dat dan zijn?
“Met Lidewij, mijn vrouw. Van al die mensen is zij mij het meest lief, door haar vertrouwdheid, de erotische aantrekking die we nog altijd tot elkaar hebben, en door haar intelligentie en haar humor. We begrijpen elkaar en hebben aan een half woord genoeg. We kunnen goed samen reizen, en we kunnen goed tegen tegenslagen. Of het hotel nou vol is, of we pech hebben met de auto – het hindert niks. Van de zomer zijn we negen weken met elkaar op vakantie geweest, naar ons huis in Zuid-Frankrijk. Negen weken, dag in, dag uit, nacht in, nacht uit.”

Wat is de ergste tegenslag die u te verduren hebt gekregen tijdens het schrijven van deze brieven?
“Ik heb in totaal zestig jaar in het theater gestaan, waarvan de laatste zes jaar een volle Haagse Schouwburg. Dat spelen was mijn leven. En toen besloot ik te stoppen. Dat gaf een verwarring in mijn hoofd, waardoor ik even niet zo goed kon schrijven.”

Hoeveel verdient u nu eigenlijk met zo’n bundel?
“Dat weet ik niet. Ik krijg tien procent van ‘iets’, maar ik weet niet welke prijs dat is.” (19,99 op hardcover, 9,99 euro voor een e-book – red.) “Ik heb wel een voorschot gehad, maar dat wordt verrekend met de verkoop. Voorlopig verdien ik dus niks.”

Welke schrijvers schaart u onder uw vrienden?
“Er zijn eigenlijk geen schrijvers die tot mijn vrienden behoren. Ik ken er wel een paar. Connie Palmen ken ik redelijk, en Adriaan van Dis kom ik weleens tegen. Ik ken wel wat uitgevers, zoals Jan Geurt Gaarlandt, en vroeger Robbert Ammerlaan, maar die ben ik onderweg kwijtgeraakt. En Thomas Rap was een heel goede vriend van mij. En Wim Hazeu is nog steeds een goede vriend.
“Ik vind het wel grappig dat ik nu de literaire wereld betreed, met een ander soort publiciteit, en een ander soort mensen. Dat is leuk, in dit stadium van mijn leven. Ik ben eigenlijk een debutant.”

Wie is uw favoriete Nederlandstalige schrijver?
“W.F. Hermans. Omdat hij een mooie mengeling heeft van ernst en humor.”

En tot slot: op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
Stikt haast van het lachen. “Jezus. Niet! Welke schrijver weg moet? In het algemeen? Nee joh… nee. Ze mogen blijven. Ik heb geen haatgevoelens. En ook geen jaloezie, zeker niet jegens schrijvers. Nee, ik heb wel respect voor schrijvers. Ik beschouw mijzelf ook niet zozeer als een literair fenomeen, meer als een cabaretier die schrijft. Ik zou niet een roman kunnen schrijven. Alhoewel, ik ben nog een debutant, dus wie weet.”

Brieven aan God en andere mensen van uitgeverij Balans is nu verkrijgbaar voor €19,99

Reageer op artikel:
Paul van Vliet: ‘Ik ben eigenlijk een debutant’
Sluiten