Honderd vragen aan Johannes van Dam: ‘Ik was als kind al zo’

Tom Kellerhuis 8 nov 2018 Cultuur

Op 8 november verschijnt de biografie van Johannes van Dam (1946-2013), vijf jaar na zijn dood nog steeds ’s lands bekendste culinair journalist, met een ongeëvenaarde kennis van zaken. HP/De Tijd had in maart 2001 met hem dit vrijpostige vraaggesprek, waarin hij thema’s uit zijn leven – zoals zijn fascinatie met voedsel, zijn schoolmeestergedrag en zijn depressies – verklaart. ‘Ik ben heel irritant. Maar ik heb wel het gevoel dat de mensen er iets aan hebben.’

Sinds wanneer weet u dat u een betweter bent?

“Ik ben helemaal geen betweter.”

U weet gewoon alles?

“Een betweter is iemand die meent dat hij alles beter weet. Ik wéét alles beter. En ik verbeter graag. Ik ben dus een schoolmeester.”

U werd als kind professor genoemd.

“Mijn broer ook. En die is het echt geworden.”

Hoe is het zo gekomen dat u zoveel weet? 

“Studeren is bijna mijn eerste natuur. Ik lees non-fictieboeken en gegevens, data voor mijn plezier. En ik onthoud ook heel veel. Een kwestie van biochemie, denk ik. Die gegevens zitten in me en ik heb het vermogen ze op te roepen.”

Er zal ook een heleboel nutteloze kennis in uw hoofd zitten. 

“Maar het aardige is dat je zelfs de meest nutteloze kennis nog ten nutte kunt maken. Beter mee verlegen dan om verlegen, zeg ik altijd maar. Ik heb er een keer TROS Triviant mee gewonnen, en dat heeft me drie paperbacks en een abonnement voor een jaar op de Postcodeloterij opgeleverd.”

U bent dag en nacht met uw vak bezig. 

“Om daarmee de muizenissen uit mijn hoofd te halen. Ledigheid is echt des duivels oorkussen. Niet om een religieuze reden, maar als ik niets om handen heb, ga ik maar piekeren. Dat schrijven houdt me dus van de straat.”

Wilt u niet op een gegeven moment op uw lauweren rusten? 

“Dat kan ik niet echt. Hoewel ik behoorlijk verdien, heb ik geen pensioen. Ik blijf dit doen tot ik erbij neerval, en dan moet het ook maar meteen afgelopen zijn. Echt waar.”

Ik schat u op nog geen ton per jaar.

“Daar kun je je weleens lelijk in vergissen. Want ik doe meer dan alleen Het Parool. Met mijn schnabbels zit ik daar alles bij elkaar toch wel ruim boven.”

Maar geld interesseert u toch niet echt?

“Moet je horen: ik zit niet voor niets nog steeds met dat abonnement op de Postcodeloterij. Als ik die ooit win, dan zorg ik voor een veel groter huis waar al mijn boeken beter onderdak vinden, maar ik blijf hetzelfde werk doen. Precies hetzelfde.”

Het hele artikel leest u op Blendle.
Bent u geïnteresseerd in meer artikelen van 
HP/De Tijd? Lees ze hier in onze gloednieuwe app.

Reageer op artikel:
Honderd vragen aan Johannes van Dam: ‘Ik was als kind al zo’
Sluiten