‘Het blijft absurd dat wij benoemd zijn’

Dit interview gaven Ahmed Aboutaleb, Jozias van Aartsen en Jan van Zanen in 2016 met HP/De Tijd. Naar aanleiding van het debat over de deconstitutionalisering van de burgemeester plaatsen we het opnieuw. 

Ze werken hard, worden soms geïntimideerd en kunnen nooit een avondje stevig doorzakken. Maar ze houden van het burgemeestersvak. Ahmed Aboutaleb, Jozias van Aartsen (die in maart 2016 vertrekt) en Jan van Zanen over hun ambt: hoe ga je
om met het college, met
boze burgers en gevaarlijke criminelen? ‘Het is mooier dan partijleider zijn, Ahmed.’

Ik wil het graag over jullie beroep hebben, over hoe het is om burgemeester te zijn.
 

Van Zanen: “Wij hebben geen beroep, wij hebben een ambt.”

Bij dat ambt hoort een ketting. Wie van jullie heeft de mooiste?
 

Van Zanen: “Hij (wijst naar Aboutaleb), by far. En ook de langste.” Aboutaleb: “Het is wel de oudste, hoe oud is dat ding van jou?” 
Van Aartsen: “Die is inmiddels 102 jaar oud.” Van Zanen: “Dan is de mijne ouder.” Aboutaleb: “De mijne is nog ouder, die komt uit 1836.”
Van Aartsen: “Nou doet er niet toe, het zijn mooie ambtsketens, allemaal.”

Voelen jullie je anders als jullie hem om hebben? 

Van Aartsen: “De eerste keer dat ik hem om kreeg, vond ik wel een heel bijzonder moment. Want dan heb je echt het idee dat je die hele stad op je schouders krijgt. Maar het is ook praktisch. Het oude idee van Thorbecke was dat dit de enige manier is waarop je de man kon vinden die bij brand of bij oproer iets moest doen: die had de keten om.”

Aboutaleb: “Ik merk vooral hoe bijzonder die keten is als ik met kinderen aan de slag ben. Ze kunnen de burgemeester op dezelfde manier van de rest van de wereld onderscheiden als Sinterklaas: die ziet er ook anders uit. En de burgemeester is natuurlijk het vriendje van Sinterklaas.” Van Zanen: “De stoel waar je vaak op zit is in hun ogen ook de stoel van Sinterklaas.” Aboutaleb: “De relatie burgemeester-kin- deren is een heel unieke. En dat kan alleen met de ambtsketen. Anders ben je dat niet.” Van Zanen: “De vraag was: gedraag je je anders? Het antwoord is ja.”

Op wat voor manier?

Van Zanen: “Ja, ik voel me echt anders. Zoals Jozias zei: het is een grote verantwoordelijkheid, je moet die symbolische waarde niet onderschatten. Maar ik voel me ook letterlijk bezwaard als ik dat ding om heb. O, dat mag ik niet zeggen! ‘Waar is dat ding?’ roep ik altijd. Maar zo mag je je ambtsketen niet aanduiden. Nou goed, ik vind het fysiek ook beperkend, ik kan me niet bewegen. En ik let heel erg op als ik die ketting om heb. Na een toespraakje doe ik hem ook gauw weer af.”

Waar bent u precies bang voor?

Van Zanen: “De mooiste foto’s zijn van een burgemeester in keten die jus d’orange drinkt of onsmakelijk zit te eten. Ik vind het een grote verantwoordelijkheid.”

Om altijd maar zo onberispelijk te zijn.

Van Zanen: “Dat vind ik ja.”
Aboutaleb: “Ik neem aan dat jullie hem ook aan hebben tijdens de gemeenteraads- vergadering?”
Van Aartsen: “Ja, dat vind ik af en toe ook wel een probleem. Ik krijg dan weleens be- richtjes op mijn telefoon waarin staat: ‘Je keten zit scheef.’ Ik ben nogal beweeglijk en dan gaat-ie van links naar rechts. Dat past natuurlijk ook wel in de politiek.” Aboutaleb en Van Zanen: “Haha.”

En wordt-ie thuis ook met alle egards behandeld? Of zie je ook weleens je kind of je hond ermee rondrennen?

Aboutaleb: “Nee, ik heb hem niet thuis. Hij wordt op het stadhuis achter slot en grendel bewaakt.”
Van Aartsen: “Bij mij zit hij ook in de kluis. Er zijn een paar gemeenten waarvan de ambtsketen is gestolen en dat is wel heel vervelend. Dan zijn er van die guitige collega’s die zeggen: ‘Je kunt de mijne wel lenen,’ maar dat is heiligschennis. Dus ik ben er altijd heel voorzichtig mee.” Aboutaleb: “Wat ook altijd heel spannend is met die ambtsketen: als er bijvoorbeeld bij mij in Rotterdam een brandweerman geridderd moet worden die een inwoner van Capelle aan den IJssel is. Dan vraagt de burgemeester van Capelle toestemming om op mijn grondgebied zijn ambtsketen te dragen. Dat gebeurt over en weer.”
Van Zanen: “Ik heb weleens iemand erop gewezen: ‘Jij loopt hier nu wel met je ambtsketen, maar volgens mij is dit mijn gemeente, schat.’ Dat was een man hoor. Hij heeft het nooit meer gedaan.”

De rest van het interview kunt u teruglezen via Blendle

Reageer op artikel:
‘Het blijft absurd dat wij benoemd zijn’
Sluiten