Spring naar de content
bron: Gijs Kast

De 20 beste columnisten van Nederland

Schrijvers, dichters, politici, cabaretiers, actrices: het is dringen in de kolommen van kranten en tijdschriften. Maar welke pennevruchten zijn nu echt de moeite van het lezen waard? Berend Sommer en Kevin van Vliet selecteren de crème de la crème.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Kevin van Vliet

Met alleen columnisten maak je geen krant, maar zonder wil niemand hem lezen.Vreemd, want een columnist komt zelden met nieuws, maar meestal slechts met een analyse of een mening. Toch binden kranten almaar nieuwe columnisten aan zich, om een zo divers mogelijk palet aan stemmen uit te venten. De Volkskrant organiseert zelfs een jaarlijkse Columnistenmarathon, waarbij tientallen broodschrijvers een stukje moeten voorlezen aan trouwe lezers en lezeressen.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

En wat te denken van het columnistencarrousel bij het AD? In 2016 haalde hoofdredacteur Hans Nijenhuis onder meer schrijvers Özcan Akyol, Nynke de Jong, Tommy Wieringa, actrice Halina Reijn, journalist Hanina Ajarai en Paul de Leeuw binnen. Reijn stopte na een jaar, Wieringa stapte over naar NRC Handelsblad, Ajarai vertrok nadat ze in haar column geschreven had ‘geen seconde’ te hebben getreurd om de MH17-slachtoffers. En Paul de Leeuw kreeg eind vorig jaar uit het niets een belletje van Nijenhuis. Het was mooi geweest. Zo makkelijk is het kennelijk niet, iedere week een stukje tikken. Maar de redding was nabij: Saskia Noort trad aan als vervanger. 

Emma Brunt, columnist in ruste, is niet snel meer verrast: “Er zijn zóveel meningmachientjes. Het gaat allemaal over immigratieproblemen, gele hesjes en het falen van rechts en links. Ik vind het nogal koekoek éénzang. Ik ben van de ouderwetse school die gegrondvest is door Renate Rubinstein. Die schrijft voor dat je over de publieke zaak moet kunnen schrijven, maar persoonlijk, en het liefst een beetje onderhoudend. Bij Rubinstein wist je nooit of het over haar echtscheiding zou gaan of over kernraketten. Ik ben een beetje moe van al die mensen met meningen.”

Toch doet ze het genre daarmee tekort. Wij onderscheiden maatschappelijke columns, persoonlijke columns, literaire columns, huis-, tuin- en keukencolumns, commentaren, overpeinzingen, politiek, sport, economie of cultuur: smaken te over, maar wat maakt nu een goede column? Pieter Broertjes, oud-Volkskrant-hoofdredacteur, thans burgemeester van Hilversum, vindt dat een column in eerste instantie moet prikkelen. “Een goede columnist is het bij voorkeur niet eens met zijn publiek. Jan Blokker was daarvan een goed voorbeeld. Blokker had de standpunten van de NRC en juist daarom paste hij goed bij de Volkskrant. Hij schold zijn lezers weleens uit, voor geitenwollensokkendragers bijvoorbeeld, en juist dat zorgt voor binding.”

Een eenduidige definitie voor een goede column is er niet, maar je herkent hem als je ’m leest. Wanneer een complex politiek vraagstuk inzichtelijk wordt gemaakt aan de hand van een simpele vergelijking, of wanneer een man die een haring eet aanzet geeft tot overpeinzingen over de onpeilbare diepte van het bestaan. Een samenvatting van de afgelopen week à la Youp van ’t Hek, gelardeerd met obligate grappen en grollen, voldoet daar niet aan. Populariteit is geen criterium voor een goede columnist. Ook Aaf ‘nog even over Boer Zoekt Vrouw’ Brandt Corstius is te voorspelbaar: weinig verrassend, op haar dooie gemakje achter voorbije trends aan hobbelend. Een voorbeeld: “Ik wind me op over de nieuwe reclame van Fleurop, die heel erg in your face constant voorbijkomt op tv.” Tja, zou Martin Bril zeggen.

20

Bert Wagendorp
de Volkskrant
Kampioen van de koffie-automaatmening. Met de duiding van Wagendorp kun je geïnformeerd aan het gesprek van de dag beginnen. Volgde dertien jaar geleden Jan Blokker op in de Volkskrant. Nuchter maar immer kritisch. Maakt zich kwaad om mensen die de samenleving splijten (“Ik vind Wilders’ hetze tegen de rechtsstaat eng”) en maakt zich zorgen om klimaatverandering (“We zijn toeristen op een Venetiaans terras, tot onze knieën in het water. Pas wanneer de stad onder onze voeten in zee verdwijnt, kijken we verschrikt op.”) Zo nu en dan te betrappen op een verrassende mening. Zo vindt hij de harde Brexit een goed idee (‘gezellig in de rij staan bij de douane’). De columns van Wagendorp zijn echter beperkt houdbaar. Zodra het brandje is geblust, kan de vis erin verpakt.

19

Georgina Verbaan
NRC Handelsblad
Actrice mét schrijftalent, en vooralsnog de enige oud-soapie (Verbaan brak in een grijs verleden door in GTST) die een eigen hoekje in de weekend-NRC heeft weten te bemachtigen. Schrijft volstrekt onvoorspelbare, absurde columns over houtworm, de antroposofische huisarts uit haar jeugd, spaakkralen op grotemensenfietsen en haar dode poes (“Een jaar of tien geleden onmoette ik hem op de Poezenboot. Ik werkte er als vrijwilliger.”) Haar stukjes bestaan uit associatieve gedachtegangen. Particulier, maar spitsvondig en met leesbaar plezier geschreven (“Heeft u weleens in een ochtendjas op veel te grote nep-Uggs door de Pijp in Amsterdam gelopen? Met krulspelden in, of een feesthoedje op? Ik wel.”) en zelden te betrappen op een mening. Wierp zich tussen het journaille en opgebrande realityster Barbie. (“We hebben geen recht op nieuws over Samantha de Jong. Samantha de Jong is nu van zichzelf en ze heeft tijd nodig om erachter te komen wie dat is.”) Voor Verbaan geldt: als collega-columnisten zich druk maken om het einde van de wereld, maakt zij zich druk om haar lekkende kraan.

18

Rob Hoogland
De Telegraaf
Mammoettanker. Vaart al dertig jaar zijn eigen, vaste koers. Tot aan zijn pensioen in 2016 dagelijks; nu nog drie keer per week. Recalcitrant, scherp, neemt geen blad voor de mond. Vindt het onzin om meer straten naar vrouwen te noemen en weigert af te stappen van de geslachtsspecifieke kleuren blauw en roze op geboortekaartjes en beschuit. Hekelt de Hollandse volksmentaliteit (‘het zeikerigste, dreinerigste, zanikerigste zeur-, mekker- en foetervolkje van gans de aardkloot’) en kent de tijdgeest na dertig jaar columns schrijven als geen ander. Ontnuchterend. Ziet maar één uitweg voor de dreigende klimaatproblemen: “Als je écht iets aan het milieu en het klimaat wilt doen zit er dus maar één ding op: elkáár opeten, met voor de soort als bijkomend voordeel dat de sterksten zullen overwinnen.”

17

Sylvain Ephimenco
Trouw
Enfant terriblevan de voormalige verzetskrant. Schopt al zevenentwintig jaar – driemaal per week – een heilig huisje omver. Islamcriticus. Van Jesse Klaver krijgt hij ‘koude rillingen’, hij vond dat actrices op het Golden Globe-gala zich wat ‘ingetogener’ hadden mogen kleden met het oog op #MeToo. (“Ik heb het over decolletés die nog dieper waren dan de San Andreasbreuk en in veel gevallen van weinig verhullende stof.”) Voormalig Trouw-collega Seada Nourhussen kreeg hij op de kast: “Ik vind zijn columns voorspelbaar. Vooral als hij weer een pijnlijke poging doet om over racisme te schrijven; zijn conclusies ontstijgen niet het niveau van het gemiddelde reaguursel.” – dit als repliek op het door Ephimenco gemunte begrip ‘zwart privilege’, ‘een mechanisme dat maakt dat als je een donkere huid bezit je blanke medemensen over één kam mag scheren en vol op het orgel de wij/zij-retoriek mag hanteren.’ Nourhussen is inmiddels afgezwaaid, Ephimenco schrijft vrolijk door. Er wordt regelmatig geroepen om zijn ontslag, wat wij opvatten als een goed teken.

16

Theodor Holman
Het Parool
Langstzittende columnist van de grachtengordel. Ook de meest controversiële. Zeer productief, met zes columns per week in Het Parool en één in De Groene Amsterdammer onder het pseudoniem Opheffer. Fantaseerde over Anne Fleur Dekker (“Dit wordt een afschuwelijke oudemannencolumn, want ik ga nu schrijven dat ik heel erg val voor de 22-jarige Anne Fleur Dekker.”), wees met een beschuldigend vingertje naar minister Ollongren (“En nu wordt Thierry Baudet gedemoniseerd door onze regering bij monde van de D66-minister die gaat over de beveiliging van Wilders. Wanneer Baudet straks beveiligd moet worden, aan wie moet hij dat dan vragen? Aan Kajsa Ollongren, de minister van Binnenlandse Zaken?”) Schrijft over zijn persoonlijke leven, inclusief huisdieren, en meerdere malen per jaar over zijn goede vriend Theo van Gogh. Holman trok het afgelopen jaar onze aandacht met een ironische petitie (getekend door Geert Mak) waarin hij opriep tot vrede. “Wij zijn tegen oorlog en tegen stomme dingen die kwetsen!”

15

Syp Wynia
Tot voor kort het boegbeeld van Elsevier. Kondigde na 830 columns in december zijn vertrek aan. Fel tegenstander van de dichte gaskraan (‘schijnheilig, peperduur en autoritair en het product van irrationele getuigenispolitiek’) en de anti-gasgekte in Nederland. Een ander stokpaardje van Wynia was de lobbycratie: de dubbele petten van bestuurders als ‘lobbykoningin’ Annemarie Jorritsma (fractievoorzitter VVD in de Eerste Kamer), Ben Knapen (Eerste Kamerlid CDA) en Paul Rosenmöller (lijsttrekker GroenLinks in de Eerste Kamer). Geen stilist, maar des te stevig is de inhoud. Hamerde weliswaar iedere week op hetzelfde aambeeld, maar zal zeker gemist worden.

14

Christiaan Weijts
NRC Handelsblad
Literaire hoogvlieger van NRC. Tikt rijke columns waarin het wereldlijke en het persoonlijke samenkomen, zoals zijn kerstboom en de VN-klimaattop in het Poolse Katowice. Kan sfeer schetsen. (“Dit jaar gingen we er eentje (een kerstboom – red.) uitgraven uit een kasteeltuin. Spades in een regenton. Kruiwagens. Rieten manden. Jongens met rastahaar op legerkisten voor een houten schuurtje. Dolblije kinderen op laarzen flankeerden de kruiwagens met hun buit naar de parkeerplaats.”) Beschreef de culturele verschillen in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, in aanloop naar de komst van het werk Caravaggio vanuit het Vaticaan. (“Het woord ‘islam’ viel niet, maar hangt hier overal in de lucht.”) Maakt evengoed gehakt van onbenullige politieke proefballonnetjes, zoals het PvdA-plan voor een wet op onbereikbaarheid, of Gert-Jan Segers die Poolse arbeidsmigratie potentieel gif noemt, om vervolgens de volta te maken. (“Het werkelijke potentiële gif is onze overtuiging overal recht op te hebben.”) De standpunten van Weijts verbazen zelden, maar zijn altijd goed onderbouwd.

13

Tom-Jan Meeus
NRC Handelsblad
Voorziet de Haagse politiek driemaal per week van politiek commentaar. Schrijft met een fijne pen en heeft een goed oog voor politieke weeffouten en de ragfijne intriges op het Binnenhof. Levert nieuwe inzichten en scherpt je mening. Komt niet zelden over als een schoolmeester die het nog één keer uitlegt. Waarschuwt regelmatig voor de kortademigheid van het politieke landschap. (“Een paar bombastische beschuldigingen en de buit is binnen: welkom in het poeha-parlement.”) Lijdt aan hetzelfde de-vis-van-morgen-euvel als NRC-collega Bert Wagendorp. Hoewel, dit stukje Meeus kunnen we u niet onthouden: “Ook in de nationale politiek zagen we dit jaar hoezeer verhoudingen zoek zijn. Rutte zette zijn reputatie op het spel in de hoop Unilever met de dividendmaatregel naar Rotterdam te lokken, en werd met één sms’je afgedankt. De premier als klusjesman.”

12

A.L. Snijders
VPRO Gids
De Nescio van de 21ste eeuw. Leeft een eenvoudig bestaan in zijn boerderij op het Gelderse platteland. Schrijft zeer korte verhalen, afgekort als zkv’s, en wekelijks een column in VPRO Gids, waarmee de tv-bode nog enig bestaansrecht heeft. Schrijft erudiete, tijdloze stukken over Latijnse gezegden en Russische schrijvers maar ook over natuur, spiritualiteit en zijn kinderen. Briljant in zijn eenvoud. Heeft oog voor de mens en zijn tragiek. (“Jan Pietersen is een saaie man die elke werkdag om acht uur het huis verlaat en naar het kantoor fietst, waar hij tot vijf uur achter een bureau zit. Zijn vrouw Greetje blijft in bed, haar leven is avontuurlijker. Zij wacht op Pieter Jansen, de buurman, die over het balkon haar slaapkamer binnenkomt en daar gezellig onder de dekens kruipt voor de cohabitatie.”) Zijn columns zijn ontspannend en werken als tegengif voor de waan van de dag.

11

Nausicaa Marbe
De Telegraaf
Niet te beroerd om de kloof tussen links en rechts te overbruggen. Van Thierry Baudet (‘Wie met rassen, volksverdunning en omvolking stunt, plaatst zichzelf in een verdacht licht’) tot Jesse Klaver (‘Een groentje in het vak’, ‘polder-Trudeau’), iedereen moet het ontgelden. Soms ruim door de bocht, bijvoorbeeld toen ze de waarnemend burgemeester Van Aartsen de wat prozaïsche bijnaam ‘Blaatmans’ gaf, omdat hij het krakersverbod in de hoofdstad weigerde te handhaven. Maar ook af en toe scherp en bijzonder geestig, zoals toen ze Stef Blok een ‘gelegenheidsfilosoof’ noemde, nadat de minister Suriname een failed state had genoemd en gezegd had dat vluchtelingen in Oost-Europa in elkaar geslagen worden. Marbe vertegenwoordigt een belangrijk liberaal geluid. 

10

Rosanne Hertzberger
NRC Handelsblad
’s Lands mondigste moleculair bioloog. Begonnen als columnist in het Leids studentenblad Mare. Schrijft als wetenschapper heldere columns met een vaak onverwachte tournure of relativerende noot: “Wie roept dat ‘wetenschap ook maar een mening is’ maakt zich schuldig aan een soort hedendaagse blasfemie. Maar veel te vaak heeft zo iemand gewoon gelijk.”

Mengt zich geregeld in politieke en maatschappelijke discussies. Over de toenemende argwaan tegen Facebook en het vermoeden dat Zuckerberg de verkiezing van Trump mogelijk heeft gemaakt bijvoorbeeld: “Ik weet wel dat er in de geschiedenis van de mensheid op nogal essentiële momenten helemaal geen data of algoritmes of Facebook aan te pas hoefden te komen om demagogen in het zadel te helpen.” Schuwt de polemiek niet. Opende in een geruchtmakende column de aanval op shockblog GeenStijl: “Bij de Telegraaf Media Groep gebruiken ze vrouwen in lingerie als handige objecten om mee te tellen.”

9

Özcan Akyol
Algemeen Dagblad
De Bert Wagendorp van het Algemeen Dagblad. Beterde zijn leven drastisch na een paar weken brommen in zijn tienerjaren. Waakt in zijn AD-column naar eigen zeggen voor demagogie, populisme en hypocrisie. Schrijft zelden over iets buitenissigs, maar wel over de gele hesjes, het kinderpardon en de pietendiscussie. Beleert (“Laten we het belijden van een geloof zoveel mogelijk achter de voordeur houden, zoals dat in een seculier land hoort”), deelt klappen uit (“[Talkshow M] is gewoon ruk en alleen een wonderdokter kan nog de juiste schwung in het programma krijgen”), noemt man en paard (over Wilders, Baudet en Dijkhoff: “Wat deze heren gemeen hebben, is dat ze in het jaar van hun uitverkiezing helemaal niets hebben gepresteerd op politiek niveau”) zonder grof te worden. Schreef een ironische column over het aantal witte mannen in de Top 2000, met eindeloze lezerspost tot gevolg, waarna hij constateerde dat ironie dood was/is. Spaart zichzelf niet. Uit een column over zijn oppaskind: “Hij reageerde angstig. Misschien kwam het door mijn baard, die door verwaarlozing associaties opriep met een jihadstrijder.”

8

Max Pam
de Volkskrant
Nestor van de Nederlandse journalistiek. Schrijft al meer dan veertig jaar columns (de Volkskrant, NRC, Het Parool, Vrij Nederland, Buitenhof, HP/De Tijd), maar is nooit mild geworden. Combineert de actualiteit met eigen kennis en anekdote. Erudiet en ironisch (“Het zijn zure tijden voor de onderklasse. Nu is het waar dat het voor de onderklasse altijd zure tijden zijn”). Schrijft opvallend vaak over Hitler en schaken. Serveerde hij de methode waarmee Griet Op de Beeck incestueuze herinneringen had hervonden af als ‘volkomen onbetrouwbaar’. Beheerst als geen ander in Nederland de polemiek, en verzucht net iets te vaak terloops dat je tegenwoordig helemaal niets meer mag zeggen. (“Arnold Schwarzenegger – zwarteneger, kan dat wel?” / “Moeten witte Nederlanders – het woord blank mag niet meer – schuldbewust het hoofd buigen?”)

7

Elma Drayer
de Volkskrant
Feminist zonder tuinbroek. Gaat voor in de strijd tegen alles wat riekt naar identiteitspolitiek, tegen de vertrutting en de afbreuk van de sociaaldemocratie. Schreef voorheen voor Trouw, maakte de overstap na de affaire-Ramesar. (De hoofdredactie stapte niet op na de ontmaskering van een plagiërende redacteur Perdiep Ramesar, tot onvrede van Drayer.) Contrasteert mooi met de collega-columniste Asha ten Broeke, die haar bij toerbeurten afwisselt en met wie ze ook weleens de degens kruist. Neemt geen blad voor de mond. Over oud-Groenlinks-Kamerlid Tofik Dibi: “Op de dag van de verkiezingen plofte ik in een radiodebatje tussen AD-journalist Wierd Duk en Tofik Dibi – u weet wel, die druktemaker die in 2012 jammerlijk sneefde als Kamerlid voor GroenLinks. Daarna genoot hij dik drie jaar wachtgeld en schreef een dapper boekje waarmee hij uit de kast kwam.” In haar stijl vliegen de luitjes je om de oren. Is heel precies in haar woordkeus: “Toen een dienstdoende eindredacteur ooit het woordje ‘echter’ een van mijn stukjes binnensmokkelde, kon ik bij wijze van spreken niet slapen die nacht.”

6

Arthur van Amerongen
de Volkskrant en hpdetijd.nl
Grote Foute Jongen in de Algarve. Beschrijft iedere dinsdag in de Volkskrant zijn Portugese vrijbuitersleven, dampend van de couleur locale (“Het kassameisje had een ontluikend snorretje, een dopneus en een flinke krentenbaard die nogal slordig was geplamureerd”) en beschouwt iedere vrijdag op onze website de toestand in zijn door hem verfoeide moederland (“onder de Duitse bezetter had het volk meer vrijheid!”). Veelzijdig, polemisch, incorrect, vals, satirisch, scabreus maar altijd opgewekt. (“Over smetvrees gesproken: ik kende een tandeloze zwerver in Amsterdam die iedere dag oude stokbroden haalde bij de bakker en die een nacht te weken legde in de plaskrul bij de speeltuin van het Weteringplantsoen.”) Heeft het ongegeneerd over ‘de dorpsmongool’, ‘pisnichten’ en ‘negers’. Vindt minister Ollongren ‘een heel eng mens’, noemt wethouder Sharon Dijksma consequent ‘de CEO van de Jamin’, voorspelde in 2008 vanuit de Brusselse wijk Molenbeek ‘een zelfmoordaanslag’ en voorzag de ondergang van Twan Huys bij RTL. Verguisd door links, geliefd bij rechts. Is van zo’n beetje alles beschuldigd – seksisme, racisme, fascisme, homofobie. Van Amerongen is ongeremd, zit vaak tegen de grens, en is zodoende een volstrekt uniek geluid.

5

Paul Scheffer
NRC Handelsblad
Multicultureel dramaturg. Gouden aanwinst voor de équipe van hoofdredacteur Peter Vandermeersch, die hem inruilde voor blogger Joshua Livestro. Scheffer is ruim twee decennia leidend in het maatschappelijk debat, sinds 2011 als hoogleraar Europese Studies. Hij onderbouwt dit wetenschappelijke overwicht in zijn columns met persoonlijke observaties en anekdotes. Houdt een mooie balans tussen theorie en ervaringen. Begeeft zich in stekelige debatten zonder te polariseren. (“Je kunt geen invloed uitoefenen zonder de wil om deel uit te maken van dit land.”) Verrassende parallellen zijn nooit ver weg, waarmee hij nieuwe inzichten mogelijk maakt. (“Hij (Macron – red.) had beter naar Italië moeten kijken, want in zekere zin is Silvio Berlusconi zijn voorland. Die begon ook een eenpersoonspartij en verpletterde daarmee de klassieke partijen.”) Via Macron en de gele hesjes stuit Scheffer op de vraag wat het nieuwe sociaal contract moet inhouden. Zodoende actueel én tijdloos.

4

Maxim Februari 
NRC Handelsblad
Opvallende stem in het maatschappelijk debat. Nooit te betrappen op een obligate mening. Waarschuwt voor de gevaren van digitalisering en de overspannen hang naar veiligheid. (“Je hebt niet het recht op een minister die jou ’s avonds exclusief komt instoppen in bed. Het zou veiliger voor ons allemaal zijn als de minister dat ook niet zou suggereren.”) Legt complexe materie als de blockchain gemakkelijk uit. (“Een clubje computers waarop via vaste afspraken transacties worden afgehandeld.”) Is niet bang om tegen heilige huisjes aan te schoppen, zoals de Hongaars-Amerikaanse miljardair George Soros. (“Kijk eens aan, een financier die presidenten afwerkt: de Hongaarse regering mag daar wat mij betreft vraagtekens bij zetten. Een liberaal westers land móet daar vraagtekens bij zetten.”)

3

Marcel van Roosmalen
NRC Handelsblad 
Maakt zelfs een uitvaart lachwekkend pijnlijk. Blonk ooit uit in de betere reportage. Fakkelt zijn burgermansbestaan met liefde af (“Je zou naar de Ikea gaan kunnen vergelijken met kiespijn, lage rugpijn of een ontsteking in de buik: je herinnert je de pijn pas als je die opnieuw ervaart”), verslaat onnavolgbaar zijn eigen signeersessie in Arnhem (“Ik ging anderhalf uur achter een pot augurken en een stapel boeken zitten”). Zijn thema: la condition humaine. Zijn stijl: droog en terloops. In het universum van Van Roosmalen gedraagt de mens zich onbevangen en onhandig. Verwondert zich voor de buis over de zieleknijper van Sylvana Simons, ‘verandercoach’ Jan Andreae, (“Is dit Arjan Ederveen?”). Liet geen spaan heel van gele-hesjesvoorman Jan Dijkgraaf onder de vernietigende kop ‘Jan Dijklul’. Zette eens een Amsterdams pannenkoekenhuis een hak in een column, nadat het een rectificatie had geëist van Het Parool, waarin vriendin Eva een vernietigende column had geschreven over een bezoek. Het pannenkoekenhuis beschuldigde Van Roosmalen ervan een paar slokken jus d’orange te hebben gedronken zonder te betalen. De affaire ging de archieven in als de #pannenkoekengate.

2

Sheila Sitalsing
de Volkskrant
De gesel van de Volkskrant. Driemaal per week trekt Sitalsing ten strijde tegen maatschappelijk onrecht, graaiende multinationals en politieke misstanden. Voorheen politiek verslaggever. Aan de manier waarop ze debatten fileert en aan haar fascinatie voor Mark Rutte merk je dat ze het vak niet heeft verleerd. Niemand is veilig. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de premier zelf: “En zo kwam het dat Rutte en zijn vezels dinsdagavond alweer met de blusdeken over de Tweede Kamer moesten.” Altijd kritisch en zelfs verrassend wanneer ze meegaat in de waan van de dag. Opvallend in 2018 was haar strijd tegen multinationals, voor de rechten van zzp’ers en tegen het bestuur van het failliet gegane Slotervaart Ziekenhuis. (“Ingehuurd personeel, dat het vuige lef had om geld te vragen voor zijn diensten, en zo die arme, onderbetaalde zorgbestuurders op kosten heeft gejaagd.”)

1

Sylvia Witteman
de Volkskrant

Desperate housewife des vaderlands. Iedere maandag, woensdag en vrijdag in de Azijnbode, zoals ze de kwaliteitskrant van echtgenoot Philippe Remarque consequent noemt. De avonturen van huisgenoot P., hun fastfoodschransende tienerzoons, de naar Berlijn uitgevlogen dochter en Wittemans alcoholische vader zijn onderhoudend, onvoorspelbaar en lezen als sonnetten. Witteman staat als stadschroniqueur in de traditie van haar voorbeeld Simon Carmiggelt. Een voyeur pur sang. De ik-persoon in haar columns is een zuipende antiheld die thuis wordt uitgekafferd en op straat van haar fiets wordt gereden. Terugkerende thema’s: het menselijk gebrek en de nietigheid van het bestaan. Een veelgebruiker van het bijvoeglijk naamwoord (dijkhuisjes zijn snoezig, jurken hutspotkleurig), lyrische beschrijvingen (‘herfstig, dofgouden strijklicht’) en reviaanse scherts (“Bovendien vond ik 53 erg oud. Niet echt meer de moeite om zelfmoord te plegen, leek me, want dan ben je tóch al bijna dood”). Soms vilein (‘Viva, toch al geen blad voor grote denkers’), nooit vies van zelfspot (‘het schaamrood op mijn domme, dikke, neokoloniale wangen’). Witteman schrijft verre van pretentieus, haalt met hetzelfde gemak de groenteboer aan als Nietzsche.