Spring naar de content
bron: Wikimedia Commons

Op de sofa: Frans Timmermans

Politiek turbulente tijden vragen om introspectie. Dat geldt ook voor politici. Zij nemen maar wat graag plaats op de divan om de in hun kracht te komen. Lucien de Bock geeft een inkijkje in de binnenwereld van de machtigsten van Nederland. Op basis van deze fictieve gesprekken kan geen diagnose worden gesteld en alle feiten zijn afkomstig uit het publieke domein.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door:

Voor het raam van mijn praktijk stopte een limousine met piepende remmen. Toen ik uit het raam keek zag ik dat de chauffeur zich haastte om Frans Timmermans uit te laten stappen.

Toen Frans eenmaal zuchtend en steunend mijn spreekkamer binnenkwam kreeg ik haast het gevoel dat ik blij mocht zijn dat hij tijd voor mij wilde vrijmaken. Het zweet parelde op zijn voorhoofd en terwijl hij neerplofte in de fauteuil bromde hij ‘nou vooruit dan maar’.

Ik probeerde hem tegemoet te komen – hij was hier immers voor het eerst – en merkte op: “Je zal het wel razend druk hebben, wat bijzonder dat je tijd voor jezelf mag vrijmaken.”

Hij leek even van zijn stuk gebracht en keek me met priemende ogen aan: is deze psychiater wel te vertrouwen?

Ik negeerde zijn blik en vroeg: “Wat kan ik voor je doen Frans?” Hij moest een paar keer slikken en leek ontroerd dat alle aandacht op hem was gericht. “Weet je, ik ben er zó klaar mee, ik ben godvergeten moe. Je hebt geen idee. Telkens weer die uitdagingen aan moeten gaan, altijd maar bewijzen dat ik er mag zijn. Ik doe zó mijn stinkende best maar vraag me oprecht af of iemand het ziet.”

Hij balde zijn vuisten en leek te vechten tegen de tranen.

Ik liet zijn emotionele relaas even bezinken en vroeg: ‘en wie zou het moeten zien Frans?’ “Nou iedereen natuurlijk! Ik vecht dag en nacht voor alle mensen in Europa en krijg er bar weinig voor terug. Het gewone volk vindt mij een elitaire lul en de intelligentsia vindt het blijkbaar nodig om mij de grond in te schrijven. Neem dat hufterige stuk van Theodor Holman laatst in het Parool.”

‘Ik merk dat het je raakt,’ reageerde ik empathisch. Opeens veranderde zijn houding van aangeslagen in hautain. Hij veerde op en schamperde. “Ah zo’n echte psychiater-opmerking.” Scherp als hij was realiseerde hij zich dat hij iets van mij nodig had en razendsnel nam hij weer de patiëntenrol in door het gewenste inzicht tentoon te spreiden ‘altijd maar moeten leven met stress vanwege mijn oneindige geldingsdrang’. 

“Volgens mij ben je al je hele leven bezig om je te bewijzen, Frans. Wat maakt dat je nu hulp zoekt?”

“Je weet zeker niet dat ik Spitzenkandidat ben van de sociaaldemocraten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie?” beet hij me kortaf toe en weer veranderde zijn houding en werd hij zelfs een tikje onaangenaam. “Ja dat weet ik en dat zal je vast veel extra stress geven,” pareerde ik hem. “Irene zei dat ik er niet aan moest beginnen en dat ik gewoon trots moet zijn dat ik het tot eurocommissaris heb geschopt. Ook Max, mijn zoon, vraagt zich af waarom ik altijd weg ben.”

Ik was even stil omdat Frans mij verwarde. Ik zag een man met verschillende kanten die elkaar razendsnel afwisselden. Wie zat er nou eigenlijk tegenover me? Het kleine jongetje dat naar zijn grootvader moet bewijzen dat hij niet voor niks in de mijnen heeft geploeterd of dat aan zijn vader moet laten zien dat hij er wél bij hoort? Of toch de gedreven eurocommissaris die het beste voor heeft met Europa en strijdt tegen onrecht en ongelijkheid? Terwijl ik nadacht begon Frans zachtjes een liedje van Randy Newman te neuriën ‘this is my country, these are my people’. Ik vervolgde: feelings might go unexpressed, I think that’s probably for the best, dig too deep, who knows what you will find’. “Mijn lievelingsliedje,” zei Frans met zachte stem.

“Geldt dat eigenlijk ook voor jou, dat het misschien beter is om niet te diep te graven?” Frans antwoordde geroutineerd: “Ach weet je, ik vergelijk mijn leven altijd met een iemand die de Mont Ventoux gaat beklimmen en een zak met 20 kilo kolen meekrijgt. Je komt er wel maar moeier.”

“Zijn die kolen misschien een metafoor voor de last die je ervaart om je te bewijzen naar je grootvader?” Frans kreeg weer zweetdruppels op zijn voorhoofd en begon onrustig te draaien op zijn stoel. Non-verbale signalen van stress zijn vaak een teken dat je in de buurt van het mentale conflict komt. Weer switchte hij razendsnel van rol en begon te preken: “In deze tijd van opkomend nationalisme is het onze plicht om alles te doen wat binnen onze macht ligt om Europa te redden”. Ik was niet onder de indruk en confronteerde “ook als dat mogelijk ten koste gaat van je gezondheid en je gezin?”

Hij keek haast betrapt en opeens voelde ik medelijden met hem. “Weet je Frans, die enorme geldingsdrang is prachtig, maar je bent tegelijkertijd het slachtoffer van je achtergrond. Konden je grootvader en je vader gewoon maar een keertje tegen je zeggen we zijn zo vreselijk trots op je.” Frans barste in snikken uit en voor het eerst was zijn verdriet echt voelbaar in de kamer.