Spring naar de content
bron: Netflix

Rolling Thunder Revue: een film voor echte Dylan-fanaten

Martin Scorsese’s nieuwe documentaire, Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story, ging op 11 juni in première bij IDFA, in de Tuschinskibioscoop. HP/ De Tijd was erbij en sprak Dylan-expert Lucky Fonz III. “Dylan is voor mij een existentialistische held.”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Sebastian Proos

Rolling Thunder Revue is een film voor de echte Bob Dylan-fans. De film is een tijdsdocument met in de hoofdrol een levende legende die met zijn muziek velen betoverde. Aan de volle zaal in de Tuschinski te zien, zijn velen nog onder zijn bezwering. De vertoning werd ingeluid door Nederlandse singer-songwriter Lucky Fonz III, een anachronistische verschijning in zijn outfit (spijkerbroek met wijd uitlopende pijpen, gilet over een loszittend overhemd en een hoed): overduidelijk een uiterlijke ode aan zijn grote idool. Lucky deelde de zaal mee dat hij zijn scriptie over Dylan had geschreven. Hij vertelt over de diverse projecten waar Dylan aan meegewerkt heeft. Lucky Fonz benadrukt hoe Dylan als muzikant altijd een enigmatisch figuur bleef, die met een aura van coolness massa’s betoverde.

Dylans muziek staat centraal in de documentaire, waarbij Scorsese ruim de tijd neemt om de liedjes af te laten spelen. Dylan luidt de documentaire in met de beginzin: “Wie een masker opheeft, zal je de waarheid vertellen.” Als kijker weet je dus niet wat wel en niet echt is. Het had niet veel uitgemaakt voor het plot, dat er nauwelijks is. Je ziet de tour zich voltrekken, Dylan met allerlei belangrijke figuren van de jaren zeventig rondhangen, veel optredens en backstage-materiaal, en de film kent qua narratief geen ontknoping. Maar wat vindt de echte Bob Dylan-fan van Rolling Thunder Revue? Ik sprak na afloop met Lucky Fonz III over de documentaire en het culturele fenomeen Bob Dylan. Hoe bekeek hij Rolling Thunder Revue?

“Ik keek met verschillende ogen naar deze film. Ik keek ten eerste natuurlijk met de ogen van een Dylan-fan, dan kijk je hier natuurlijk al heel anders naar dan als je dat niet bent. Je perceptie van deze film zal sterk beïnvloed worden door wat je al van Bob Dylan denkt. Het is ook geen introductie tot Bob Dylan, sterker nog, je moet eigenlijk deze film zien als een tijdsopname van een bepaald moment uit Dylan’s leven. Scorsese’s eerdere documentaire over Dylan, No Direction Home uit 2005, gaat over Dylan’s vroegere jaren en is daarom beter geschikt als introductie. Dylan is een fenomeen van verhalen, zoals David Bowie een fenomeen van beelden is. En deze film was dus een van die verhalen. De subtitel is dan ook “A Bob Dylan Story, by Martin Scorsese”. Scorsese zegt dus: hier komt weer een verhaal van mij, over Bob Dylan.  Het is niet The Bob Dylan Story, maar een van de velen.“

“Ten tweede kijk ik er naar als academicus. Ik ben met mijn studie Engelse Letterkunde afgestudeerd op Bob Dylan, dus dan ben je ook onderzoeker van het fenomeen Dylan. Voor mij is deze film het interessantst vanwege alle live-beelden, met de interacties tussen Dylan en andere iconen zoals Patti Smith, Joni Mitchell, Allen Ginsberg, Joan Baez, Ramblin’ Jack Elliot enzovoort. De culturele invloed en relevantie van Dylan is overduidelijk.”

“Tenslotte bekijk ik de film ook nog als muzikant en performer. Je ziet heel goed hoe hij zingt, hoe theatraal hij is. Theatraliteit is niet iets wat je meteen associeert met Bob Dylan, maar in deze film zie je ook wel hoe hij tijdens deze tour en tijd in het bijzonder een erg theatraal persoon is. Je ziet hoe hij zijn gezicht wit verft voor optredens, geïnspireerd door de Japanse Kabuki make-up. Hij reduceert zijn gezicht tot een leeg masker, waar de toeschouwer zijn eigen gezicht op kan projecteren, dat is het idee er achter. Je ziet hoe hij zingt, hoe hij zijn mond en lichaam gebruikt, hoe hij zich fysiek verhoudt tot de muziek. Dat is voor mij als singer-songwriter erg interessant. Het is ook heel erg mooi om te zien hoe Dylan tijdens optredens communiceert met zijn ogen met andere musici zoals Scarlet Rivera en Roger McGuinn, en je merkt ook wel dat er wat cocaïne doorheen ging in die tijd, je voelt het aan de speedy vibe van de film en hoe men loopt te ratelen tegen elkaar. De film is een mooie studie van Bob Dylan als live-performer, en dat zag je sterker in deze film dan in No Direction Home.”

“Wat Scorsese mooi gedaan heeft in deze film is het door elkaar laten lopen van fictie en non-fictie. Bepaalde figuren uit de film bestaan niet echt, en dat is hoe Scorsese speelt met het idee van een masker op en afzetten, waardoor het een film over kunst en mythevorming is geworden. De tour had al een mythische status verworven, waar Scorsese dus aan wou bijdragen. Het is uiteindelijk een verhaal over verhalen geworden, meer dan van beelden. Dat komt omdat Dylan eigenlijk buiten zijn muziek weinig zegt, hij geeft zelden interviews, waardoor elk woord dat hij wél zegt, al snel een mythische bijklank krijgt. Een Dylan-fan geeft dan meteen een diepere betekenis aan zijn woorden, vergelijkbaar met de Bhagwan die na een jarenlange stilte weer spreekt.”

In Rolling Thunder Revue zie je Dylan samen met Allen Ginsberg muziek spelen en poëzie voorlezen bij het graf van Jack Kerouac. Dylan fungeert in mijn ogen als een levend medium tussen de wereld van nu en de epische tijden van de Beat-generatie. Ik vond het een erg merkwaardig idee dat Dylan nog leeft. Lucky ziet dit anders:

“Ik snap hoe je denkt dat het andere werelden zijn, andere tijdperken. Ik had dat vroeger ook, dat ik dacht dat de wereld van de Beat-schrijvers en de burgerrechtenbeweging een andere wereld was dan waar wij nu in leven, maar ik zie dat nu anders. Ik heb veel van de mensen die in de documentaire voorkomen lopen nog rond, Dylan zelf heb ik live gezien, maar ook Roger McGuinn en Joan Baez bijvoorbeeld, die ik persoonlijk ontmoet heb. Interessant is de Nederlandse link tussen die artiesten, de Beat-poëten en onze Nederlandse culturele scene destijds. Simon Vinkenoog, die natuurlijk erg invloedrijk was in de Amsterdamse dichtersscene, haalde bijvoorbeeld de beat-schrijvers zoals Allen Ginsberg en Peter Orlovsky naar Amsterdam toe. Ik had nog graag willen promoveren op dit onderwerp, toen ik het ging onderzoeken begreep hoe dicht onze belevingswereld bij die van de mythische legenden van toen ligt. Dat Dylan nog leeft is bewijs genoeg van hoe dichtbij die tijd bij ons ligt.”

Toen ik Rolling Thunder Revue keek, bekroop mij het gevoel dat dit een historisch document is dat gemaakt is om weemoed en nostalgie op te roepen naar een andere tijd, waarvan de deelnemers langzaam maar zeker uitsterven. Het grijze gehalte van het publiek bij de première verraadde de tijdelijkheid van het fenomeen Bob Dylan. Is dit een eerbetoon aan een verloren tijd? Lucky Fonz vindt van niet:

“Veel mensen zullen dit bekijken met een nostalgisch gevoel, de mooie jaren zeventig, toen waren dingen anders, rock-and-roll, enzovoort. Ik heb dat niet. Vroeger dacht ik nog wel van, was ik daar maar bij geweest. Nu heb ik dat niet meer. Als je dat soort tijden wil beleven, moet je het zelf regelen, dat hebben zij immers ook gedaan. Ik bedoel, ze zijn niet écht goden. De nostalgie is een bijwerking van die mythevorming, dat zo’n sterke factor is in deze film.”

Tenslotte wou ik nog weten hoe je de magie van Bob Dylan zou uitleggen aan iemand die totaal onbekend is met het fenomeen Dylan.

“In deze tijd is iedereen zo bezig met identiteit, met zelf-klassificering en hokjesdenken, en Dylan is iemand die hier totaal doorheen breekt. Hij zegt dat je niet bezig moet zijn met jezelf te vinden, maar je bezig moet zijn met jezelf maken. Hij is de belichaming van een existentialistisch ideaal, dat je de vrijheid hebt om geen identiteit te hebben, of allerlei verschillende identiteiten te hebben. Dylan wordt vaak geassocieerd met de Beat-schrijvers, maar hij heeft naar mijn mening veel gelijk met de existentialisten zoals Albert Camus bijvoorbeeld. Voor mij is Dylan de belichaming van een creatieve levensfilosofie die zegt dat je je niet moet laten definiëren door anderen, maar je eigen definities moet zoeken, als een soort viering van eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. Hij belichaamt voor mij dus veel meer dan een muzikant, hij is voor mij een existentialistische held.”