Spring naar de content

Aangifte tegen medewerker Stimuleringsfonds Journalistiek wegens mishandeling

Als #Metoo iets heeft duidelijk gemaakt dan is het wel dat klachten over seksueel ongewenst gedrag serieus genomen moeten worden. Zorgvuldig onderzoek is dan een vereiste. Maar hoe zit dat, wanneer het gaat om ander grensoverschrijdend gedrag? Die vraag dringt zich op naar aanleiding van de aangifte wegens mishandeling tegen een medewerker van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van een gehandicapte deelnemer aan een subsidieprogramma. Ton F. van Dijk doet verslag van een netelige kwestie die tot nu toe niet formeel onderzocht werd bij een fonds dat jaarlijks miljoenen aan overheidsgeld uitgeeft.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Ton F. van Dijk

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) heeft tot taak om de kwaliteit van de journalistiek in Nederland te verbeteren. Het fonds krijgt hiervoor jaarlijks ongeveer vijf miljoen euro van de overheid – om precies te zijn van het ministerie van OC&W.

Aan de besteding van de miljoenen euro’s gemeenschapsgeld worden hoge eisen gesteld. Dit geldt zowel voor de personen of organisaties die subsidie ontvangen, als voor het Fonds zelf. Of zoals men zelf zegt: “Het Fonds wil graag een gekende partner zijn voor heel journalistiek Nederland.”

Voorzitter van het Stimuleringsfonds is misschien wel de meest prominente journalist van Nederland: Frits van Exter. Oud-hoofdredacteur van dagblad Trouw, weekblad Vrij Nederland en op dit moment tevens voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. 

Voorzitter van het Stimuleringsfonds is misschien wel de meest prominente journalist van Nederland

Maar de roem brengt niet louter vreugde, zo blijkt. Onlangs werd Van Exter als voorzitter van het Stimuleringsfonds geconfronteerd met de ernstige beschuldiging dat een van zijn medewerkers een cursist heeft mishandeld. Hoe zit dat?

De in 1981 geboren Hagenaar Ahmed Aarad neemt het afgelopen jaar deel aan een gesubsidieerd opleidingsprogramma van het Stimuleringsfonds onder de naam Accelerator. Hij krijgt subsidie en begeleiding van het Stimuleringsfonds om het mediaproject Backme (samen met onder meer Jan Roos) van de grond te krijgen. 

Op 4 juni van dit jaar vindt in het kader van dit project een incident plaats tussen Aarad en zijn begeleider van het Stimuleringsfonds. Dit gebeurt na een hoogoplopend meningsverschil tussen Aarad en zijn mentor over de uitvoering van een opdracht in het kader van het subsidietraject.

Daarna zou de zaak uit de hand zijn gelopen, zo blijkt uit een aangifte die Aarad doet bij de politie wegens ‘mishandeling’ door zijn begeleider bij het Stimuleringsfonds.

Daarna zou de zaak uit de hand zijn gelopen, zo blijkt uit een aangifte die Aarad doet bij de politie wegens ‘mishandeling’ door zijn begeleider bij het Stimuleringsfonds

Volgens de aangifte, die HP/De Tijd in bezit heeft, zou de betrokken medewerker van het subsidiefonds Aarad in het voorbijgaan zo hard hebben geslagen, dat hij zich genoodzaakt zag om de zware pijnstiller Tramadol in te nemen. Ahmed Aarad verklaart tegenover de politie:

“Na ongeveer 20 minuten kwam de mentor weer naar beneden en liep achter mij langs naar de uitgang welke is gelegen aan de voorkant van het restaurant. Bij het voorbijlopen van de mentor, terwijl ik aan het typen was, voelde ik opeens een harde klap op het midden van mijn rug. De mentor had mij een harde klap gegeven, ik voelde erge pijn en kon gedurende tien minuten niets doen.”

De beschuldiging is met name serieus, omdat Aarad waarneembaar lijdt aan een ernstige afwijking aan zijn rug als gevolg waarvan hij al jaren gedwongen in een rolstoel zit. Tegenover de politie verklaart hij dat zijn rug ‘bij elkaar gehouden’ wordt door een ‘ijzeren frame’. 

Tegenover de politie verklaart hij dat zijn rug ‘bij elkaar gehouden’ wordt door een ‘ijzeren frame’. 

De zware beschuldiging van mishandeling van de gehandicapte Aarad wordt ondersteund door diens vriendin, die bij het voorval aanwezig was en een schriftelijke getuigenverklaring over de mishandeling van haar gehandicapte partner heeft afgelegd.

Na het incident verzoekt Aarad naar eigen zeggen om een onderzoek door de leiding van het Stimuleringsfonds. Maar volgens hem geeft die niet thuis. 

Aarad beschuldigt het SvdJ nu niet alleen van mishandeling door een medewerker, maar is ook van mening dat het bestuur van het miljoenenfonds ten onrechte géén gedegen onderzoek heeft gedaan naar de mishandeling en zo de eigen medewerker de hand boven het hoofd houdt. 

Zo zou het SvdJ volgens Aarad geen oog hebben voor getuigen, die bij het incident aanwezig waren en die niet door het bestuur zijn gehoord. 

Zo zou het SvdJ volgens Aarad geen oog hebben voor getuigen, die bij het incident aanwezig waren en die niet door het bestuur zijn gehoord. 

Eén van die getuigen is oud-PvdA Kamerlid Astrid Oosenbrug, die zelf ook deelnam aan het programma van het Stimuleringsfonds. Tegenover HP/De Tijd bevestigt Oosenbrug, die tegenwoordig voorzitter is van het COC, de toedracht van het incident zoals dat door Aarad is beschreven in zijn aangifte. 

Oosenbrug spreekt van ‘intimiderend’ en ‘grensoverschrijdend’ gedrag van de SvdJ-medewerker tegenover de aan een rolstoel gekluisterde Aarad. In een op 8 juli opgestelde getuigenverklaring schrijft de PvdA-politica en COC-bestuurder:

“Terwijl Ahmed voorovergebogen zat op zijn laptop kwam T. (naam verwijderd – red.) en gaf hem, Ahmed, zomaar uit het niets een ongenadig harde klap op zijn schouder, zonder een woord te zeggen verder, liep hij, T. door naar de uitgang. Ahmed kromp ineen van de pijn.”

Oosenbrug voegt daar nog aan toe dat de mentor zich al eerder schuldig maakte aan weinig respectvol gedrag jegens de gehandicapte Aarad en spreekt letterlijk van een ‘fysieke aanval’: 

“Naast T. zijn eerdere onvermogen om als mentor op een respectvolle manier te communiceren met Ahmed is deze persoonlijke, fysieke, aanval voor mij absoluut onaanvaardbaar. Ahmed zit in een rolstoel, wat hem kwetsbaarder maakt. Om hiervan getuige te moeten zijn heeft mij emotioneel zeer geraakt”.

Vraag is waarom het bestuur van het Stimuleringsfonds niet onmiddellijk na de melding die Aarad van het voorval deed een grondig onderzoek heeft ingesteld naar de ernstige beschuldiging van mishandeling nu er sprake is van tenminste één onafhankelijke getuige (een oud-Kamerlid), die het verhaal ook tegenover HP/De Tijd volledig bevestigt.

In een telefonische reactie wil de voorzitter van het bestuur van het Stimuleringsfonds, Frits van Exter, niet veel kwijt over de kwestie. Van Exter spreekt van een ‘goedbedoeld schouderklopje’ en stelt zich op het standpunt dat van mishandeling door een van zijn medewerkers geen sprake is. 

Van Exter spreekt van een ‘goedbedoeld schouderklopje’ en stelt zich op het standpunt dat van mishandeling door een van zijn medewerkers geen sprake is

Van Exter benadrukt daarna schriftelijk tegenover HP/De Tijd: “Wij hebben vooralsnog geen reden hebben aan te nemen dat de medewerker zich schuldig zou hebben gemaakt aan opzettelijke mishandeling. Het was een klap op de schouder bedoeld ter aansporing. We betreuren het dat dit onbedoeld kennelijk pijn heeft veroorzaakt.”

Maar hoe zit dat dan met de getuigenverklaring van oud-Kamerlid Astrid Oosenbrug? 

Van Exter: “Bij mishandeling moet er sprake zijn van opzet. Mevrouw Oosenbrug kan menen dat daarvan sprake is geweest, maar dat is iets anders dan het vaststellen. De coach ontkent het stellig. En wij kennen hem als een zeer betrouwbare medewerker die zich zeer heeft ingezet voor het team van BackMe.”

Van Exter: “Bij mishandeling moet er sprake zijn van opzet. Mevrouw Oosenbrug kan menen dat daarvan sprake is geweest, maar dat is iets anders dan het vaststellen”

Maar waarom geen diepgaand onderzoek ingesteld naar de gang van zaken?

Voorzitter Frits van Exter: “Het Fonds heeft aan de advocaat van de heer Aarad en BackMe gemeld dat het bereid was gezamenlijk te overleggen over een klachtenprocedure, waarbij ook getuigen zouden worden gehoord. Toen een aangifte werd aangekondigd, besloot het dat op te schorten om een eventueel strafrechtelijk onderzoek niet te doorkruizen. We wachten de uitkomst af.”

Aarad zegt echter dat hij pas aangifte heeft gedaan nádat het Stimuleringsfonds niet in wilde gaan op zijn verzoek om een onderzoek in te stellen naar het incident. Dit wordt tegenover HP/De Tijd bevestigd door getuige Astrid Oosenbrug.

Een bandopname die is gemaakt van een gesprek met onder meer Frits van Exter hierover, lijkt de lezing van Aarad ook te bevestigen. Wanneer Aarad zich in het gesprek beklaagt over het feit dat geen grondig onderzoek wordt gedaan naar het incident, klinkt het letterlijk: “Als je vindt dat iemand is mishandeld dan moet je aangifte doen. Toch?”

Voorzitter Frits van Exter verwijst verder naar een brief van directeur René van Zanten van het SvdJ waarin deze een toelichting geeft op het incident en de wijze van afhandelen. 

Daaruit blijkt dat het Fonds van mening is dat er ‘geen sprake’ is van ‘onrechtmatig handelen’ door de medewerker ‘en al helemaal geen mishandeling’. 

De directeur beroept zich daarbij op een eerdere uitspraak van de rechter inzake een ‘ongelukkig uitgevallen vriendschappelijke duw’. “Hier heeft zich iets soortgelijks voorgedaan,” aldus Van Zanten in de brief aan de advocaat van Aarad.

De directeur beroept zich daarbij op een eerdere uitspraak van de rechter inzake een ongelukkig uitgevallen vriendschappelijke duw. “Hier heeft zich iets soortgelijks voorgedaan”

Hoe Van Zanten en het Stimuleringsfonds tot deze conclusie komen wordt uit de brief niet duidelijk, zeker nu men zegt op de uitkomst van het politieonderzoek te wachten en men erkent dat geen formeel onderzoek is gedaan naar de getuigenverklaring van oud-Kamerlid Oosenbrug.

Immers zij spreekt van een ‘ongenadig harde klap’ en ‘intimiderend’ gedrag van de begeleider. En dat is iets anders dan een ‘speelse duw’ zoals het fonds nu beweert in de brief. 

Vermeldenswaardig is ook de uitspraak die directeur Van Zanten aan het eind van zijn brief doet:

“Ondanks het ontbreken van onrechtmatigheid, zou ik overigens bereid zijn geweest met uw cliënt (Aarad – red.) over een bescheiden compensatie te praten. Want als hem in het kader van onze accelerator en door ons toedoen – per ongeluk, maar toch – een pijnlijke ervaring overkomt, die hem zelfs tot het slikken van pijnstillers brengt, dan vind ik dat heel vervelend.” 

Ahmed Aarad werd overigens direct na het incident door het Stimuleringsfonds – en dus zonder het door hem gewenste grondige onderzoek – van verdere deelname uitgesloten van het subsidieprogramma.

Ahmed Aarad werd overigens direct na het incident door het Stimuleringsfonds – en dus zonder het door hem gewenste grondige onderzoek – van verdere deelname uitgesloten van het subsidieprogramma

Voorzitter Frits van Exter verklaart daar over: “De coach heeft na het gesprek met de heer Aarad over het incident het Fonds gemeld dat er sprake was van een vertrouwensbreuk en dat er voor hem daarom geen basis was verder samen te werken. Het besluit van het Fonds om te stoppen met BackMe staat daar los van. De samenwerking is beëindigd wegens het herhaaldelijk schenden van afspraken en voorwaarden. BackMe kan daartegen een bezwaarprocedure voeren. Ook dat wachten we verder af”. 

Aarad ontkent met klem dat hij zich niet aan afspraken heeft gehouden en heeft inmiddels een advocaat in de arm genomen om zijn belangen te behartigen.

Een woordvoerder van de politie eenheid Den Haag – waar de aangifte is gedaan – laat weten dat men de zaak deze week heeft overgedragen aan de politie-eenheid Midden Nederland. Dit omdat het incident in Utrecht heeft plaatsgevonden. Onbekend is wanneer de eerste resultaten van het politieonderzoek verwacht kunnen worden.