Spring naar de content
bron: Eyal Warshavsky

Van Amerongen en Waterdrinker: verloren zielen in het Beloofde Land

Arthur van Amerongen en Pieter Waterdrinker gaan op studiereis door Israël en de bezette gebieden – langs onder meer Tel Aviv, Jeruzalem en Ramallah. Ondertussen spreken ze over vrouwen, de geneugten en de valkuilen van het leven, de Europese en de vaderlandse letteren.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:

Op de vijfde dag van de reis, aan het Meer van Tiberias, waar de Israëlische avondzon haar oranjerode avondrood uitgiet over het water waarop de Messias heeft gelopen, verschijnt er plotseling een gekwelde blik op het gezicht van Pieter Waterdrinker. Arthur van Amerongen hapt vol welbehagen in een ijskoud koosjer herstelbiertje, tot stille wanhoop van Waterdrinker, die vlak voor zijn vertrek van de dokter in Moskou te horen kreeg dat het beter is een paar maanden niet te drinken. Voor het eerst in een kwarteeuw moet hij het leven nuchter tegemoet treden. 

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

“Maar ik weet niet of ik het volhoud Tuur, ik weet niet of ik het red. Breng me alsjeblieft niet in verzoeking.”

De straten worden bevolkt door bleke jongetjes met peies. De toeristische route langs de verveloze hotels is een stankbel van open vuilcontainers. Straatkatten en ratten zitten elkaar krijsend achterna, zoals de Israëliërs de Palestijnen – en omgekeerd. Zodra ze de kans krijgen.

Want als het duo (van wie de een is komen aanwaaien uit het vrolijke toeristische zuiden van Europa, de ander uit dubieuze boreale streken) íets duidelijk is geworden, is het dit: het conflict tussen de Joden en de Palestijnen zit anno 2019 nog altijd muurvast. 

“Sommigen in Teheran willen Israël desnoods met een atoombom van de aardbodem wegvagen,” had een van de Israëlische militaire experts die ze eerder ontmoetten beweerd. “Hoe kun je zoiets na de Holocaust nou zeggen? Maar ze zitten in de VN, de wereld neemt hen serieus. Iran controleert Syrië al; nu zijn ze uit op ook de sjiitische heerschappij in Jordanië, met als hoofdprijs Saoedi-Arabië.” Een andere expert: “Met die aanhoudende immigratie gaat Europa Israël achterna. Velen minachten, of haten ons zelfs, vanwege al die hekken, muren, extreme controles en veiligheidsmaatregelen. Maar wacht maar – Israël is het voorland van het oude Europa.” Volgens een recente peiling overweegt 41 procent van de Joodse jongeren in Europa tussen de 16 en 34 jaar om naar Israël te emigreren, omdat zij zich niet meer veilig voelen. De golf van antisemitische incidenten van radicale moslims, extreemlinks en extreemrechts doet zijn werk. Kortom, het zijn weer tijden. 

De stad Tiberias, zo gaat de mare, komt steeds meer in handen van de orthodoxe joden die van toerisme niets moeten hebben. En zwerfvuil stoot af. Daardoor oogt Tiberias, ondanks de bananenplantages en de palmen, op veel plekken als Sotsji tijdens de Sovjet-Unie of een voormalig Joegoslavisch strandwalhalla onder Tito. Minus de bars, de verborgen bordelen, het morele verval.

Netanyahu doet met die Palestijnse lui van Fatah in wezen hetzelfde als Poetin met de Tsjetsjenen: rust kopen.

Arthur van Amerongen

“Arturo, jij weet nogal veel,” zegt Waterdrinker. 

“Dat is waar. Ik ben erudiet uit pure noodzaak. Roept u maar.”

“Maar waarom zijn we dan al die jaren door de goegemeente voorgelogen?” 

“Niet zo cryptisch, snoes, wat bedoel je?” Van Amerongen, in shirt met bloemmotief, als een Yank op vakantie, heft het hoofd. “Wat heb je op die verschrompelde lever van je?” 

“Ramallah,” zegt Waterdrinker dan. “Toen we van de week de Westelijke Jordaanoever binnenreden, het vroegere bolwerk van Yasser Arafat in, werd ik meteen terug gekatapulteerd in de tijd. En weet je waarnaartoe? Naar Tsjetsjenië. Eind jaren negentig in Moskou was ik telkens doodsbenauwd de metro in te gaan. Om de haverklap blies een zwarte weduwe zich in de metro op, voor de Tsjetsjeense onafhankelijke zaak. Nu zit daar in Grozny de dictator en homo-onderdrukker Ramzan Kadyrov. Met geld van Poetin wordt hij in het zadel gehouden. Vliegtuigen vol roebels en dollars gaan ernaartoe. Zijn clan leeft in rijkdom. De paladijnen van Kadyrov hebben kuddes limousines, laten paleizen en moskeeën bouwen, bestellen hoeren als pitabroodjes shoarma in Marokko, terwijl het volk crepeert en wordt onderdrukt. Hetzelfde voelde ik meteen in Ramallah.”

“Vertel verder.” Een meisje van Bijbelse schoonheid komt een schaaltje olijven aandragen. “Wat je zegt klinkt warempel ontroerend.” 

“Herinner je je in Ramallah die vent van Fatah nog? Met zijn proletenpolshorloge? Nogmaals, ik vraag het jou jongen – als specialist, als kenner, als iemand die hier jaren heeft gewoond. Waarom zijn we al die tijd voorgelogen? Waarom heb ik nooit in de krant gelezen dat Netanyahu met die Palestijnse lui van Fatah in wezen hetzelfde doet als Poetin met de Tsjetsjenen? Rust kopen door met geld een door en door corrupt regime te steunen. Ook in Ramallah leeft de machthebberskliek in weelde. Naast dat vluchtelingenkamp dat we bezochten – volgens mij was het een doorsnee arme wijk – doken al meteen de eerste villa’s op. Betaald met zogeheten westers en Israëlisch geld. Daarbij zijn die lui op de Westelijke Jordaanoever verwikkeld in een permanente stammenoorlog met Hamas in Gaza. Het is een dubbele onderdrukking. Waarin verschillen die rijke Palestijnen qua bankrekeningen, huizen en maîtresses van de Russische oligarchen? Bijna nergens in, als je het mij vraagt.”

Twitter ontploft als blijkt dat Waterdrinker en Van Amerongen op kosten van de Mossad door het Heilig Land reizen. – Eyal Warshavsky

De heren ontmoeten elkaar hier, in het beloofde land, voor welgeteld de derde maal. Ze hadden elk hun eigen leven. Maar door de nauwe straatjes van Jeruzalem, in de Via Dolorosa, bij het graf van Jezus Christus, langs de verderfelijke muur die de Israëli’s tegen de Palestijnen hebben gebouwd, aan het met kwallen bezaaide strand van Tel Aviv, op de winderige hoogvlakte van Golan, waar ze bijna verdrinken in een tsunami van Chinezen, stappen ze als broertjes naast elkaar voort. Voortdurend in gesprek over vrouwen, de geneugten en de valkuilen van het leven, de Europese en de vaderlandse letteren, hun kennis van en liefde voor de ‘volkscultuur’. 

Waterdrinker vraagt: “Weet jij of Gerard Reve ooit in Israël geweest is? Volgens mij niet.” 

“Ik geloof het ook niet. Jacob de Haan wel. Maar je kent toch wel die tv-beelden van Bomans in Jeruzalem? O, de grote Bomans, wie kent hem nog? Dat is onze jeugd, jongen. Daar bleven we voor op. We zijn stilaan fossielen. Nog even, dan is het gedaan. Bijna iedereen van onze vroegere helden is dood – Reve, Hermans, Herman Brood, Leen Jongewaard, Robert Long, Gerrit Komrij, Louis Ferron…” Een van hun grootste helden is nog altijd Ischa Meijer. Waterdrinker vertelt dat hij een moeilijke winter achter de rug heeft. In Moskou, als het om een uur of vier al donker was, luisterde hij vaak naar de VPRO-radio. Niet alleen naar Van Amerongen, die op Tweede Kerstdag optrad in het fameuze marathoninterview, maar ook naar oude opnames uit het VPRO-archief. Meijer was de allergrootste. Volgens Waterdrinker is Jeroen Pauw, alhoewel een geheel ander mens, zijn enige opvolger.

“Jeroen Pauw – een goeie gozer, een echt mens,” zegt Van Amerongen. “Weet dat in Antwerpen eens een reuzenrad op de kermis moest worden stilgezet, omdat bovenin Pauw en Conny Mus in het schuitje in de weer waren met dames?”

‘Ik beschouw het leven als een herberg waar ik moet verwijlen tot de diligence van de afgrond arriveert’ Fernando Pessoa – Foto: Eyal Warshavsky

Ooit troffen Waterdrinker en Van Amerongen elkaar op een bruiloft in Boedapest, op een kasteeltje, geheel in keizerin Sisi-stijl. Daarna was het drinken geblazen met de toenmalige RTL-legende Conny Mus, Arthurs boezemvriend, in de benedenstad, waarna ze belandden in een zeker huis, met knallende champagnekurken en heilzame warmwaterbaden, waar Waterdrinker zich vreemd genoeg – misschien door zijn huidige drooglegging – niets meer van weet te herinneren. 

Hun tweede ontmoeting was afgelopen najaar in Portugal, bij de presentatie van Van Amerongens autobiografische roman Mijn moeder is gek. De moderne letteren, zo sprak daar onder de verwaaide palmen in het haventje van Olhão een neerlandicus, zijn inmiddels grotendeels een Exilliteratur. Pfeijffer en Meijsing in Italië, Van Amerongen en Tessa de Loo in Portugal, Grunberg over de gehele aardbol, Waterdrinker in Rusland, terwijl Wieringa dan wel fysiek tussen vrouw en kinderen in weelde mag vertoeven, maar literair en geestelijk toch vooral verkeert in verre verten. Net als Buwalda. “Zonder dat Nederland in oorlog verkeert of vervolging kent.”

Al snel volgde eenhartstochtelijke correspondentie tussen de beide Exilautoren, die vijfduizend kilometer van elkaar verwijderd wonen, wat in een paar maanden tijd culmineerde in voldoende kopij om een vuistdikke uitgave in de reeks Privé-domein te vullen. 

Lieve jongen, Tuurtje van me, valt na een willekeurige greep in het dikke pak kopij te lezen. Sinds ik daar bij jou in Olhão met een taxi werd weggevoerd naar de luchthaven en na een overstap op Schiphol weer landde in Sint-Petersburg, word ik verteerd door een martelend verlangen naar het zuiden. Heb jij wel enig idee wat dat is? Wonen op een armzwaai van Helsinki? Op hinkstapsprong-afstand van Moermansk? Nou ja, bij wijze van spreken dan. Alles in het leven is nu eenmaal relatief. Als student op mijn hok aan de Stadhouderskade – in de vieze jaren tachtig – had ik er al last van. Van de drang om te vertrekken. Van Hinausweh. En nu, als rap ouder wordende man in mijn geheime stadspaleis te P*, nog steeds. O, die wuivende dadelpalmen bij jou! De azuren schittering! Die overdekte vismarkt! Besef jij wel wat het is? Als het vlak voor vieren alweer grijsdonker is? Met sneeuw? En als de Arctische kou op straat meteen tegen je ballen slaat? Omhelsd, Pieter 

Vroeger was in Tel Aviv een goede kop koffie zeldzamer dan een pastoor op een naaktstrand.

Meu querido Pedrinho, schrijft Van Amerongen terug, zullen we ruilen? Jij mijn strandhuis in Olhão, ik jouw woonst in Moskou en je pied-à-terre in Petersburg. Dan wisselen we onze dames ook meteen uit. Een aardig format voor John de Mol, dunkt mij. De honden vertrouw ik niet aan je toe, die breng ik wel naar de worstfabriek. Jij bent meer een poezenman. In Paraguay had ik een dozijn katten en katers. Dat ging een poosje goed met de honden, die voor de helft rottweiler zijn, maar de jungle is wreed, Pieter. Ik was nog nooit in Rusland, maar ik weet zeker dat ik mij daar thuis voel, met mijn inktzwarte Slavische ziel. Alleen mijn kop is mediterraan. Hoe zit het met de stookkosten bij jullie? Heb je geile buren? Begin vast Fernando Pessoa te lezen, dan begrijp je Portugal beter. Hier een fijne kwoot van onze opgewekte kunstbroeder: “Ik beschouw het leven als een herberg waar ik moet verwijlen tot de diligence van de afgrond arriveert.” Adiós, coração.

De twee heren hadden niet gerekend op zo snel alweer een fysiek treffen. Maar plots werd Van Amerongen – ongetwijfeld dankzij bemiddeling van Jahweh – benaderd door het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) te Amsterdam om mee te gaan op de jaarlijkse studiereis door Israël en de bezette gebieden. Niet ten onrechte, want drs. Van Amerongen studeerde Semitische Talen aan de Universiteit van Amsterdam, en was daarna jarenlang correspondent in Jeruzalem. Hij wilde wel gaan, maar onder één voorwaarde: dat zijn pen pal uit Rusland met hem mee mocht.

Al de eerste avond, op het nog ovenhete dakterras van het Grand Beach Hotel in Tel Aviv, waar Amerikaanse tieners van Joodse komaf, genietend van een gratis Birthright-reisje naar het herkomstland van hun genen, springen Van Amerongen de tranen van emotie in de ogen. “Ik kan het bijna niet geloven jongen. Vijftien jaar geleden was ik hier, in de navel van de wereld, voor het laatst. Samen met Margriet ‘M’ van der Linden en mijn toenmalige eega Edith Mastenbroek (dat haar herinnering tot een zegen mag zijn). Het bizarre hoogtepunt van de reis destijds was onze ontmoeting met Lior Dayan, de kleinzoon van de legendarische Moshe Dayan. Vanwege Poerim, het Joodse carnaval, liep Dayan erbij als Hitler. Compleet met uniform, vlijmscherpe haarscheiding en bloksnor. De Joodse Hitler maakte de fascistische heilgroet, hij sloeg de hakken van zijn laarzen tegen elkaar, maar bij binnenkomst in het restaurant aan de Ibn Gvirolstraat reageerde niemand. In Tel Aviv zijn ze nog cooler en woker dan in Amsterdam en Silicon Valley. Hé, luister je eigenlijk wel? Hou ’ns op met het gluren naar die meiden. Maar goed,” gaat Van Amerongen verder. “Wij daarentegen ontstaken vanwege de act zogenaamd in woede. Namens Europarlementariër Mastenbroek belde ik mijn vrienden bij de linkse krant Haaretz, met de woorden: zo gaan we toch niet met elkaar om?! De volgende dag was het macabere incident the talk of the town. Ja dat waren tijden, Pietje.”

Na een duik tussen de van de hormonen bijna uit elkaar spattende tieners in het dakterraszwembad trekken Waterdrinker en Van Amerongen naar de stad, waar de nieuwe RTL-coryfee Olaf Koens en Telegraaf-correspondent Ralph Dekkers hen begroeten. Tel Aviv blijkt tot afschuw van Van Amerongen verworden tot een hedonistisch walhalla. In zijn tijd was de stad een verpauperde Oostblok-dump zonder fatsoenlijke horeca; een goede kop koffie was zeldzamer dan een pastoor op een naaktstrand. ’s Nachts krioelde het er van het ongedierte. Tsjachtsjachim – patsers van oriëntaalse origine – scheurden dan over de markt, om zoveel mogelijk ratten te pletten. Nu zoeven de elektrische steppen over de gladde trottoirs, iedereen lijkt er jong en mooi, ontworpen op de redactie van glossy’s, overal wordt gedronken en geflirt. Een kwart van de jongeren in Tel Aviv, zo vertelt de Telegraaf-man, behoort tot een seksuele minderheid. Dan blijft er, merkt Waterdrinker vrolijk-optimistisch op, voor de traditionele geaardheid nog driekwart over.

“Maar ik ken een jongen uit Amsterdam die volslagen krankzinnig van hier is weggevlucht, omdat hij niet besneden was. Zodra zijn feestneus met tuitje uit zijn broek kwam, zetten die Joodse meiden het op een lopen,” zegt Koens, net terug uit Dubai, waar hij de laatste hand heeft gelegd aan zijn nieuwe boek Het zijn net dieren. Van Amerongen en Waterdrinker hadden zijn vader kunnen zijn, maar Koens bezit de unieke eigenschap die velen van zijn generatie ontberen: het vermogen tot het bewonderen van de oudjes. 

In een schimmige bar aan de Dizengoffstraat – waar vijf cisgender-meneren samen een halfuur lang het toilet bezet houden – halen Koens en Van Amerongen herinneringen op aan hun tijd in Zuid-Amerika. Toen Koens in 2014, net verkozen tot journalist van het jaar, in De Journalist een essay schreef over zijn literaire helden, noemde hij Van Amerongen de enige echte gonzo-schrijver van Nederland. Hij zocht hem op in Rio de Janeiro, waar Van Amerongen destijds woonde. ‘Don Arturo’ stond erop dat Koens hem kwam afhalen bij de ingang van de Nederlandse vereniging, waarvan de gonzo-auteur voor het leven geroyeerd is. “Als je cocaïne wilt kopen, moet je dat bij een hoer doen,” had Van Amerongen Koens zijn eerste journalistieke les gegeven. De eerste lijntjes werden gesnoven vanaf een wc-bril. De volgende vierentwintig uur rolt het duo langs groezelige cafés, oneindige dansfestijnen, dwars door de favela’s en langs de Copacabana, tot vijf uur in de ochtend, maar een paar uur later stond Van Amerongen alweer naast zijn bed. “Kom, er gebeurt van alles!” Toen Koens, geradbraakt, zijn tanden stond te poetsen, had Van Amerongen alweer twee vrienden gemaakt. Marokkaans-Belgische kickboksers. “Al-Qaeda-jongens, dat zie je zo.” 

Waterdrinker en Koens deden samen onder meer verslag van de oorlog in Oost-Oekraïne. Bij Waterdrinker culmineerde dat in de panoramische roman Poubelle. Jarenlang waren ze bijna iedere avond te vinden in het Moskouse café Zjan-Zjak, om de temperatuur op te nemen van Poetins Rusland. De dames van Pussy Riot kenden ze al, nog voordat ze Pussy Riot zouden worden. Van Waterdrinker, schreef Koens in De Journalist, had hij misschien wel het meest geleerd. Niet zozeer over wat Rusland is, maar vooral over hoe de mens in elkaar steekt. Wat waardevol en waardeloos is. Wat vriendschap betekent. “Waterdrinker is een oude ziel in de moderne tijd. Hij klaagt dat hij Twitter niet begrijpt, dat zijn iPhone het niet doet, maar heeft alles feilloos in de gaten. Hij kan cynisch zijn, soms verbeten – maar laat zich nooit uit het veld slaan. Na ieder boek zegt hij: ‘Dit is het laatste, het is mooi geweest.’ Een paar weken later begint hij dan aan een nieuwe roman.”

Een onverlaat noemt Van Amerongen een opperracist, zonder te vermelden van wat of wie.

De volgende dag gaat het CIDI-schoolreisje van start – een route die van Tel Aviv, via Ramallah, Jeruzalem en Tiberias weer terug leidt naar Tel Aviv. Al snel blijkt het een loodzware studiereis, met iedere dag minimaal drie lezingen en bezoeken aan onder meer Erez op de grens van de Gaza-strook, de Knesset, Holocaustmuseum Yad Vashem. Een willekeurige greep uit het rooster: 

Professor Boaz Ganor: the Art of Counterterrorism. Major General Amos Gilead: Israel and the Palestinians between Dialogue and Conflict. Dr. Nathan Lopes Cardozo: Religion and Jewish Identity, the Liberal-Conservative Split in Israel. Dr. Khalil Shikaki: On Developments and Trends in the Palestinian Society. 

Intussen ontploft Twitter als blijkt dat Waterdrinker en Van Amerongen op kosten van de Mossad en Bibi Netanyahu door het Heilig Land reizen. De goudeerlijke kunstbroeders – die hun reis overigens zelf betalen. Waterdrinker: “Ik heb nota bene 500 euro extra gedokt, want ik ga natuurlijk niet samen met Don Arturo op één kamer slapen!” Ze worden uitgemaakt voor kritiekloze roeptoeters van de internationale Jodenheid en het universele zionisme. 

De CIDI-reis werkt op Twitter als een rode lap op een stier. Sommige andere deelnemers in de bus zijn zo geschrokken van de commotie, dat ze nog maar eens benadrukken dat hun naam, laat staan hun foto, onder geen beding op Twitter mag komen. 

Met Olaf Koens in de Machane Yehuda-markt in Jeruzalem: Liquid dinner, kind?  – Foto’s: Eyal Warshavsky

Terwijl de heren in het uitgelezen gezelschap in de bus denderen langs de grens met Gaza, trillend in de hitte, worden ze via Twitter aldoor op de hoogte gesteld van het volgende: dat óók de polderstaat Nederland muren kent. Zij het onzichtbaar. De muren tussen goed en kwaad. Tussen deugen en niet-deugen. Een onverlaat noemt Van Amerongen een opperracist, zonder te vermelden van wat of van wie. Een andere mesjoggene schrijft schuimbekkend dat ‘Jodenvriend Van Amerongen’ zich natuurlijk acht dagen aan de rand van een zwembad in een vijfsterrenhotel in Tel Aviv laat vollopen met champagne, omringd door Russische kommersjele sekswerksters, op kosten van het Internationale Zionisme. “Maar Pieter, het is allemaal de kift, zou mijn mammie hebben gezegd.” Zichrona livracha. Dat haar herinnering tot een zegen mag zijn.

Waterdrinker, die zich vanwege vermeend antisemitisme in zijn debuutroman Danslessen tot voor de Hoge Raad moest verdedigen, wordt op Twitter door een dame weggezet als een verdediger van Vladimir Poetin en überhaupt als een slecht mens. 

“Wat moeten we daar nou mee, Don?”

“Waarmee?”

“Dat je godverdomme door sommigen aldoor maar als de duivel wordt neergezet, terwijl ik mijn leven lang voor de underdog ben geweest, oorlogen heb overleefd en in mijn boeken juist de krankzinnige ongerijmdheid van dit bestaan probeer te duiden.”

“Laat ze allemaal het riool in lopen,” bromt Van Amerongen.

Al bij de eerste masterclass The Art of Counterterrorism worden er door de heren druk aantekeningen gemaakt. Het zijn in de eerste plaats dit: werkers. Hun beider leven staat al decennialang in het teken van het volgende: éducation permanente, lernen! 

“Waterdrinker, is dat eigenlijk Joods?” 

“Dat is heel vreemd, niet dat ik weet. Het is de achternaam van mijn moeder. Als meisje zag ze eruit als een nichtje van Anne Frank. En mijn vader leek op een Spaanse Jood. Maar ik werd naar een christelijke school gestuurd. Sylvia Witteman zei mij eens: ‘Jij hebt een Witteman-kop met Joodse trekken.’ En jij, Arturo?”

“Ook met de Here Jezus groot geworden, in de hel van de Veluwe, Ede. Maar Van Amerongen is tevens een Joodse naam en dat verklaart mijn brille.”

De reeks Israëlische militair specialisten die voorbijkomen, zijn allen enigszins op leeftijd, maar razend intelligent, martiaal, fit, klaar om in actie te komen. Zoals kolonel Dan Tirza, die geldt als de bedenker van de veiligheidsbarrière tussen Israël en de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. De heren doen Waterdrinker denken aan menselijke piranha’s. Piranha’s met een glimlach. 

“In Israël kun je een koffer nog niet eens vijftien minuten onbeheerd laten staan, probeer dat eens in Amsterdam!” zegt dr. Robert C. Castel, specialist op het gebied van asymmetrische oorlogsvoering, terrorisme en militaire innovatie. Hij is ook degene die voorspelt dat Europa vanwege de asielzoekersstroom binnen enkele decennia zal zijn gemetamorfoseerd tot een soort Israël, met hekken, sectoren, met Sperrbezirke, Viertels… 

Vlijtig pennen Van Amerongen en Waterdrinker alles neer in hun schriften. Tevergeefs, overigens: op het einde van de reis blijken ze allebei hun aantekeningen kwijt te zijn. Ook weer iets dat de beide kinderloze mannen, die tijdens hun omzwervingen over de wereld zoveel zijn kwijtgeraakt en hebben verloren, gemeen hebben. 

In het nachtelijke Jeruzalem duikt wederom soulmate Olaf Koens op, samen met de Amerikaans-Israëlische topfotograaf Eyal Warshavsky, met wie Van Amerongen begin deze eeuw de door de Amerikanen ingezette oorlog tegen de Taliban versloeg in Afghanistan.

‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we.’  – Foto: Eyal Warshavsky

“Verrek, daar was ik toen ook,” merkt Waterdrinker op. “Lange tijd zat ik in het stadje Termez in Oezbekistan, op de grens met Afghanistan. Tussen totaal doorgeslagen oorlogsverslaggevers, veteranen uit Irak en Vietnam. Likkebaardend zaten ze te wachten om Mazar-i-Sharif binnen te trekken.”

Van Amerongen en Warshavsky trokken destijds via Tadzjikistan Afghanistan binnen, nadat Tuurtje in een hotelkamer in Doesjanbe was beroofd van tienduizend dollar. De juiste toedracht weigert hij Waterdrinker te zeggen. “Laat ik het erop houden dat iemand een date rape-drug in mijn wodka had gepleurd. Ik kon toen geld lenen van een vriend van The Sun, die ik ooit eens had gematst in Bagdad. Zijn lichaam was volgeplakt met dollars.”

Eerder op de dag, in Yad Vashem, de grootste Holocaust-schrijn op aarde, liet Waterdrinker Van Amerongen al snel weten dat hij het daar – tussen de airco-gekoelde verschrikkingen – niet lang zou uithouden. Het is te aangrijpend. Op sommige plekken loop je zo de getto’s van Warschau en Vilnius in, het bloeiende Joodse leven, een thema in het werk van de door beide heren bewonderde schrijvers Isaac Bashevis Singer en Joseph Roth, een wereld die voorgoed verloren is gegaan. Al decennialang gaan Waterdrinker en zijn vrouw Julia, die Joodse wortels heeft, in een vreemde stad eerst op zoek naar een synagoge. Van Vilnius is niks meer over. “Ik weet het,” zei Van Amerongen. “Ik was ook in de Baltische staten, mooi daar…”

Ook in het oude Jeruzalem, waar het orthodoxe jodendom iedere dag verder terrein wint, gieren op sommige plekken de hormonen als kippendons in een windturbine rond. Door de nabijheid van de terreurdreiging van Hamas of de knettergekke Iraniërs, wier nucleair knock-out van Israël meer is dan een droom, hangt er overal seks in de stoffige straten, tussen de olijfbomen, op de terrassen, in de oude markthallen die omgetoverd zijn tot een hipsterparadijs. 

“Kijk toch eens Pieter, kijk toch eens! Allemaal Joodse meiden. En allemaal zonder bh, ook mijn vrouw Anja deed als eerste hier haar bh af. Ze dansen! Ze zullen je kinderen krijgen! En die voeden met kippensoep als ze ziek zijn. En als er hier zo direct iets ontploft, zijn het van de ene tel op de andere militairen.” De dochter van Koens is geboren in Rusland, zijn zoon in Jeruzalem; zelf heeft hij een Nederlands en zijn vrouw een Russisch paspoort. Toen het gezin Koens onlangs vanuit Parijs met de nachttrein naar Zwitserland reed en hij de kakofonie aan paspoorten vanaf de brits in de slaapcoupé door een kier van de deur aan de grenswacht in het gangpad gaf, klonk het: “Wer ist hier der Jude?

Wat is er een mooiere plek op aarde om, als bijna-zestigjarige, uit de kast te komen dan in de oude stad van koning David? Om twee uur ’s nachts laat Waterdrinker zijn maatje Van Amerongen, in kennelijke staat – en aldoor maar tegen Koens, fotograaf Eyal en een snel geklede Nederlander die luistert naar de naam Ollie roepend dat Israël niet langer zijn land is, dat hij snakt naar de rust van Portugal – in het nachtelijke alcoholische gedruis van de oude stad achter. 

Nazikinderen die zich bekeren tot het jodendom? Maar dat is een roman.

Als de ‘gewillige slachtoffers van de CIDI-hersenspoelreis de volgende dag in bus zitten, klaar voor opnieuw een dag van eenzijdige propaganda’ (aldus Twitter) ontbreken Van Amerongen en Oliver. Vader Waterdrinker wordt ter verantwoording geroepen en rent naar kamer 711 van het Grand Court Hotel. 

“Verdomme, als je wilt zuipen is dat jouw zaak,” brult de beminnelijke romancier, luid op de kamerdeur van Van Amerongen bonkend. “Maar kom dan wel op tijd! Je bent weer eens te laat! De hele bus zit al te wachten! En waar is je nieuwe mattie?” 

“Die staat hier bij mij nu onder de douche,” zegt Van Amerongen als hij, grijpend in het kruis van zijn boxershort, met een zwaai de deur opendoet. “We komen zo… We zijn vannacht naast elkaar op bed in slaap gevallen. Maar het is niet wat jullie denken. Hé ouwe, wat sta je daar nou te grijnzen? Het is verdomme niet wat jullie denken! Smeerkees.”

Later op de dag, rijdend door het zondoorstoven Heilige Land, moet Waterdrinker plots denken aan Max Pam met wie hij lang geleden en grand comité – ook Manon Uphoff was erbij – op een boot met erotisch vermaak verzeild was geraakt op de rivier de Neva in Sint-Petersburg. Toen ze aan de bar zaten, hoorde Waterdrinker een animeermeisje in het Russisch tegen een ander animeermeisje zeggen, gewiekst knikkend naar Max Pam: “Die daar, Maja, is een buitenlander!” En vervolgens, wijzend op Waterdrinker: “En dat daar is een Jood!”

Waterdrinker heeft dozijnen vrienden die tussen Rusland en Israël heen en weer pendelen. Een beetje Rus die wil meetellen heeft tevens een Joods paspoort; het is de standaarduitrusting van veel Russen in bonis die zomaar een paar miljoen euro neertellen voor een huisje in Tel Aviv. Maar wie is een Jood en wie niet? 

Waterdrinker: ‘Moet je het nou een muur noemen of een omheining?’
Arthur: ‘Die te Amsterdam vaak zei:
“Jeruzalem”/
en naar Jeruzalem gedreven kwam/
Hij zegt met
mijmerende stem/

“Amsterdam, Amsterdam”’
– Foto: Eyal Warshavsky

Natuurlijk, in de eerste plaats als je moeder een Jodin is, had de uiterst beminnelijke Nederlands-Israëlische rabbijn Nathan Lopes Cardozo in een kelderzaaltje van het Grand Court Hotel gedoceerd. Zelf was zijn moeder overigens een oer-Hollandse; slechts de familie van zijn vader was in de zeventiende eeuw uit Spanje gevlucht om zich in het Amsterdam van Spinoza te vestigen. 

Dat hij een zogeheten vader-Jood is, leek de rabbijn, ondanks zijn verblijf van al bijna veertig jaar in Israël, nog altijd kwellend bezig te houden. 

In zijn boeken stelt hij het probleem vaak aan de orde. “Ik ken hier in Jeruzalem ook mensen zonder een druppel Joods bloed die Jood zijn geworden. Onder hen zijn zelfs Duitsers, kinderen van nazi-beulen die hier in de oude stad als orthodoxe joden met peies rondlopen. Ze vonden het zo erg wat hun ouders hadden gedaan, dat ze Jood zijn geworden.” 

Waterdrinker hoort deze nieuwigheid voor hem ademloos aan. Nazikinderen die zich bekeren tot het jodendom? Maar dat is een roman. “O, maar dat is een heel bekend verhaal hoor,” zegt Van Amerongen dan. “Er is zelfs een film over gemaakt. Europa Europa!”

De beide kunstbroeders nemen voor de speelfilm gezamenlijk te gaan kijken, zodra ze elkaar de volgende keer op neutrale Nederlandse bodem zullen treffen. Ze hebben genoten van het Heilige Land. 

Maar Europa Europa, daarover zijn de beide heren het met elkaar eens – de een in zijn vrijwillige ballingschap onder de alweer dreigende ijspegels, de ander onder de palmbomen – blijft toch nog altijd veruit het mooiste continent op deze aardbol.