Spring naar de content
bron: Filmdepot

‘Joker’ veegt de vloer aan met je morele oordeel

Joker is niet de zoveelste spandex-saga, maar een angstaanjagend goede film, schrijft Roderik Six. Nooit had hij gedacht dat hij zo geraakt zou worden door een superheldenfilm. ‘Pers je bevolking genoeg uit en je krijgt rellen, dat maakt Joker pijnlijk duidelijk.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Roderik Six

Gent wordt dezer dagen overspoeld door filmliefhebbers. Film Fest Gent geldt als het belangrijkste filmfestival van de Lage Landen en het festijn is wereldberoemd omwille van de Word Soundtrack Awards, een prijs voor de beste muziekscores van het jaar. Dat gaat gepaard met concerten, workshops en publieke interviews met onder andere Hildur Guðnadóttir die de laatste jaren in de voetsporen van de jammerlijk overleden Jóhann Jóhannsson treedt. Haar soundtracks voor onder meer Sicario, Day of the Soldado en de HBO-serie Chernobyl zijn pareltjes die in elke platenkast thuishoren.

Het aanbod is overweldigend en al je favoriete films zien is onmogelijk. Het vergt een wiskundige knobbel om het programma maximaal te benutten. Vaak is het hollen: als de nieuwe Terrence Malick niet netjes op tijd eindigt, mis je de documentaire over PJ Harvey – zelden zie je zoveel cinefielen zo jachtig door de nauwe gangen van een bioscoopcomplex jakkeren. Ik kijk nu al uit naar Le Mans ’66, een episch race-drama over de tweestrijd tussen Ford en Ferrari, en ook Motherless Brooklyn, de film van Edward Norton, staat hoog aangeschreven.

Toch heb ik de indruk dat ik de film van het jaar al gezien heb. Nooit gedacht dat een superheldenfilm me zo zou beroeren. Nooit gedacht dat Todd Phillips die ik enkel kende als regisseur van dwaze komedies, tot zoveel cinematografische bravoure in staat was. Nooit gedacht dat ik fysiek misselijk kon worden van een film waarin amper iets gebeurt.

In zijn eentje speelt Joaquin Phoenix heel Hollywood naar huis.

Als u dit jaar één film gaat bekijken, laat het dan Joker zijn. Alleen al om Joaquin Phoenix aan het werk te zien; in zijn eentje speelt hij heel Hollywood naar huis. Je zou bijna vergeten dat Robert De Niro meedoet in Joker; Phoenix walst virtuoos over hem heen.

Het is een angstaanjagend goeie film. Dat merkte je aan de pijnlijke stilte toen de eindgeneriek over het scherm rolde; niemand die nog een woord zei, niemand die nog popcorn in zijn mond propte. Waarschijnlijk zullen een aantal bezoekers zich lelijk mispakt hebben; dit is niet de zoveelste spandex-saga maar een indringend portret van een gebroken man die wraak neemt op de maatschappij die hem zo kil behandeld heeft.

Joker draait de rollen om. Plots is Thomas Wayne – de vader van Bruce ‘Batman’ Wayne – niet de goede burgervader maar een hypocriete, hebzuchtige eikel. De immer nobele butler Alfred wordt afgeschilderd als een bullebak. En vreemd genoeg krijg je sympathie voor de gewelddadige Joker die als een slachtoffer en een volksheld geportretteerd wordt. Dat maakt de film zo interessant: Joker veegt de vloer aan met je moreel oordeel.

Niet iedereen kan omgaan met die ethische ambiguïteit. Joker werd al meermaals bekritiseerd omdat de film geweld zou verheerlijken, of incels zou aanzetten tot terreur, of omdat het een verkeerd beeld schetst van psychiatrische patiënten.

Diep vanbinnen weten we dat er niet zoiets bestaat als goed en kwaad.

Goed zo. Beroering op zich is goed. Dat wil zeggen dat Philips’ kunstwerk een gevoelige snaar heeft geraakt. Je blijft na Joker inderdaad met een ongemakkelijk gevoel zitten, maar bovenstaande kritiek is natuurlijk onzin. Het gaat voorbij aan het feit dat we hier over een stripfiguur spreken, een getekend mannetje dat in de Batman-comics het pure kwaad belichaamt. Joker is zo moeilijk te vatten omdat hij amper beweegredenen heeft. Je kunt zijn daden niet begrijpen, zijn misdaden komen niet voor uit hebzucht maar uit een drang naar chaos. Butler Alfred beschrijft hem in één van de vorige Batman-films als een anarchist: ‘Some men just want to watch the world burn.’

We zijn teergevoelige zieltjes geworden. Bang voor de Joker in ons. Diep vanbinnen weten we dat er niet zoiets bestaat als goed en kwaad, dat onze morele codes wankel zijn en chaos slechts een paar misstappen van ons verwijderd ligt. Ons sociaal bestel is fragiel, onze wetten zijn niet meer dan goede afspraken – zet er een beetje druk op en de straten veranderen in een oorlogszone. Dat maakt Joker pijnlijk duidelijk: pers je bevolking genoeg uit en je krijgt rellen.

We hebben het al gezien met de gele hesjes; als uit het niets ontvlamde de volkswoede en niemand kreeg het vuur geblust; maandenlang stond Frankrijk in brand en even leek het erop dat de revolte zou uitgroeien tot een ware revolutie, paleisbestormingen incluis. Het meest beangstigende aan de beweging: ze hadden geen leider. Geen gezicht, niemand waarmee kon worden onderhandeld. Dat was tegelijk hun sterkte en hun zwakte: niemand gaf richting aan de troepen, niemand kanaliseerde de woede in politieke eisen.

Nu lijken de gele hesjes uitgeblust maar onderhuids blijft de woede broeien. Eén vonk is genoeg, en als er de volgende keer wel een enigmatische Joker mee op de bres springt, vrees ik het ergste.