Spring naar de content
bron: Rijksmuseum/Olivier Middendorp

‘Rembrandt – Velázquez’: door de verschillen ga je beter kijken

Wekelijks schrijft Joke de Wolf op zaterdag een column over kunst. Deze week over de tentoonstelling ‘Rembrandt – Velázquez’ in het Rijksmuseum, waar werken van Nederlandse en Spaanse meesters uit dezelfde tijd naast elkaar vertoond worden.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Joke de Wolf

Transformatie-tv-programma’s kan je al lang geen hype meer noemen; ze zijn een constante. Kijk, zeggen ze, zij van Queer Eye, Extreme Makeover, Marie Kondo, House Rules en Hotter Than My Daughter: dit is de treurige werkelijkheid. Een onverzorgd, ongelukkig, lelijk mens of huis dat wij binnen een half uurtje in een succesvol, stijlvol, perfect exemplaar veranderen. Voor en na komen tegen het eind van het programma naast elkaar te staan, de emotionele reacties van de eigenaars van het huis of lichaam zijn de slagroom op de taart.

De mens is van nature dol op scherpe tegenstellingen. Grijstonen en nuances vertroebelen het beeld; maken je onzeker. Niks mitsen en maren, onze soort wil een wereld die overzichtelijk is opgedeeld in goed en kwaad, zwart en wit, links en rechts. En dus: democraten en republikeinen, klimaatactivisten en boeren, niets heerlijkers dan ze te parkeren in het goed- of foutvakje, en partij te kiezen.

Niet om te tonen wie er goed is en wie fout, wél om te laten zien waar het verschil zit.

‘Top of flop’ werkt ook bij talentenjachten en ook hobbyschilders wanen zich even een kunstenaar als ze andere hobbyschilders te slim af zijn geweest. Ook de studie kunstgeschiedenis leek lang op zo’n tweedeling te zijn gebaseerd: docenten sleepten jarenlang minstens twee lades met dia’s van kunstwerken mee, zodat ze beelden náást elkaar konden laten zien. Niet om te tonen wie er goed is en wie fout, wél om te laten zien waar het verschil zit. Verschil kan er ook voor zorgen dat je beter gaat kijken.

Op dat idee is ook de nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum gebaseerd. ‘Rembrandt-Velázquez’ laat steeds een schilderij van Rembrandt (of van een andere Hollander uit Rembrandts tijd) zien naast dat van Velázquez of een van diens tijd- en streekgenoten. Landgenoten kan je ze niet noemen, want volgens de Spaanse koningen viel ook dat wat we nu Nederland noemen onder het Spaanse rijk. Het klinkt als een klassiek robbertje ‘wie is de beste’, het komt uit op een mooie les kijken en vergelijken.

Het zijn dan ook niet de minste voorbeelden: het Rijks verzamelde naast de eigen collectie nog een paar extra Rembrandts die eerder ook al in de Late Rembrandt te zien waren – zoals de fabelachtige Lezende oude vrouw (profetes), van een Engelse duke geleend – en daarnaast mocht het vrij Velázquezzen, Zurbarans en andere Spanjolen shoppen in het Prado. Helaas mochten ze Las Meninas, het meesterwerk van Velázquez, niet mee naar huis nemen – stel je voor: die naast de Staalmeesters, dát was nog eens een kijkvuurwerk geweest – maar gelukkig is er nog genoeg anders moois te zien.

Audiotours bij een schilderijententoonstelling; ik begrijp het niet.

Dit valt een beetje buiten de context, maar ik kan het ook niet verzwijgen: er is gelukkig deze keer geen lading BN’ers opengetrokken, maar helaas is er wel een audiotour bij deze tentoonstelling te krijgen. Audiotours bij een schilderijententoonstelling; ik begrijp het niet, echt niet. Mensen, ga gewoon kijken. Kijken met je ogen, dan loop je de andere mensen, die ook komen om te kijken – er hangen immers schilderijen, die praten niet, die moet je bekijken – niet zo voor de voeten. Luisteren naar iemand op een koptelefoon kan je ook thuis, lezen is veel prettiger en stoort de omgeving stukken minder.

Om een beetje te weten welke kant je uit kunt denken bij het kijken, is er steeds een beknopt tekstbordje te zien waarop het thema staat waar de conservatoren aan dachten toen ze de schilderijen aan elkaar koppelden. Soms hadden ze haast, dan staat er dat het gaat om ‘Licht als bepalend motief’, of ‘Liefde’ bij het Joodse Bruidje en een Spaanse Jezusomhelzing, maar ook dan is er genoeg te zien. Het is niet de vraag wie iets beter doet, wie de beste oplossing heeft of het mooiste schilderij: het zijn twee verschillende oplossingen.

Vermeers schilderijen zijn zo vanzelfsprekend dat het soms lastig is er fris naar te kijken.

Heel gelukkig werd ik van twee kleine schilderijtjes, het ‘Straatje’ van Johannes Vermeer naast ‘Gezicht op de tuinen van de Villa Medici in Rome’ door Velázquez. Vermeers schilderijen zijn zo vanzelfsprekend, uitgekauwd, dat het soms lastig is er fris naar te kijken. Het wonderlijke schilderij van de Spanjaard lukt dat. Wonderlijk, want het is een groen-grijzig schilderij van een klassieke façade die vrijwel geheel is bedekt door een schutting. Er staan een paar mannen bij, eentje lijkt met een touw een deel van het gebouw naar beneden te trekken. De bovenste helft van het schilderij is gevuld met platanen en er staat iemand een wit doek over de reling te trekken. Een momentopname, beslist niet het beste moment van de Villa Medici, maar juist dit vond Velázquez blijkbaar interessant. Vermeers straatje wordt er nog opgeruimder door, maar de mensen en kindertjes op de stoep vallen wel veel meer op.

Johannes Vermeer, Gezicht op huizen in Delft, bekend als Het straatje, ca. 1658. Amsterdam, Rijksmuseum, schenking van de heer H.W.A. Deterding, Londen
Velázquez, Gezicht op de tuinen van de Villa Medici in Rome, ca. 1630 of ca. 1650. Madrid, Museo Nacional del Prado







Een ander hoogtepunt van de tentoonstelling vond ik de zelfportretten van Rembrandt en Velázquez, naast elkaar. Het lijken wel pasfoto’s, zo sereen en emotieloos kijken de kunstenaars naar zichzelf. Een prachtige vondst, de twee verfvirtuozen met elk hun eigen stijl en bravoure hier zo naast elkaar neer te zetten, en ze te laten zien dat ze elkaar ergens in het midden geregeld tegenkomen. Iets dat ik de protestboeren en de klimaatverdedigers in de stikstofstrijd nog niet zo snel zie doen.

bron: Rijksmuseum/Olivier Middendorp

Rembrandt-Velázquez, Nederlandse en Spaanse meesters, is tot 19 januari 2020 te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Kaarten met tijdslot moeten vooraf worden gereserveerd.