Alles chill

Pathé Scheveningen, 24 juli 2009

“Het zijn vaak sensatiefilms waar geklooid wordt – met popcorn gooien, dat soort dingen. En dan gaat het om groepjes jongeren tussen de zestien en 24 jaar,” zegt een servicemedewerker even voor achten. Brüno, de komedie over de gelijknamige modenicht, is zo’n potentiële overlastfilm. In de halfvolle zaal zitten voorin een paar Marokkaanse jongens, achterin wat stelletjes en twee groepen Hollandse jongeren. Op de nodige hilariteit en wat geroezemoes na verloopt de filmvertoning rustig.

Beneden in de hal wordt het drukker. Twee Marokkaanse meisjes en een jongen zitten in de hal op niet al te enerverende wijze hun plannen voor die avond te bespreken.

“Kom, we gaan naar de pier.”

“Nee man, ik ga niet naar de pier.”

“Jawel.”

“Ach, houd je bek, man.”

Boven zijn twee servicemedewerkers druk in de weer met hun portofoons. “Elke week wordt er wel iemand uit gezet voor popcorn gooien, maar echte incidenten komen niet vaak voor,” zegt de een. Bedreiging door een groepje jongens of een besmeurd toilet komen ook voor, maar dat is incidenteel en extreem. “Als iemand overlast veroorzaakt en we verzoeken hem te vertrekken, dan gebeurt dat meestal ook,” zegt de ander.

De laatste (horror)film trekt allerlei soorten jongeren: blank en zwart, dik en dun, ordinair en bekakt. Er wordt meer gepraat en het taalgebruik is ruwer. Ook komen er meer mensen te laat.

“Je kunt toch wel even opstaan. Daar breekt je rug echt niet van, hoor!”

“Hou je kankermuil nou gewoon even!”

Toch kun je tijdens de spannende momenten een speld horen vallen. Echt storend is het gepraat dus niet.


Pathé Spuimarkt, Den Haag, 28 juli 2009

De klapper van de avond is de sneak preview, die zeer populair blijkt onder de jongeren – een bonte mix van Surinaamse, Antilliaanse, Hollandse, Indische, Koreaanse, Marokkaanse en Chinese tieners.

Maar liefst vijf beveiligers houden de volle zaal met vijfhonderd plaatsen nauwlettend in de gaten. Hier loopt een proef met een sms-alert-systeem, waarmee bezoekers bij onraad de manager kunnen waarschuwen. Er wordt zelden gebruik van gemaakt.

De reclames beginnen. Een jongen voor ons begroet nog even zijn maat die net binnenkomt.

“Eejj, dikke!”

“Ej man, whazzup?”

“Ja, alles chill, man.”

Als de film een tijdje bezig is, komen er nog twee Marokkaanse jongens binnen, duidelijk blij met hun keuze. “Tof man: Public Enemies. Hij is goed, deze!” Op de trap overleggen ze uitgebreid waar ze zullen gaan zitten. Beveiligers lopen in en uit. Tegen het einde van de voorstelling horen we één mobieltje afgaan. Verder is de enige storende factor de penetrante zeepgeur van onze linkerbuurman, die eruitziet alsof hij rechtstreeks uit een rapvideo is gestapt.

Onderweg naar buiten treffen we nog twee Marokkaanse jongens van een jaar of zeventien, compleet met petje, tasje en joint. Ze gaan vaak naar de bioscoop en komen net bij The Hangover vandaan. Maken ze weleens wat mee? “Misschien wel wat gepraat soms. Maar ik heb nog nooit een vechtpartij meegemaakt of zo.” De andere jongen voegt eraan toe: “Als er al wat gebeurt, dan is het vaak een vriend van me. Maar dan zeg ik gewoon dat-ie z’n bek moet houden. Ik wil zelf ook gewoon rustig die film kunnen zien. Daar betaal ik toch voor!”


Isabel de Jong

import reportage