Wij zijn geen schurkenstaat

Maar van ordinair kiezersbedrog en roofstatengedrag kun je hier wel spreken

Net terug van een uitputtende reis naar een Arabisch land (daarover een andere keer) met een sinistere reputatie, voel ik mij een vreemde in eigen land. Niet omdat het Nederlandse volk op drift is geslagen, maar omdat onze elites zo verschrikkelijk de weg kwijt zijn. Binnen een week bleek het mogelijk dat de bank van Dirk Scheringa onderuit was gegaan, terwijl het kabinet ook nog met een AOW-voorstel kwam dat nog erger was dan de eerdere plannen. Het is niet zo dat Nederland een schurkenstaat geworden is, maar de autoriteiten doen er wel alles aan om die indruk te wekken.

Dat er aan de DSB-bank enige smetjes kleefden, wil ik onmiddellijk geloven. Veel erger is dat ook nette banken zich van dezelfde praktijken bedienden. Maar zij ontspringen de dans en zijn met staatsgeld gered. Wouter Bos heeft daar misschien een goede reden voor (“Ik ga geen belastinggeld stoppen in bedrijven die niet levensvatbaar zijn”), maar waarom zegt hij zulke dingen terwijl Scheringa nog voor zijn leven vecht? Daarmee wekt hij voor de zoveelste keer de indruk met twee maten te meten en een ongelofelijke babbelkont te zijn. Nog minder begrijp ik waarom de minister van Financiën op zo’n gevoelig moment bij Pauw & Witteman aanschuift en de vloer met zich laat aanvegen. Het kan zijn dat Bos denkt bij het interviewduo op ‘strijdbare wijze’ zijn verhaal te hebben gedaan, maar een PvdA-leider die zegt dat het echt afgelopen is met alle onheldere standpunten en dat hij er vanaf nu ‘keihard’ tegenaan zal gaan, geeft zelf toe dat hij een draaikont is. Wie redt Nederland van Wouter Bos?

De minister van Financiën zal zeggen dat hij niet wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid en daarom doorgaat. Hetzelfde geldt voor DNB-president Nout Wellink, die geen gezag meer heeft en toch als toezichthouder aanblijft. Beide heren zijn too weak to fail. En er is eigenlijk niemand die hun integriteit in twijfel trekt. Wij worden nog steeds fatsoenlijk geregeerd. Wie daaraan twijfelt, bedrijft demagogie.


Maar het kabinet zal toch met heel wat sterkere argumenten moeten komen om zijn AOW-voorstel te verdedigen. Waar eerst nog de weg der geleidelijkheid leek te worden bewandeld, is het nu de bedoeling om de AOW-leeftijd in twee stappen naar 67 te verhogen, waarbij de aanvullende pensioenen (die tot nu toe onvermeld waren gebleven) worden meegenomen. Dat wordt als daadkracht verkocht, hoewel de maatregelen pas in 2020 zullen ingaan en de hele generatie van babyboomers erbuiten valt. Dat geeft de vakbonden, die met de rug tegen de muur zijn gezet, een gouden kans dat zij er niet alleen zijn voor grauwe 55-plussers, maar ook voor de generaties onder hen. Je gelooft bijna niet dat het kabinet politiek zo stom kan zijn. Maar Wouter Bos verdedigt de voorstellen met het argument dat hij graag ziet dat straks ook zijn kinderen en kleinkinderen nog kunnen genieten van de verzorgingsstaat.

Dat zullen degenen die op 1 januari 1960 geboren zijn leuk vinden. Zij weten nu al dat zij twee jaar AOW (in hard geld van vandaag gauw €25.000) zullen mislopen voor de kinderen en kleinkinderen van Wouter Bos, die waarschijnlijk in veel grotere welvaart zullen opgroeien en ook langer zullen leven dan zijzelf. Zeg maar eens dat dit geen diefstal is. En dan hebben we het nog niet over alle uitzonderingsregelingen die van de ooit zo transparante AOW een bureaucratisch monster zullen maken. Je kunt nu al voorzien dat een oudedagsregeling die pas over tien jaar ingaat voor tien jaar politieke en maatschappelijke onzekerheid gaat zorgen.

Nu is er op zichzelf veel voor te zeggen als mensen uit vrije wil langer gaan werken, maar voor de financiering van dure sociale arrangementen heeft dat alleen zin als dat werk economisch productief is. Hier zit mijn grootste verwondering. Jarenlang hebben we gehoord dat werkers ontlast moesten worden. Maar verhoging van de AOW-leeftijd betekent hoe dan ook een lastenverzwaring; van de werkers wordt straks twee jaar langer werken verwacht waarvan alleen degenen met een leuke baan en een goed salaris profiteren.


Overigens spreekt één ding vóór Bos. Hij had de moed om in de verkiezingscampagne van drie jaar geleden al over de AOW te beginnen, wat hem het premierschap kostte. “Met Bos de klos,” heette het toen uit de mond van het CDA; de AOW zou gespaard blijven. Datzelfde CDA gaat nu met het voorstel van Piet Hein Donner veel verder, terwijl Jan Peter Balkenende zich in de discussie drukt. Nederland is geen schurkenstaat. Maar van ordinair kiezersbedrog en roofstatengedrag waarbij de burger moet dokken terwijl zijn rechten worden afgebouwd kun je hier wel spreken. Je zou er bijna weer links van worden.

import dirk jan van baar