André Rouvoet, de verborgen verliezer

“Als enige regeringspartij lijden wij geen verlies,” zei André Rouvoet na de raadsverkiezingen van woensdag. Maar de werkelijkheid is anders: in veel bolwerken van de ChristenUnie verloor de partij fors en de verhoopte doorbraak in de grote steden draaide uit op een enorme mislukking.

PvdA, CDA en SP gelden als de grote verliezers van de gemeenteraadsverkiezingen. Maar er is ook nog een vierde verliezer: de ChristenUnie van André Rouvoet. Bij de vorige raadsverkiezingen, in 2006, veroverde de partij 336 raadszetels, afgelopen woensdag waren dat er – volgens de meest recente tellingen – 330. Dat lijkt, zo op het eerste gezicht, mee te vallen. Maar dat het verlies tot zes zetels beperkt bleef, kwam hoofdzakelijk omdat de ChristenUnie in aanzienlijk meer gemeenten aan de raadsverkiezingen deelnam dan vier jaar geleden. In gemeenten waar de ChristenUnie ook in 2006 al op het stembiljet stond, werden echter veel vaker zetels verloren (in 33 gemeenten) dan dat er zetels werden gewonnen (in 16 gemeenten). In zeven plaatsen leidde het zetelverlies zelfs tot het verdwijnen van de ChristenUnie uit de gemeenteraad – dat gebeurde in Alkmaar, Binnenmaas, Eindhoven, Den Haag, Haarlem, Noordwijk en Pekela. Maar ook in het ChristenUnie-bolwerk Urk ging Rouvoet hard onderuit: de partij verloor daar twee van haar zes raadszetels.

Minstens zo frappant: de ambitie van de ChristenUnie om ook vaste grond onder de voeten te krijgen in de grote steden, draaide uit op een faliekante mislukking. Ter illustratie: behalve in Den Haag, Eindhoven en Haarlem leed de ChristenUnie ook zetelverlies in Utrecht (van twee naar één) en Almere (idem). In Amsterdam daalde het stemmenpercentage van 1,4 naar 1,2 procent (wederom nul zetels) en ook in Tilburg (1,1 procent), Breda (1,3) en Nijmegen (1,4) werden geen raadszetels behaald. Alleen in Rotterdam wist de ChristenUnie zich te handhaven: samen met de SGP werd opnieuw één raadszetel veroverd.

Roelof Bouwman