Onwaarschijnlijk mooi

Peter Gabriel is ooit muzikant geworden omdat hij het schrijven van liedjes zo’n opwindende, magische gebeurtenis vond. Die fascinatie beperkte zich niet alleen tot zijn eigen werk, maar strekte zich uit tot dat van talloze collega’s. Het idee om een album met het werk van anderen op te nemen, spookte al jaren door zijn hoofd. Een gewoon covers-album zou natuurlijk beneden zijn waardigheid zijn, vandaar dat hij een project bedacht waarin het mes aan twee kanten zou snijden: een dubbelalbum waarbij hij op het eerste schijfje, Scratch My Back, werk van anderen zou zingen en waarbij op het tweede schijfje, And I’ll Scratch Yours, die anderen werk van hem opnieuw zouden interpreteren. Gaandeweg werd duidelijk dat die tweede schijf vanwege de drukke agenda’s van de deelnemenden zo veel tijd zou gaan kosten dat het gelijktijdig uitbrengen van dit tweeluik er niet in zou zitten.

Vandaar alleen Scratch My Back, een bloemlezing songs die laat zien dat Gabriel niet alleen terugblikt (in David Bowies ‘Heroes’ of Neil Youngs ‘Philadelphia’), maar ook met beide benen in het hier en nu staat (Bon Ivers ‘Flume’ of Arcade Fires ‘My Body Is A Cage’). Bas, drums en gitaren werden verruild voor een symfonieorkest dat wordt gevoed met de onwaarschijnlijk mooie arrangementen van John Metcalfe. En uit die poel van schoonheid welt een stem op die mag worden gerekend tot de meest karakteristieke en expressieve uit de geschiedenis van de rock.

Ruud Meijer