Herman Koch: ‘Ik ben een enorme voyeur’

Hij lijkt zo aardig en timide, maar je moet hem niet onderschatten. 51 vrijpostige vragen aan schrijver Herman Koch. ‘Diep in mijn hart wil ik Clint Eastwood zijn.’

Toen je hoorde dat het in dit interview om vrijpostige vragen ging, wilde je graag rond borreltijd afspreken. Heb jij drank nodig om los te komen?
“Nou, niet vanwege de vrijpostige vragen, maar sowieso merk ik dat het met interviews lekker is om er een biertje bij te nemen. Om elf uur ’s ochtends ben ik niet zo interviewscherp.”

Het viel me op dat er in jouw nieuwe boek, Zomerhuis met zwembad, ook zo wordt gezopen.
“Ja, maar dat komt vooral doordat het hoofdpersonage huisarts is en zijn patiënten voornamelijk creatieve kunstenaarstypes zijn. Die drinken veel.”

Waarom een huisdokter als hoofdpersonage?
“Er zijn van die beroepen die ik fascinerend vind en arts is daar één van, net als bijvoorbeeld mondhygiëniste. Waarom kiest iemand zo’n vak? Huisartsen blijven altijd aan de oppervlakkige kant van het menselijk lichaam, waarbij ik me afvraag of ze daar geen moeite mee hebben en of ze het niet leuker vinden om een echte botbreuk of openhartoperatie te doen.”

In plaats van steenpuisten verwijderen en voetschimmels bestrijden.
“Precies. Volgens mij voelt de huisarts zich regelmatig de wegenwacht die even komt kijken en snel de accu oplaadt, maar verder moet de auto voor de grote beurt naar de garage.”

Jouw hoofdpersonage heeft een enorme aversie tegen allerlei vormen van lichamelijkheid. Wat zegt dat over u, meneer de schrijver?
“Van die aversie heb ik ook last, ja. Vooral bij mensen op leeftijd, waar ik mezelf overigens ook toe reken. Ik had het er een keer met mijn huisarts over, uitgerekend op het moment dat hij mijn oren aan het uitspuiten was. Ik vroeg hem hoe hij omging met dat soort smerige klusjes. Hij vertelde toen dat een goede vriend van hem kinderarts is geworden, juist vanwege al die viezigheid. Kinderen zijn niet vies.”

De oren uitspuiten van een driejarige is minder erg dan van een zeventigjarige?
“Kinderen zijn minder beschadigd, zoiets is het.”

Ben je voor jouw boek nog bij een huisarts in de leer gegaan?
“Nee, ik heb nooit aan research gedaan. Ik heb gewoon bedacht hoe bepaalde ziektes verlopen. Als ik naar een arts was gegaan om te vragen of mijn idee daarvan klopt, had hij misschien gezegd van niet. Dat zou jammer zijn.”

Je moet het niet doodchecken.
“Als het boek verschenen is, is het minder erg dat je door een medisch specialist op een paar fouten wordt gewezen dan dat je lezer denkt: dit geloof ik niet. Zolang hij gelooft wat ik verzin, is het goed. Mochten er fouten in het boek staan, dan laat ik die lekker zitten. Iemand moet toch ergens een foutje kunnen vinden, anders is het ook zo lullig.”

Lees de rest van de vragen in de HP/De Tijd van deze week.

Roos Schlikker