Wiskunde voor alfa’s

‘Een boer gaat naar de markt en koopt daar voor honderd euro honderd vogels. Een kip kost tien euro, een haan drie euro en een kuiken vijftig cent. Hoeveel heeft hij er van elke soort gekocht?”

Dit ‘denkertje’ is een van de honderden die in het vijftig jaar oude wiskundetijdschrift Pythagoras hebben gestaan, en waarvan nu in de bundel De Pythagoras Code een selectie is gemaakt. Het is een boek dat je, zoals de samenstellers in hun voorwoord schrijven, niet in een weekendje uithebt. Het is een schatkamer waarin je eindeloos kunt blijven grasduinen en die steeds weer inspireert tot denken.

Het aardige van het boek is dat het zo toegankelijk is samengesteld en opgeschreven dat het zelfs voor hardcore alfa’s te volgen is. Tot op zekere hoogte natuurlijk, want de hoofdstukken vijf en zes gaan over meetkunde en getallen, en daarover is voorkennis op vwo-niveau onontbeerlijk. Maar er blijft genoeg over dat een breder en lager opgeleid publiek kan aanspreken. Wat te denken van de puzzels en spellen, de verslavende superdoku’s of een wiskundige kaarttruc? Kostelijk vermaak, ook en vooral met kinderen van een jaar of negen à tien, wier brein op een of andere manier sneller tot de materie doordringt dan dat van de ouder.

Hoofdstuk vier is een aanrader, want beschrijft de relatie tussen wiskunde en kunst. Onvermijdelijk wordt dan het werk van M.C. Escher uitgelegd, die zichzelf tekende met de spiegelende werking van een kerstbal in de hand. “De prent van Escher heeft de eigenaardigheid dat de beschouwer, tegelijk de tekenaar, de bol zelf vasthoudt. Je ziet zijn hand dan ook in werkelijkheid (en hoe knap getekend, heb je ooit geprobeerd een hand te tekenen?) en het spiegelbeeld daarvan in de bol.” Escher zelf wordt geciteerd: “Alles is, zij het verwrongen, in een kleine cirkel gecomprimeerd. Zijn eigen hoofd, dat van de tekenaar, exacter uitgedrukt: het punt midden tussen zijn ogen, ziet hij precies in het midden van de cirkel weerspiegeld. Hoe hij zich ook wendt of draait, het gelukt hem niet uit dat middelpunt te komen: het ego blijft onwrikbaar de kern van zijn wereld.”


Op deze wijze gepresenteerd is wiskunde niet langer het domein van suffe nerds of bleke docenten. Sowieso lijkt wiskunde in de publieke opinie aan een inhaalrace begonnen, getuige dit boek, maar ook bijvoorbeeld een alleszins lezenswaardige rubriek als ‘Wiskundemeisjes’ in de Volkskrant. De uitgever heeft feilloos aangevoeld dat nerds allang geen sukkels meer zijn, dat wiskunde minstens zo uitdagend kan zijn als het moeilijkste spelletje op de Nintento DS of de Wii.

Omdat we het niet kunnen laten, nog een denkertje – een gemene: “Je hebt drie containers met fruit: één met alleen appels, één met alleen peren en één met appels en peren door elkaar. Elke container is voorzien van een opschrift: ‘appels’, ‘peren’ en ‘appels & peren’. Het is evenwel bekend dat geen enkel opschrift klopt. Hoe kun je de opschriften corrigeren als je maar één stuk fruit uit slechts één enkele container mag pakken?”

De lezer die niet zijn hele weekend wil opofferen aan het bedenken van de oplossing, kan trouwens achter in het boek spieken.

Alex van den Brandhof: De Pythagoras Code. Prometheus, €19,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

Frans van Deijl