Confronteer puberende lolbroeken met de gevolgen van hun acties

[[image file=”2011-09/dreigtweet_1.jpg” align=”left” ]]Wat te doen met een zoon of dochter die een dreigtweetje heeft verstuurd waarin hij aankondigt zijn leraar wiskunde dood te schieten of zijn middelbare school op te blazen? Die vraag dringt zich meteen aan me op na lezing van een bericht in het AD vanochtend over de politie die haar handen volheeft aan het controleren van dit soort berichtjes waarvan het aantal explosief schijnt te stijgen. Daardoor komt de reguliere taakuitoefening van de toch al overwerkte diender ernstig in het gedrang.

‘Agentje pesten’ dateert niet van vandaag, maar dit soort geintjes overschrijdt natuurlijk een grens. De politie doet een beroep op ouders om het tweetgedrag van hun kinderen enigszins in de peiling te houden. En dat lijkt mij wel het minste wat je kunt doen.

Maar er is nog een doeltreffender aanpak: ik zou mijn kind niet slaan of op laten pakken door een Arrestatieteam en evenmin zou ik aandringen op een lullige taakstraf. Nee, ik zou die grote puberende lolbroek in alle rust meenemen naar de dichtstbijzijnde EHBO-post en het laten confronteren met zwaargewonden of stervenden die wellicht met snellere hulp lichter gewond zouden zijn geweest of een iets grotere kans op overleven hadden gehad. Maar ja, de politie kon in hun gevallen niet meteen uitrukken omdat ze eerst nog een dreigtweet moesten controleren, en omdat de politie daardoor was verlaat, kon ook de ambulance pas later ingezet worden.

Is dat te hard voor het tere puberzieltje? Het kan mij niet hard genoeg en ik heb de indruk dat het kind voortaan twee keer zal nadenken. En ik begrijp van Eveline Crone, auteur van het boek Het Puberende Brein, dat de hersenen van jongvolwassenen nog niet helemaal zijn volgroeid en derhalve extra stimulansen en prikkels nodig hebben om tot de kern door te dringen.

frans van deijl