Doe niet zo moeilijk, Piet Hein, vertel gewoon eerlijk dat je dolgraag vice-president van de Raad van State wil worden

Transparantie… In Den Haag is het een toverwoord, maar ik kan het woord bijna niet meer horen. Zodra politici de wens uitspreken zaken ‘transparant’ te willen maken, weet je dat het tegenovergestelde gebeurt. Zie de klucht rond de benoeming van de vice-voorzitter van de Raad van State. Iedereen weet dat minister van Binnenlandse Zaken, Piet Hein Donner, dat gaat worden, maar als de Tweede Kamer vraagt hoe het ermee staat, wordt er een gordijn van ambtelijk jargon opgetrokken.

Wat mogen wij, burgers, niet zien? Wat mogen we niet weten?

De benoeming van vice-voorzitter gebeurt op ‘voordracht’ van de minister van Binnenlandse Zaken, aldus luidt de Wet op de Raad van State. Die minister heet Donner, dus minister Donner zou kandidaat Donner voor moeten dragen als vice-voorzitter. Dat is een beetje raar, zelfs voor Haagse begrippen. Dus was het aannemelijk te denken dat een andere minister de benoemingsprocedure zou overnemen. Maar daarvan is geen sprake, zo blijkt uit de beantwoording van de minister op vragen van D66-kamerlid Gerard Schouw. Donner houdt de regie over zijn eigen benoeming. Waarom hij de schijn van belangenverstrengeling niet wenst te vermijden, blijft onduidelijk. Of is hij bevreesd dat een andere minister ook met een andere kandidaat op de proppen komt?

Rutte had gezegd dat voor de functie van vice-voorzitter een advertentie zou worden geplaatst. Maar ook die is er nog steeds niet. Donner verwacht dat de vacature ‘binnen enkele weken’ zal verschijnen, en dat zal dan niet in HP/De Tijd gebeuren of een ander week- of dagblad, zoals was beloofd in het kader dus van die verdomde transparantie, maar in die oersaaie, onleesbare en slechts digitaal verkrijgbare Staatscourant.

Waarom zo moeilijk, zo klungelig, waarom komen politici überhaupt nooit eerlijk uit voor hun ambities, voor hun jongensdromen? Wat zou het niet leuk, en vooruit: transparant zijn als Donner zou schrijven: “Beste Kamer, ik wil dolgraag vice-president worden van de Raad van State en eerlijk gezegd is het onderling allang beklonken, maar ja, u Kamer staat dan weer op uw achterste benen, want dan heet het weer dat wij achterkamertjespolitiek bedrijven en zo. Dus zeggen we naar buiten toe dat we een open procedure volgen, dan bent u tenminste tevreden maar weten de mensen in het land allang hoe het zit, namelijk dat mijn benoeming vanaf het allereerste begin zo hard is als de pielemuis van Jeroen Pauw.”

frans van deijl