Herman en ik

Zaterdag 5 november zou Herman Brood, als hij niet tien jaar geleden van het Hilton was gesprongen, 65 zijn geworden. Dat wordt gevierd in Paradiso met een concert van zijn verweesde begeleidingsband, Wild Romance, featuring Bertus Borgers. Het is niet het enige verjaarscadeau van de Brabantse saxofonist aan zijn overleden vriend. Hij bundelde recentelijk ook zijn herinneringen aan hem in het boekje Ik hou van Herman, dat ondanks de titel gelukkig verre van sentimenteel is.

Borgers en Brood ontmoetten elkaar begin jaren zeventig tijdens wat door de organisatie was aangekondigd als een ‘supersessie’, met muzikanten van onder meer de Earring en Cuby + Blizzards. Te midden van ‘een kakofonie van slecht afgesteld geluid’ stond een opvallende jongeman op de piano te rammen. Hoewel er geen noot van zijn spel te horen was, ging hij het instrument met heel zijn ziel en zaligheid te lijf. Nadat hij zich had voorgesteld als ‘Herman. Herman Brood’, zei hij nog nagenietend tegen Borgers: “Ik heb in tijden niet zo lekker gespeeld.”

Het was Brood ten voeten uit: wat hij ontbeerde aan muzikale subtiliteit, maakte hij meer dan goed met zijn schwung en enthousiasme.

In de kwart-eeuw die volgde, zouden Borgers en Brood nog heel wat keren samen het podium delen, maar ook hotelkamers en zelfs enige tijd een bovenwoninkje in de Amsterdamse binnenstad. De verhalen die dat opleverde zijn even vermakelijk als wrang, en zouden verplichte lesstof moeten vormen voor al die Idols-kandidaten die zich blindstaren op de vermeende glamour van de Nederlandse rock-‘n-rollster. Tijdens tournees werd er voornamelijk vertoefd in dubieuze pensions, goedkope eethuizen, zaaltjes zonder kleedkamer en tourbusjes met de penetrante lucht van ‘afterparty scheten’. Probeer dan maar eens géén ruzie te krijgen, al ben je de beste vrienden.

Zo ging het mis toen Brood in München een meisje meenam naar de gezamenlijke hotelkamer, maar ondanks de geslachtsziekte die hij onder de leden had geen condoom gebruikte. Borgers schold hem de volgende ochtend de huid vol. Na een dag wederzijds zwijgen kwam Brood met hangende pootjes naar hem toe. “Je blijft toch niet je hele leven boos op me?” Borgers vroeg nog: “Waarom doe je toch zoiets?” maar smolt bij het antwoord: “Meneer Borgers, die arme gonorroebeestjes moeten toch ook leven!”


Uiteraard gaan veel anekdotes over Broods drugsverslaving. Kreeg hij zijn ‘medicijnen’ niet op tijd, dan was hij vaak niet te genieten. “Het was niet best,” schrijft Borgers. “Hij zweette en stonk iets te veel om sympathiek over te komen.” Maar een uurtje later was Brood dan weer ‘volledig het heertje’. Had-ie toch weer weten te scoren. “Ik bewonderde zwijgend het overlevingstalent van mijn vriend,” schrijft Borgers vergoelijkend, “die er in slaagde om in een wildvreemde stad binnen twee uur spullen te jatten, hiervoor speed te kopen en zichzelf van een shotje te voorzien. Ik geef toe, het deugde van geen kanten (-) maar voorwaar, doe het maar eens!”

Op zulke momenten krijg je het vermoeden dat Borgers nog ergere dingen met hem moet hebben meegemaakt, maar te veel van Herman hield om dat op te schrijven.

Bertus Borgers: Ik hou van Herman. De Boekenmakers, €14,95. Ook via ako.nl.

Steve Jobs – De biografie (-) – Walter

Isaacson Dit wordt jouw jaar (2) – Ben Tiggelaar

Wie verstaat er kips? (1) – Youp van ’t Hek

Wij zijn ons brein (3) – Dick Swaab

Mark Rutte is lesbisch (5) – Raoul Heertje

Dromen, durven, doen ( 4) – Ben Tiggelaar

Het geheugenpaleis (6) – Joshua Foer

Ik ben oké, jij bent een sukkel (re) – Berthold Gunster

De familieblues (7) – Yvonne Kroonenberg

De man die naar Auschwitz wilde (8) – Denis Avey

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze non-fictietoptien is tot stand gekomen op basis van de verkopen bij AKO.

Cecilia Tabak