Hermans

Het stuk van Wim Berkelaar over W.F. Hermans (HP/De Tijd, 28 oktober) is buitengewoon warrig. Hij reageert op het bekend worden van Hermans’ aanmelding bij de Kultuurkamer in 1942. Hermans maakte de oorlog grijs, stelt Berkelaar. Dat kunnen we niet echt serieus meer nemen nu Hermans’ aanmelding bij de Kultuurkamer boven water is gekomen. Maar is niet juist Hermans’ aanmelding tekenend voor dit ‘grijze’ aan de oorlog? Waarom moet men ‘wit’ zijn om het ‘grijze’ aan te tonen? Zei Hermans zelf niet altijd dat niemand boven zichzelf is verheven? Berkelaar schildert Hermans te eenzijdig af.

Bovendien maakt Berkelaar fouten. Nauwelijks verholen bewondering voor Solzjenitsyn? Hermans had van de Rus niets gelezen, vond hem de moeite niet waard en schreef hoogstens ironisch over hem. Hermans’ aanmelding bij de Kultuurkamer was opportunistisch, maar we moeten er niet meer van maken dan het is. Hermans was jong en onzeker. Een kat in het nauw maakt rare sprongen.

M.S. Samson, Rotterdam