Blokfluit voor gevorderden

Concerten voor blokfluit van Johann Sebastian Bach?! Het staat echt op het doosje, maar bij mijn weten heeft de oude meester nooit een soloconcert voor dat instrument gecomponeerd. Het repertoire op J.S. Bach: Konzerte für Blockflöte bestaat dan ook uit bewerkingen van stukken of concerten die Bach eigenlijk schreef voor andere solo-instrumenten. Heiligschennis is dat niet; Bach zelf deed niet anders met zijn eigen werken. Zo bewerkte hij het vierde Brandenburgse Concert eigenhandig tot een concert voor klavecimbel, twee blokfluiten en strijkers (BWV 1057); exit soloviool. Die wetenschap gaf Erik Bosgraaf de vrijbrief voor het beantwoorden van de volgende vraag: hoe zouden Bachs hypothetische concerten voor blokfluit hebben geklonken? Om een plausibel antwoord op die vraag te krijgen, bleek het klavecimbelconcert BWV 1055 een voor de hand liggend werk. Als we de Neue Bach-Ausgabe mogen geloven, werd dit werk oorspronkelijk geschreven voor oboe d’amore. Hoewel musicologen twijfelen aan die aanname – bij Bach is bijna niets zeker – was ‘de wissel’ tussen de oboe d’amore en de blokfluit een logische. De suggestie dat het hier gaat om een oorspronkelijke, verloren gegane partituur zou niet onwaarschijnlijk of vergezocht zijn, zó natuurlijk en vanzelfsprekend klinkt de muziek – een constatering die eigenlijk voor alle transcripties op dit album geldt. Lof dus voor Bosgraafs experiment, voor zijn toon en zijn natuurlijke manier van spelen. Lof ook voor het Ensemble Cordevento: hun lichtvoetige, bijna lieflijke, maar toch zeer geprononceerde ensemblespel tilt de blokfluitklanken naar een nóg hoger plan.

Ruud Meijer