Bij de dood van Sócrates

‘We hebben verloren, maar we hebben wel gevochten voor onze idealen.’

De naam Tom Ryder had nooit de internationale kranten mogen halen. Toch gebeurde het.

Op 20 november 2004 gaan Ryder en zijn Tadcaster-ploeggenoten op bezoek bij Garforth Town. Beide clubs komen uit in de Northern Countries League on Saturday, tien niveaus lager dan de Premier League. Het stadion van Garforth, Wheatley Park, is niet veel meer dan een omheind stuk stadsplantsoen met een paar verveloze tribunes eromheen.

Het is een gure zaterdagmiddag in Yorkshire, de stadionlampen worden al vroeg ontstoken. Er is sneeuw voorspeld.

Ondanks de kou zijn er bijna drieduizend mensen op de wedstrijd afgekomen. Het is veruit het grootste publiek waarvoor Tom Ryder ooit heeft gekeept.

De thuisploeg heeft slechts drie wissels op de bank. Een van hen is nauwelijks zichtbaar. Hij draagt een grote wollen muts, een sjaal, handschoenen en een winterjas. Onder die jas draagt hij een trainingsjack, zijn wedstrijdtenue met nummer 6 en daaronder nog drie shirts. Van zijn gezicht zijn slechts zijn ogen en het begin van een witte baard zichtbaar.

Op het wedstrijdformulier staat zijn naam. Sócrates.

Het was een belofte aan zijn vriend Simon Clifford, voorzitter van Garforth. Sócrates zou een maand in Leeds verblijven en vier wedstrijdjes meespelen. Een publiciteitsstunt van jewelste. Toen de Braziliaan bij aankomst in Engeland werd gevraagd naar die vier wedstrijden, lachte hij. Zijn lichaam was op, hij hoopte een keertje twintig minuten mee te kunnen spelen. Naar sport had hij al jaren niet meer getaald, zelfs naar het door hem zo geliefde schaken niet. Nee, twintig minuten, meer niet. Clifford verbeet zijn teleurstelling en zweeg.


Een kwartier voor tijd ontdoet de man met de witte baard zich van een aantal kledingstukken. Het bordje met nummer 6 gaat om hoog. Sócrates (50) betreedt het gras van Wheatley Park. Eenmaal schiet hij op doel. Doelman Ryder vangt het krachteloze schot. Sukkel.

De wedstrijd eindigt in 2-2. Het kan Sócrates niet schelen. Er zijn belangrijker zaken.

Ooit, toen Sócrates’ baard nog zwart was en zijn lichaam de rook van twintig sigaretten per dag nog kon verwerken, was hij een van de beste voetballers ter wereld. En een van de intelligentste: Sócrates haalde pas de top nadat hij zijn studie medicijnen had afgemaakt.

Hij verwierf zijn grootste faam als middenvelder van het Braziliaanse elftal op het WK 1982. Onder de brandende Spaanse zon verloor Brazilië in de kwartfinales van Italië. Het briljante middenveld Sócrates-Falcão-Toninho-Cerezo-Zico liep zich stuk op Italiaans beton. Dit was, zo concludeerde men na afloop, vermoedelijk het beste elftal ooit dat geen wereldkampioen geworden was, beter dan het Oranje van Cruijff in ’74 en het Hongarije van Puskas in ’54.

Sócrates zelf kon het niet veel schelen. Hij speelde voor de schoonheid: “We hebben verloren, maar we hebben wel gevochten voor onze idealen. Je kunt deze nederlaag vergelijken met de maatschappij van vandaag, daar worden mensen ook steeds meer gedreven door resultaat.”

Sócrates had toen zijn mooiste moment als voetballer al achter zich. Kort voor het toernooi was zijn club, Corinthians, kampioen van de deelstaat São Paolo geworden. In de finale droeg het elftal van aanvoerder Sócrates shirts met het opschrift Democracia, een afgeleide van de politieke beweging Corinthians Democracia, die door hem en ploegmaat Wladimir was opgezet. De beweging zette de populariteit van het voetbal in om de militaire dictatuur in het land te destabiliseren. De winst van Corinthians betekende voor doutor Sócrates het bewijs van de kracht van de sport.


Na zijn voetbalcarrière studeerde hij af in de filosofie, schreef enkele boeken en een toneelstuk. Zijn eigenlijke baan was sportarts, tenminste, als hij niet in de talloze cafés en bars van zijn woonplaats Ribeirão Preto bivakkeerde, waar hij nachtenlang discussieerde over politiek en steeds vaker steeds meer dronken werd. Afgelopen zaterdag hield zijn lichaam er, na wat inleidend gesputter, nog vrij plotseling mee op.