Gewone jongen met politiek instinct

“Xi heeft de gave om mensen voor zich te winnen. Hij heeft een natuurlijke uitstraling en is nuchter,” zegt Lu Housheng (56). Deze boer kan het weten, want hij kent de toekomstige Chinese leider al sinds diens vijftiende. Lu ontvangt zijn bezoekers in een traditionele grotwoning in Liangjiahe, een dorp in de noordelijke provincie Shaanxi. Met hun uitgehakte openingen lijken de grauwgele lössheuvels op reusachtige bijenkorven.Meneer Lu hinkt naar een tweede hol, dat als rommelkamer dient, en sluit de toegangsdeur. “Hier heeft Xi gewoond,” zegt hij. Tegen de muur staat een rode houten tafel met een petroleumlamp waarbij Xi zou hebben zitten lezen.Net als miljoenen andere Chinezen werd Xi in 1969 tijdens de Culturele Revolutie door Mao naar het platteland gestuurd. De partij zou van de grotwoning nu een museum kunnen maken, zodat iedereen kan zien dat Xi een gewone jongen van het volk is.Hier ook vulde Xi zijn aanvraag voor het lidmaatschap van de Communistische Partij in, hoewel diezelfde partij zijn vader had verbannen. Negen keer werd hij afgewezen eer in 1974 zijn vasthoudendheid werd beloond, en hij het vervolgens tot partijsecretaris van het stoffige dorpje schopte. Later ging hij scheikunde studeren aan de topuniversiteit Tsinghua in Peking en bouwde hij al snel een waardevol netwerk op binnen het leger. Na bemiddeling van zijn inmiddels gerehabiliteerde vader werd hij assistent van een generaal van het Volksbevrijdingsleger. Opnieuw gaf hij blijk van een feilloos politiek instinct: nog voordat zijn baas in ongenade viel, nam Xi ontslag.