André Kuipers komt nooit meer écht terug op aarde

André Kuipers, vers geland op aarde

Beste André,

Mocht je dit ooit lezen, dan sta je allang weer met beide benen op de grond. We hebben allemaal ademloos meegekeken tijdens een stukje puike live-televisie vanuit Kazachstan. In de ruimte heb je vast en zeker weinig tijd gehad om te lezen wat mensen allemaal over je schrijven. Dat is veel geweest, heel veel: alleen op twitter al is er onwaarschijnlijk veel naar je geroepen. Als een ware twastronaut voorzag je je volgers van adembenemende foto’s die je vanuit het International Space Station maakte. Niemand kreeg de kans je te vergeten: bij allerlei gelegenheden sprak je het volk toe vanuit je zelfverkozen isolement.

Ik was bij je eerste lancering, in 2004. In de steppen van Kazachstan zag ik je instappen in de bus die je naar de gereedstaande raket zou brengen. Zelden eerder had ik iemand zó intens gelukkig zien kijken. De verrukking spatte van je gezicht. Je stond op het punt het hoogste doel in je leven te bereiken: de ruimte in gaan. Dat was vast ook de stille droom van veel leden van het groepje ruimtevaartenthousiastelingen waarvan we toen beiden deel uitmaakten. Maar alleen jij had je professionele en je privéleven werkelijk volledig ingericht op de vervulling van dat ene brandende verlangen: gewichtloos zijn, de aarde bekijken vanuit de kosmos. Dat was een verschil tussen jou en de rest. Ik was niet eens bereid er mijn hoogtevrees voor te overwinnen.

Na het donderende geraas van die eerste lancering, die ik op een afstand van maar een paar honderd meter mocht ondergaan, ben ik wat afgedreven van de ruimtevaart. Maar jij niet: jij wilde nóg een keer, maar dan langer. En ziedaar, zondag keer je terug op aarde na bijna tweehonderd dagen in de kosmos. Het grootste avontuur uit je leven zit erop. Ik weet niet precies wat je er allemaal voor opzij hebt moeten zetten op sociaal en huiselijk gebied, maar dat zal niet gering zijn. Vanaf maandag kun je die scherven bijeen gaan rapen. Je krijgt een aards leven. Geen periodieke climax meer in de vorm van een nieuwe lancering, want die zal niet meer komen. Twee ruimtemissies voor een astronaut met een Nederlands paspoort was al boven verwachting, en een nieuwe lichting jonkies staat klaar.

In mijn boekenkast vind ik heel wat voorbeelden van astronauten die na terugkeer op aarde een tikje kierewiet zijn geworden. Je kent zelf de voorbeelden wel van de maanreizigers: Buzz Aldrin die aan de drank raakte en depressief werd, Edgar Mitchell en Jim Irwin die godsdienstwaanzinnig werden, en zo nog wat meer. Aansprekende voorbeelden uit een ver verleden, maar de praktijk van nu is dat lang niet alle honderden mensen die sindsdien de ruimte in gingen, een slag van de molen hebben gehad. Wel zijn velen gaan nadenken over de kwetsbaarheid van de aarde, en daar is natuurlijk niets mis mee. Je voorganger Wubbo Ockels, die destijds aan de wieg stond van mijn eigen ruimtevaarthobby, is de duurzaamheid ingegaan. Dat had volgens hem alles te maken met een besef dat hem inviel toen hij in 1985 uit het raam van de Space Shuttle keek: dat de dampkring maar een akelig dun schilletje is waarop we verdomd zuinig moeten zijn.

Jij zult na zondag geen kronkel in je hoofd overhouden aan je verblijf in de ruimte. Daar ben je te nuchter voor. Maar nu je kosmische carrière erop zit, ben je wel in een nieuwe fase beland. Toch maar even losjes Buzz Aldrin citeren: ‘Ik was tot in de puntjes getraind voor mijn ruimtevlucht, maar niemand kon me voorbereiden op wat er daarna gebeurde.’ De ‘buzz’ rond je eerdere missie in 2004, André, was peanuts vergeleken met de gekte rond je huidige vlucht. Iedereen wil je straks hebben: alle journalisten, alle universiteiten, alle bedrijven, alle hoogwaardigheidsbekleders – en vast ook de koningin. Menig astronautenvrouw die de illusie had dat ze haar eega na maanden afwezigheid eindelijk weer een beetje voor zichzelf had, is bedrogen uitgekomen.

Zoals Wubbo nu al 27 jaar lang wordt aangesproken op die ene week die hij om de aarde cirkelde, zo zul jij de rest van je leven elke dag door anderen worden herinnerd aan jouw tijd in de ruimte. In die zin is je missie nooit meer afgelopen: je zit er levenslang aan vast. Je komt nooit meer helemaal terug op aarde.

Astronaut zijn is, zeker wanneer het zo’n allesoverheersende levenswens is geweest, nog steeds zo bijzonder dat alle aardse baantjes erbij verbleken. Wat je ook gaat doen, welke eervolle functies je ook zult gaan vervullen, niets zal dezelfde impact krijgen als de afgelopen 193 dagen van je leven. Natuurlijk, je zult nieuwe hoogtepunten gaan kennen, maar veel afgezwaaide ruimtevaarders hebben je ongetwijfeld al verteld dat ze eigenlijk maar één ding het allerliefste willen: terug de kosmos in. Je herinnert je John Glenn nog: in 1998, 77 jaar oud, greep hij zijn kans voor de tweede keer, nadat hij in 1962 als de eerste Amerikaan om de aarde had gecirkeld.

Het zou een cliché zijn om te beweren dat je nu, op je 53ste, in een enorm zwart gat zult vallen. Zo moeten we het maar niet zien. Ik zou de komende tijd eerder beschouwen als het begin van alweer een expeditie: niet een reis om de aarde maar een reis óp aarde – bestemming onbekend. Dat moet een bizar gevoel zijn voor iemand die van jongs af aan één levensdoel kende. Op het moment van je landing, zondagochtend, is de lancering van je nieuwe expeditie een feit. Daar past slechts één welgemeende wens bij: goede reis!

Mark Traa


  • Erika

    Een tijdje terug las ik in een populair-wetenschappelijk tijdschrift over een project om te pionieren op Mars. Geschikt bevonden gepensioneerden zouden zich kunnen aanmelden om daar een kolonie te stichten. Om kosten te besparen zou geen terugvlucht mogelijk zijn. De enthousiaste mails stroomden binnen. Misschien dat het project van start gaat tegen de tijd dat André Kuipers met pensioen gaat?