En wie komt er het beste uit de crisis? Precies, IJsland

Foto: ANP

Als het over de euromisère gaat, denkt men algauw dat de ongelijkheid tussen de eurolanden op -onder andere- economisch gebied een grote rol speelt. Aan de ene kant van het ongelijke verbond heb je tenslotte achterlijke, halfontwikkelde landen als Griekenland of Portugal -dat is niet mijn mening, maar je hoort het vaak- aan de andere kant krachtpatsers als Duitsland.

Met dit in het achterhoofd zijn de Eurostat-data over het Bruto Nationaal Product (BNP) van de EU-landen best verrassend. Het is weliswaar waar dat Griekenland en Spanje redelijk arm zijn met een BNP per hoofd van de bevolking van respectievelijk 82 en 77 procent van het EU-gemiddelde. Dat komt neer op zo’n 76 en 71 procent van het gemiddelde van de eurolanden, omdat die in het algemeen wat rijker zijn dan de EU-landen. Ter vergelijking: Duitsland zit op 120 procent van dat EU-gemiddelde en 112 procent van het eurolanden-gemiddelde.

VS
Maar dat is eigenlijk niet anders dan de situatie in de VS. De gegevens daar laten zien dat Alabama op 74 procent van het gemiddelde zit en Mississippi zelfs op 67 procent terwijl New England en de mid-Atlantische Staten op 118 en 116 procent zitten. Met andere woorden: als het om economische ongelijkheid gaat, is het in de eurozone niet erger dan in de VS.

Het verschil is vooral dat Amerikanen zichzelf als één land zien en daarom gelaten de belastingmaatregelen accepteren waarmee steeds weer grote hoeveelheden geld naar de armere staten wordt overgemaakt. Amerikanen zien het niet eens als een zaak van de regio; de staten die praktisch blut zijn stemmen zelfs vaak op de Republikeinen en zien zichzelf als volledig onafhankelijk.

Maar die Amerikaanse staten hebben zichzelf heus niet altijd als één land gezien; voor de burgeroorlog had men het over ‘deze Verenigde Staten’. Pas na de oorlog veranderde ‘deze’ in ’de.’ Het succes van de dollarzone kwam dus eigenlijk maar door een persoon: William Tecumseh Sherman, de generaal van de Noordelijke troepen die in de burgeroorlog uiteindelijk het Zuiden veroverde.

Het eerste ‘rolmodel’
Al aan het begin van de eurocrisis wist Jean-Claude Trichet, toen president van de ECB, wat de Grieken doen moesten: “Griekenland heeft een rolmodel en dat heet Ierland”, vertelde hij het Europarlement in maart 2010.
Hoe het daar nu gaat? Het IMF bracht laatst het zesde verslag uit van de ‘verlengde maatregelen’ (IMF-taal voor bail out) die voor Ierland zijn getroffen. Het feit dat dit het zesde rapport is, zegt natuurlijk al een boel. Het grappige, of treurige, is dat het voorbeeld van de Ieren nu al twee keer tot succesverhaal is gebombardeerd. Afgelopen herfst, anderhalf jaar nadat Trichet Ierland tot rolmodel had verklaard, noemde Angela Merkel Ierland een ‘geweldig voorbeeld’ en Sarkozy beweerde dat het land ‘de crisis bijna te boven‘ was.

Maar die uitspraken waren dus prematuur. Het interessantste en treurigste feit uit het laatste IMF-rapport is dat het de vloer aanveegt met de claims dat de Ierse ‘interne devaluatie’ -de poging om de concurrentie op te drijven door de wisselkoers vast te zetten- succesvol is geweest.

In de herfst werd er met veel trompetgeschal aangekondigd dat de arbeidskosten in Ierland sterk zouden zijn gedaald door een stijgende productie; in dit rapport wordt min of meer toegegeven dat dat een illusie was. Een illusie, veroorzaakt door de statistieken die lieten zien dat sommige bedrijfstakken, zoals de farmaceutische industrie, beter door de crisis waren gekomen dan andere.
Ondertussen was er een kleine loonsverlaging in Ierland tegenover een loonsverhoging in Duitsland zichtbaar; dat zijn de trends waar het echt om gaat. De beloofde stijging in de markt is ook nog nergens te zien. En dit is dan het land dat alles volgens het boekje heeft gedaan.

Wie komt er wel uit de crisis?
“IJsland natuurlijk. Afgeslankt en opgepoetst heeft de centrale bank van IJsland net besloten om de koersen 25 punten te laten stijgen om tekenen van inflatie te bestrijden in een ‘robuuste’ binnenlandse markt.” Het bovenstaande stond onlangs op het Alphaville-blog van de Financial Times.

Kijk maar naar de grafiek van Statistics Iceland: het BNP is nog niet op het niveau van de vorige piek, maar ik denk dat je wel kunt stellen dat die piek voor een groot deel is veroorzaakt door een Ponzi financiële sector, die er nu niet meer is en ook niet meer terugkomt.

Ik denk dat ik een van de eerste outsiders was die doorhad dat de eigenzinnige houding van IJsland tegenover de crisis een verrassend en helemaal-zo-gek-nog-niet resultaat heeft opgeleverd. En jazeker, het gaat beter met ze dan met Estland en veel beter dan met Letland.


  • Jan Wouter

    En waarom komt Ijsland zo goed en zo snel uit zo’n diepe crisis? Dat is een vraag die in het artikel niet wordt beantwoord. Dit antwoord gaf de vice-premier van Ijsland op het afgelopen SP-congres. Door het geld dat nodig was te halen daar waar het zat en de zwakkeren in de samenleving te ontziern. Alleen op die manier herstel je het vertouwen in de economie en blijft het geld circuleren.