De basketballer die ten onder ging als hoogspringer

donald-thomas

Donald Thomas sprong ooit, na slechts twee dagen oefenen, een verbazingwekkende 2 meter 20 hoog. Met vijf jaar training in de benen bleef de hoogspringer afgelopen zondag in de kwalificatierondes op de Olympische Spelen steken op 2 meter 16. Hij werd laatste.

Ter vergelijking: de nummer één sprong 2 meter 29. Maar hij stelde vooral zichzelf teleur, vier jaar geleden sprong hij nog 2 meter 35.

Tot 2008 verliep Thomas’ springcarrière nog als in een Disneyfilm. Sinds hij klein was wilde de atleet uit de Bahama’s net als zijn idool Michael Jordan NBA-basketballer worden. Hij was flink op weg prof te worden met een basketbalbeurs op een Amerikaanse universiteit, maar ontdekte daar door een weddenschap zijn buitengewone aanleg voor hoogspringen.

Een medescholier van het atletiekteam daagde hem uit. Hij kon wel mooi dunken, zei hij, maar echt springen zou hij niet kunnen. “He don’t think I could clear a 6’6″ (1 meter 98, red.), zegt Thomas. Een groep verbaasde klasgenoten keek die avond toe hoe hij zonder moeite achtereenvolgens 1 meter 98, 2 meter, 2 meter 3 en tenslotte nog even de 2 meter 13 clearde. Op basketbalschoenen sprong hij twee dagen later al op zijn eerste toernooi 2 meter 20.

Na niet meer dan 18 maanden trainen deed hij mee aan de wereldkampioenschappen atletiek in Osaka. Zonder enige techniek, met een extreem korte aanloop en op de verkeerde schoenen (zonder spikes) verbaasde hij iedereen door de gouden medaille te winnen. Als underdog leek hij niet meer nodig te hebben dan een vaste overtuiging dat hij het kon. “He just willed himself tot win”, zegt zijn coach. De internationale atletiekbond noemde hem “Basketball’s greatest loss and athletics greatest gain”.

In een documentaire die vlak voor de Olympische Spelen van 2008 over hem gemaakt werd zien we de jongen, nog overvallen door plotseling succes, een enorm huis kopen met zijn vriendin en zoontje. Hij heeft dan ook net een dikke SUV gekocht. “I try to keep it natural”, zegt de hoogspringer.

Voorafgaand aan de Olympische Spelen in 2008 was de vraag al of hij de torenhoge verwachtingen waar kon maken: zijn coach en hij dachten dan nog dat hij binnen een paar jaar het wereldrecord van 2.45 meter zou verbreken. Alleen zijn techniek, daar schortte het aan. En dus was hij flink professioneel aan het trainen geslagen. Niet langer de underdog werd hij in Beijing al 21ste van de 39.

En deze keer werd de belofte van 2007, met de juiste schoenen en training, echt Vet Laatst. “Why I had to cramp at the Olympics?”, twitterde Thomas gisteren vlak na zijn optreden. Wij weten het niet, Donald, maar misschien had je wat minder moeten trainen.


Reacties zijn gesloten.