Komt een man bij de uroloog

Het is een rare afdeling van het ziekenhuis, de Polikliniek Urologie. Er zitten voornamelijk mannen. Wat de gynaecoloog is voor vrouwen, is de uroloog kennelijk voor mannen. En de meeste van die mannen kijken wat ongemakkelijk naar elkaar. Want als je hier op spreekuur komt, is er doorgaans iets lastigs of gênants met je aan de hand.

Onwillekeurig kijk ik op als een patiënt een spreekkamer verlaat en probeer ik van diens gezicht af te lezen wat hij te horen kreeg. Was er een nare diagnose of viel de uitslag juist mee? Gaat het de goede of de verkeerde kant op? Is betrokkene een onwennige nieuwkomer of een routinier?

Vandaag kom ik hier voor een akkefietje en niet voor een moeilijk gesprek, maar ik ken ze wel, die cruciale consulten. Het frappeerde me al eerder hoe die paar minuten in de spreekkamer van de specialist iemands leven een andere kant uit kunnen sturen. Voor de meeste mensen ligt de toekomst in nevelen verborgen, maar voor speciale klantjes van de specialist geldt een uitzondering: hun wordt verklapt dat ze zullen invalideren of dementeren of nog maar kort te leven hebben. En even later staan ze verward bij de balie om een afspraak voor een controle of behandeling te maken.

Voor mij alleen een onschuldig onderzoekje vandaag. Maar toch. Ook voor mannen is zo’n gynaecologische pose vervelend, net als vreemde handen op plekken waar die het minst horen. Het is snel voorbij, houd ik me voor, maar dat helpt niet erg. En als het voorbij is, blijkt het nóg niet voorbij, want dan schrijnt het een hele poos fijntjes na. Morgen weer een andere medische afspraak. Wat een gedoe allemaal.

Ineens ben ik het helemaal zat, die medische mikmak, de spuiten, slangen, scans, gummi handschoenen, witte jassen, geuren, pillen, verbanden, preparaten, apparaten, wachtkamers, behandelkamers, operatiekamers, artsen, zieken. Ik schei er gewoonweg mee uit. De rest van de maand neem ik vakantie van mezelf. Even geen vaste klant van dokter Die & Die, geen dagelijks gedoe met dit & dat, geen smeulende weemoed om zus & zo: even honderd procent onbekommerde vitaliteit. De paden op, de lanen in / Vooruit met flinke pas / Met stralend oog en blijde zin / En goed gevulde tas.

Met het oog op die ‘flinke pas’ alleen niet vergeten pufjes mee te nemen.