En dan nu: het grote bondscoachdebat

Jack van Gelder: ‘Meneer Koeman, ik hoor de stadiontoeter. Wie wilt u uitdagen?’

Ronald Koeman: ‘Ik zou graag de heer Van Gaal uitdagen.’

JvG: ‘Dan is de vloer aan de heren Van Gaal en Koeman.’

RK: ‘Dank u. Meneer Van Gaal, ik wil het met u hebben over Europa. U verkwanselt Nederland aan Europa. U laat blanco cheques uitschrijven op uw eigen naam, maar verder zie ik Nederland steeds verder achteruitgaan. Ík sta voor een sterk Nederland, een onafhankelijk Nederland, een Nederland met een eigen gezicht. 4-3-3. En géén Nederland dat zich uitlevert aan de Belgen, bij de eerste de beste gelegenheid.’

Louis van Gaal: ‘Meneer Koeman, ik ben boos op u. U was leider van een van de grootste partijen, u maakte deel uit van de coalitie van topclubs en dan, midden in een internationale voetbalcrisis, trok u opeens de stekker eruit.’

RK: ‘Dat was een trein, die maar één keer langs zou komen.’

LvG: ‘Een Europese trein, meneer Koeman, een Europese trein waarmee u een Nederland in crisis achterliet. Een land in verwarring, dat liet u achter.’

RK: ‘Dat is jaren geleden.’

LvG: ‘U bent niet de leider die u zegt te zijn. Ik denk dat we voor een grote opdracht staan, als voetballand. Met z’n allen. Sámen. We willen weer terug naar waar we waren, naar de top van Europa, naar de top van de wereld. Daarvoor moeten de puinhopen van de vorige regering worden opgeruimd. Daarvoor is een bondscoach nodig, die vuile handen durft te maken. Die beslissingen durft te nemen, die kíest, die harde maatregelen niet schuwt. U heeft in het verleden nooit bewezen zo’n bondscoach te kunnen of te willen zijn.’

RK: ‘Meneer Van Gaal, als ik zo vrij mag zijn neem ik u even mee naar uw aantreden, nog niet zo lang geleden. De wildgroei aan duurbetaalde functies is nog nooit zo immens geweest als onder uw leiding. U beslist niet, u papt en houdt nat.’

LvG: ‘Meneer Koeman, de Eurocrisis van Polen en Oekraïne is nauwelijks achter de rug of u spreekt al over de Wereldcrisis van 2014. Die crisis is te voorkomen, mits er nu dóórgepakt wordt.’

RK: ‘U moest bezuinigen, en u komt met een assistent-looptrainer. Wij zijn die onnodige bestuurlijke lagen méér dan beu, meneer Van Gaal.’

JvG: ‘Misschien is het aardig om aan meneer De Boer te vragen hoe hij de Eurocrisis ziet?’

Frank de Boer: ‘Meneer Van Gelder, meneer Koeman, meneer Van Gaal. De Eurocrisis is een feit, dat ondervinden we iedere week aan den lijve. Dan vind ik het ongelooflijk dat de aanvoerder van de heer Van Gaal, iemand die dus door meneer Van Gaal zelf is aangesteld, dat die meneer, Sneijder heet-ie geloof ik, tonnen per maand verdient. Dat kun je niet verkopen, zeker niet omdat niet duidelijk is hoe lang deze crisis nog gaat aanhouden.’

JvG: ‘Meneer Cruijff, een reactie?’

Johan Cruijff: ‘Ik denk niet dat meneer De Boer, die pas als lijsttrekker is aangetreden, nu al klaar is voor het bondscoachschap. Hij moet eerst binnen zijn partij maar eens orde op zaken stellen. Wij vinden dat je in onderwijs dient te investeren. Voetbal op school, meer gediplomeerde trainers voor de klas, geen uren meer waarin kinderen zelf maar wat aan kunnen klooien, maar duidelijke richtlijnen en trainingsstof.’

JvG: ‘En zorg?’

JC: ‘Nou ja, zorg is van levensbelang, daar kunnen we kort over zijn. Maar ik denk dat iedere speler een zeker eigen risico heeft. Het kan niet zo zijn dat we allemaal opdraaien voor de blessuregevoeligheid van één iemand. Bovendien denk ik aan elf jaar geleden, toen we óók een Eurocrisis hadden. Toen heeft meneer Van Gaal op het juiste moment gefaald en is hij weggelopen voor zijn verantwoordelijkheden. Dat kun je één keer doen, maar toch zeker geen twee keer. En daarnaast: de heer Van Gaal heeft nog maar kort geleden een coalitie proberen te sluiten zonder dat de meerderheid van de partijen daarvan op de hoogte was. Sterker nog, zelfs binnen zijn eigen partij was daarvan bijna niemand in de hoogte. Weet u hoe ik dat soort soloacties noem? Dat noem ik achterkamertjesvoetbal, meneer Van Gelder. En ik dacht dat we daar toch met z’n allen wel eens genoeg van hadden.’

LvG: ‘Meneer Cruijff, meneer De Boer, meneer Koeman: wie wil besturen, moet opvattingen hebben. Ik hoor geen opvattingen, alleen maar verwijten. Laat mij ú dan eens een verwijt maken: u heeft destijds, toen de bomen in het Nederlandse voetbal tot aan de hemel groeiden, níets gedaan om ons land door deze tijden heen te loodsen. Wij moeten nu, en dat staat ook in mijn verkiezingsprogramma, jonge talenten in dit land de ruimte geven om zich te ontwikkelen. Jonge, ondernemende mensen die dit elftal er weer bovenop moeten krijgen.’

FdB: ‘Meneer Van Gaal, kunt u mij misschien uitleggen waarom het Nederlands Elftal nog steeds volledig uit topinkomens bestaat? Terwijl ú toch altijd heeft gezegd: eerlijk delen. Zou u dat mij en het publiek uit kunnen leggen? Ben ik nou zo slim of..? Maakt u toch eens een keuze!’

JvG: ‘Heren, de vier minuten zijn helaas om, ik moet u verzoeken om weer terug naar uw eigen strafschopgebied te gaan. Nee, helaas meneer De Mos, u bent geen enkele keer uitgedaagd, dat is erg spijtig maar daar is niets aan te doen. Misschien heeft u bij de kopduels meer geluk. Dat ná de reclame.’