De vrije seks is terug, hoera!

cocanje

Zoals al veel Amerikaanse sociologen hebben opgemerkt is dating als meest gebruikte hofmakerijtechniek onder jongeren (vooral studenten) de afgelopen tien, vijftien jaar verdwenen en vervangen door de hooking up culture.

Jongens nemen niet meer de moeite om een meisje op wie zij hun zinnen hebben gezet fatsoenlijk te versieren, eerst koffie, dan naar de bioscoop, vervolgens een tentatieve zoen bij de voordeur enzovoort, maar men komt meteen ter zake: mijn huis of jouw huis?

Het woord hooking up culture klinkt niet fijn. Je stelt je er liefdeloze instant seks bij voor tussen mensen die elkaar niet of nauwelijks kennen. Met drank en porno overgoten one night stands, waarbij betrokkenen hun intimiteit verkwanselen zonder consequenties voor hun beider verhouding. Het lijkt een omgangsvorm die ongeremde mannelijke seksualiteit bevoordeelt, terwijl vrouwen (traditioneel meer gericht op relaties) met lege handen achterblijven.

In de analyses van de hooking-up-cultuur wordt de oorzaak van deze verschuiving in hofmakerijpatronen gelegd bij de toename van het aantal vrouwelijke studenten, die inmiddels de meerderheid uitmaken op de campussen. Er zijn meer meisjes dan jongens, wat betekent dat vrouwen met elkaar moeten concurreren om de (relatief schaarse) mannen, wat weer betekent dat jongens kunnen kiezen en in de positie verkeren dat ze hun voorwaarden kunnen stellen. Als een meisje niet meteen seks wil, gaat de jongen eenvoudig naar de volgende en vist zij achter het net. De enige manier voor meisjes om een jongen te krijgen is instant seks, terwijl ze vroeger, toen ze nog getalsmatig in de minderheid verkeerden, veel meer zelf de toon konden bepalen. Een simpele kwestie van vraag en aanbod.

De werkelijkheid is natuurlijk een stuk minder eenduidig, wanneer je deze vulgair darwinistische bril weer afzet. In het septembernummer van The Atlantic Monthly besteedt Hanna Rosin in haar stuk ‘Boys on the Side’ ook aandacht aan de hooking-up-cultuur, maar in haar visie ondervinden vrouwen er juist voordeel van. Haar stelling komt erop neer dat vrouwelijke studenten niet of maar zijdelings geïnteresseerd zijn in relaties, omdat zij, ambitieus als zij zijn, hun tijd liever besteden aan hun studie en toekomstige carrière. In het algemeen past de hooking-up-cultuur hen als een handschoen: seks en intimiteit voor de lol als het zo uitkomt, maar een relatie en kindjes krijgen zien zij in dit stadium vooral als een last die hen afhoudt van hun ware prioriteit. Ze moeten er niet aan denken om voor een geliefde te moeten koken en wassen, omdat ze cum laude willen afstuderen.

Dit patroon komt me heel bekend voor. In mijn studententijd in de jaren zeventig, was ik ook niet uit op een relatie, althans wanneer je een relatie definieert als samenwonen met kinderen. Zelfs de verwaterde vorm hiervan (een stel vormen, de hele tijd dingen samen doen) stond me tegen. Niet omdat ik zo ambitieus was – ik dacht helemaal niet aan carrière – maar omdat ik die vastigheid saai vond. In die tijd had ik een beetje medelijden met mede-studenten die als duo optrokken, op een krappe kamer hokten en aan elkaar moesten rapporteren over hun bezigheden en waar ze uithingen. Dan gaven geheime liefdes, nergens op slaande drie- en vierhoeksverhoudingen, uit de hand gelopen flirts en ach-waarom-ook-eigenlijk-niet-nachtjes veel meer spanning en sjeu aan het leven.

Als ik terugdenk aan dat decennium van vrijheid, blijheid (en ook best wel tranen, hoor), valt dat samen te vatten onder de noemer ‘veel recreatieve seks’. Maar je zou het net zo makkelijk als hooking-up-cultuur avant la lettre kunnen betitelen.


Reacties zijn gesloten.