Het gedicht van Noud*

van de week kreeg hij de ‘vu’ van ‘vis’,

en drie plus vijf is intussen een uitgemaakte zaak.

Het jongensbrein ontvouwt zich,

elke dag iets meer;

en de wereld is een weiland,

met glimmende scheuten gras

die likken aan de hemel,

waartussen hij rent,

en springt

en slidet.

‘Ronaldo heeft een kapper in de rust’;

opdat ik het maar weet.

Alles komt binnen,

of is daar al,

alles krijgt een kans.

Niets wordt nog gewogen.

Hopelijk is snel de ‘gu’ aan de beurt,

de ‘gu’ van geluk,

want als eenmaal de hersenprop is uitgelegd,

kleurt het gras misschien alweer geel,

zijn er sprieten platgetrapt,

telt hij zijn eerste honderd,

en loopt ook hij,

zelfs hij,

mee in de rij.

J.F.M. van Deyssel

 

*) Noud is mijn zoon die in groep 3 in sneltreinvaart leert lezen en rekenen, en die vrijdagmiddag herfstvakantie krijgt, net als duizenden andere kinderen uit de regio’s zuid en midden.