Adrian Mutu als pijprokende poëziekenner

De wedstrijd tussen Roemenië en het Nederlands Elftal was ruim een uur oud toen Adrian Mutu zich langs de zijlijn meldde voor een invalbeurt. De Roemeen is inmiddels 33, voetbalt sinds deze zomer op Corsica en schijnt de meeste van zijn uithuizige liefhebberijen te hebben afgezworen.

Mutu werd ooit bekend als de rechtenstudent op noppen die op zijn schaarse vrije avonden nog wel eens een bundel van Mihai Eminescu open wilde slaan.

Mihai Eminescu, wie kent hem niet?
Mihai Eminescu, met afstand Roemeniës bekendste poëet.
Mihai Eminescu, met zijn roerende meesterwerken als Luceafărul, Odă în metru antic en 5
Scrisori.
Mihai Eminescu, beïnvloed door Schopenhauer en in 1889 op 49-jarige leeftijd gestorven.
Díe Mihai Eminescu natuurlijk.

Schandaaltje hier en daar
Het beeld van Adrian Mutu als pijprokende kenner van 19e-eeuwse poëzie lag trouwens al
een tijdje aan gruzelementen, met dank aan een paar positieve drugstests (cocaïne, om ‘mijn seksuele prestaties te verbeteren’), gedoe met zijn (ex-)vrouw over losse handjes en nog een klein seksschandaaltje hier en daar. Nu dendert zijn loopbaan bergaf als een zeepkist zonder remmen. Beneden wacht het afscheid, een piepende leunstoel en het oeuvre van Mihai Eminescu, want de drugs en de vrouwen zijn verleden tijd voor Adrian Mutu.

Twintig minuten mocht hij gister meedoen. Veel bakte hij er niet van, al was er ook niet veel eer te behalen aan een wedstrijd die als een oude orgeldraaier naar het eind strompelde. Hij draafde een paar keer energiek heen en weer, opgetogen als hij moet zijn geweest om weer omringd te zijn door voetballers in plaats van door de slager, de smid en de jongen van de strandstoelenverhuur op Corsica. Ooit fladderde hij als een lichtgevende vlinder door alle clubs van Londen, nu valt hij op zondagmiddag af en toe tien minuten in, als de eerste spits van Ajaccio zijn grote teen heeft verstuikt. Zijn verrichtingen tussen de lakens zijn vast ook al niet meer wat ze geweest zijn.

Klein kusje
Na de wedstrijd zag ik hoe Johnny Heitinga hem een klein kusje gaf. Op het gezicht van
de Roemeen brak een voorzichtige glimlach door, als wat voorzichtige stralen herfstzon
na wekenlang rotweer. Een zoen van het nu voor het vroeger. Een afscheidskus. Adrian
Mutu, das war einmal. Wat rest is de herinnering aan een loopbaan die strandde in de vroege ochtenden in Londen, Florence en Turijn.

Of zoals Mihai Eminescu het zou beschrijven:

Het loof valt af, de herfst is ingetreden,
weer tikken aan de vensters dikke droppen;
in brieven uit vergeelde enveloppen
herlees je in een uur heel je verleden.