Helmut Schön, de laatste voetbalkampioen van Nazi-Duitsland

Als Helmut Schön op zondag 18 juni 1944 zijn kicksen aantrekt voor de finale het nationale voetbalkampioenschap zit het Olympiastadion vol. Het enorme Berlijnse stadion dat plaats biedt aan 100.000 toeschouwers was bij de opening door Adolf Hitler in 1936 het symbool van de kracht en glorieuze toekomst van Duitsland, maar de tekenen van verval van het Derde Rijk worden steeds duidelijker. Bijvoorbeeld aan de grasmat, die duidelijk minder goed verzorgd wordt.

Schön, speler van de Dresdner SC, hoort vanuit de kleedkamer de uitgelaten supporters. Misschien wel enthousiaster dan vorig jaar, toen hij op dezelfde plek ook de finale speelde. Het is sowieso verbazingwekkend dat het stadion zo vol is, want er is nauwelijks reclame gemaakt voor de wedstrijd. Pas die ochtend is via de radio over de wedstrijd gecommuniceerd, voorzien van de nodige waarschuwingen. Zoveel Duitsers tegelijkertijd in een stadion, dat is vragen om een bombardement. Maar de Berlijners grijpen deze kans om negentig minuten aan iets anders te kunnen denken met beide handen aan.

De beste rechtshalf, met één arm
De competitie had er dit jaar al heel anders uitgezien dan vorig jaar. Toen kon je nog redelijk normaal door het land reizen, maar dat was dit jaar moeilijker en gevaarlijker. Bovendien waren veel spelers niet beschikbaar voor hun clubs, omdat hun inzet niet op het voetbalveld maar elders gewenst was. Andere jongens, met minder talent, moesten hun plekken innemen en zo kon het dat Dresden met 9-2 van Germania Koningshutte won; dat zou in een normale competitie echt niet gebeurd zijn.

Maar die competitie moest en zou doorgaan, stoppen zou een nederlaag voor heel Duitsland betekenen. Gewoon spelen alsof er niks gebeurt dus, ook al verloor Herbert Pohl gedurende het seizoen zijn linkerarm bij een bombardement van de Russen. Maar in oorlogstijd is hij ook met één arm nog de beste rechtshalf uit de omgeving van Dresden.

Ook op Schön was druk uitgeoefend om het leger in te gaan, maar tot nu toe had hij de druk kunnen weerstaan. Zijn hele familie is tegen het Nazi-regime en als bekende voetballer kan hij meer maken dan een ander. Maar niets is zeker, de Totalkrieg is uitgeroepen en iedereen moet zich beschikbaar houden.


(Beelden van de finale van 1944)

Dresden neemt het in de finale op tegen Luftwaffen-SV Hamburg, onder leiding van kolonel Fritz Laicher. Het team zit vol met soldaten die dispensatie van het front hebben gekregen om te kunnen spelen. Al gaat dat niet van harte. De Führer houdt niet van voetbal, want het is een strijd waarvan hij de uitkomst niet kan beïnvloeden. Furieus was hij toen Duitsland in de kwartfinale van het Olympisch voetbaltoernooi van 1936 door Noorwegen werd uitgeschakeld. Maar voetbal is te belangrijk in de Duitse cultuur om af te schaffen en bovendien een belangrijk propagandakanaal. Honderdduizenden mensen beluisteren de wedstrijd op de radio.

De anti-Nazi houdt de beker omhoog
Gejuich gaat op als de spelers het veld op komen en het fluitsignaal klinkt. Dresden neemt na 20 minuten een voorsprong door een doelpunt van Rudi Voigtmann en in de tweede helft wordt het veldoverwicht verder omgezet in doelpunten: Dresden verslaat Hamburg met 4-0. Ook Schön pikt zijn doelpuntje mee, zoals mocht worden verwacht van de international die 17 keer scoorde in 16 wedstrijden.

Schön loopt zijn ereronde door het immense stadion en toont de kampioensbeker aan het publiek. Als laatste kampioen van het Derde Rijk, binnen een jaar zouden de Russische tanks het veld oprijden.

‘De man met de pet’ in 1980

Na de Tweede Wereldoorlog wordt Helmut Schön trainer in Dresden, maar hij verhuist al snel naar West-Berlijn waar hij zijn trainersloopbaan voortzet. In 1964 wordt hij bondscoach van West-Duitsland. Dat blijft hij 14 succesvolle jaren, waarin hij onder meer Europees kampioen wordt in 1972 en Wereldkampioen in eigen land in 1974 (ten koste van Nederland). Nog altijd is hij de coach met de meeste wedstrijden op een WK (25) en de meeste overwinningen (16). Helmut Schön overleed in 1996 aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer.

Deze column is gebaseerd op een uitgebreid artikel over het Duitse voetbal ten tijde van de Tweede Wereldoorlog van Noah Davis, dat hier is te lezen.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.