Campert, Brouwers, Grunberg, A.F.Th.: wie is de beste schrijver van Nederland?

Vraag naar aanleiding van de Boekenweek: wie zijn sinds het verscheiden van Hermans, Reve en Mulisch eigenlijk de nieuwe aanvoerders in de Nederlandse literatuur? En wie is Nummer Eén?

Decennia lang stond het vast. Helemaal boven aan de letterkundige pikorde stonden de Grote Drie. Dan kreeg je een tijd niets en vervolgens doemden er toch ook respectabele namen op, die van tijd tot tijd werden aangevuld met jong talent.

Hermans overleed in 1995, Reve in 2006 en Mulisch in 2010. Diverse gerede kandidaten voor hun vacatures – Jan Wolkers, Gerrit Komrij, Bernlef, Rutger Kopland en als we de Belgen meerekenen Hugo Claus – zijn inmiddels ook naar het literaire hiernamaals vertrokken.

Succes verwelkt snel
Al jarenlang rijst uit de boekkritieken van de laatste jaren geen onverbiddelijke koploper of kopgroep op. Ja, soms zijn recensenten het nogal eens over de kwaliteiten van een titel, maar dat maakt de schrijver ervan nog niet tot een gelauwerde figuur. Media zijn dol op succesverhalen. Maar die verwelken zo snel als bloemen, zodat er weer nieuwe nodig zijn. Dat mechanisme zorgt ervoor dat de schijnwerpers eerder op boeken dan op schrijvers of oeuvres zijn gericht. Of, met andere woorden, dat een schrijver net zo goed is als zijn laatste titel. Zo ontstaan moeilijk nieuwe, duurzame reputaties.

A.F.Th.
A.F.Th. van der Heijden gold bij zijn binnenkomst in letterenland als een grote belofte, maar riep door zijn wijdlopige ambities een zekere vermoeidheid op. Met het bekroonde Tonio schalde zijn naam weer even rond, maar het circus heeft zich intussen al lang weer verplaatst.

Arnon Grunberg heeft een flink publiek en een goede pers, maar is toch te bestudeerd om zich te laten gelden als een gezaghebbende literaire persoonlijkheid. Kader Abdolah en Jan Siebelink schreven enorme bestsellers zonder literaire helden te worden. Jeroen Brouwers, Marcel Möring, Connie Palmen, Anna Enquist: geziene auteurs, maar geen algemeen erkende top. De laatste vijf AKO-literatuurprijzen gingen naar Peter Terzin, Marente de Moor, David van Reybrouck, Erwin Mortier en Doeschka Meijsing – daar zit geen nieuwe Mulisch, Reve of Hermans bij.
Het ligt denkelijk aan de tijdgeest, die gauw op mensen is uitgekeken en argwanend reageert op alles wat op autoriteit lijkt.

Campert
Persoonlijk – en daar zal hij blij mee zijn! – zou ik Remco Campert graag de hermelijnen mantel omhangen, omdat hij al een schrijversleven lang op ongeëvenaarde wijze woorden vindt voor het menselijk tekort. Maar ik denk dat ik het niet voor elkaar krijg, omdat deze en gene zijn laatste column niet zo goed vond.