Een dagje naar de stad met Marianne Thieme

Ik sta in de rij voor de Nieuwe Kerk.

Mijn date, Marianne Thieme, heeft een jurk aan van wortelrasp en julienne gesneden pastinaak. Op borsthoogte draagt ze een broche van verguld havermout. Daar steekt zelfs mijn spierwitte tropenkostuum van organisch linnen wat bleek bij af. Lang hoefde ik niet na te denken toen Marianne Thieme mij vroeg of ik haar wilde chaperonneren naar de kroning. Haar echtgenoot, ook een vegetariër, was weer eens geveld door bloedarmoede en lag thuis aan een infuus van linzenbouillon.

Schreeuwen tegen de hotdogverkoper
We moeten haast maken. Het kostte ons drie kwartier om de Dam over te steken. Vooral omdat Marianne Thieme veertig minuten lang tegen een hotdogverkoper stond te schreeuwen. De rij is al bijna opgelost, we kunnen doorlopen. Binnen zitten alle volksvertegenwoordigers op hun plaats. Alleen Diederik Samsom haalt nog een laatste keer de stofzuiger over het tapijt. De eerste rij is gereserveerd voor de leden van het kabinet. Daarna: de leden van de Tweede Kamer, de leden van de Eerste Kamer, de leden van de Provinciale Staten, de leden van het Centraal Planbureau, de leden van de Commissie Cohen, de leden van de Voedsel- en Warenautoriteit, en helemaal achterin de vrijwilligers. Enkel de leden Karabulut en Bashir zijn afwezig. Die hebben al trouw gezworen aan een andere koning, fluistert Martin Bosma in mijn oor.

‘Ben je blij dat we er zijn?’ vraag ik Marianne Thieme. Ze knikt. De maand daarvoor had ze zich in allerlei opiniestukken en televisieoptredens opgeworpen als hoeder van de grondwettelijke principes. Ze weigerde om een eed af te leggen aan de nieuwe koning. Wel wilde ze gewoon aanwezig zijn. De mensen vonden haar hypociet. Een klokkenluider met een pensioenplan. Dat had ze geweten. Marianne Thieme kreeg een plekje op de achterste rij toegewezen, achter een pilaar. Ingeklemd tussen de penningmeester van een korfbalvereniging en de kantinejuffrouw van de jeugdsoos Kerkdriel. ‘Een vrouw van jouw statuur hoort daar niet thuis,’ had ik gezegd. ‘Jij moet vooraan zitten. Badend in het licht.’ En dus had Marianne Thieme zich bedacht.

De eed kruipt langzaamaan dichterbij
De ceremonie begint. Ik aai zachtjes over haar handpalm. Henk Krol geeft me een knipoog. Willem-Alexander komt binnen in zijn mantel van hermelijnenbont. Ik voel hoe de pezen in haar hand zich samentrekken van woede, en geef haar snel een paar snoeptomaatjes. Dat werkt altijd. Met volle mond zingt ze het Wilhelmus. Daarna houdt Willem-Alexander zijn troonrede. Hij zegt dat we allemaal onder onze stoel moeten kijken. Iedereen krijgt een oranje mok, een pakje kauwgom, en een flesje bronwater – dat vindt hij erg belangrijk. Ik neem dankbaar een slok. Het woord is aan Astrid Kersseboom. Zij verzorgt het commentaar bij de televisieregistratie, en mag, ze is er nu toch, ook de eed afnemen.

De eed kruipt langzaam dichterbij. Pechtold? ‘Dat beloof ik’. Van Haersma-Buma? ‘Zo helpe mij God Almachtig’. Ik pak de hand van Marianne steviger beet. Ze is zenuwachtig, dat voel ik. De Partij voor de Dieren is een kleine fractie, en daarom pas als laatste aan de beurt. Het afgaan van de overige honderdachtenveertig namen lijkt een eeuwigheid te duren. Dan eindelijk vraagt Astrid Kersseboom of ook Marianne Thieme trouw zweert aan het Koningschap. Even is het stil. Het oog van de natie is op haar gericht. Ze weet het. ‘Dat beloof ik,’ zegt ze. ‘Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie’.